click to dismiss

Please logged in to see pending comments.

UsernamePassword

| Lost password

October 2015

Ausflug   (published in Tanzania)

October 31, 2015 by   Comments(0)

Hallo,,

heute machen wir (6 Volunteere) einen Ausflug zu einem See, der allerdings gerade kaum Wasser führt. Auf dem Weg waren wir bei Buschmännern, die versucht haben, und das Schießen mit Pfeil und Bogen beizubringen. Im Gegensatz zu den Massai gehen sie jagen.

(0 from 0 votes)
 
Ausflughttps://www.mytripblog.org/pg/blog/mkruppa/read/407340/ausflug
Ausflug
 

Willkommen in Afrika   (published in Tanzania)

October 27, 2015 by   Comments(0)

Karibu
Eigentlich wollte ich ja regelmäßig schreiben, aber die Internetverbindung spielt nicht mit. Heute ist sie mal ganz gut, ansonsten, wie alles in Afrika sehr unzuverlässig. Hier wartet man ständig auf irgendetwas und hat ganz viel Zeit. Sehr hart für Europäer. Ich hab noch nie so wenig gearbeitet wie hier. Ansonsten genieße ich das einfache Leben. Nur kaltes Wasser, Wäsche per Hand waschen usw.. Eigentlich wollte ich ein paar Fotos hochladen, klappt aber gerade nicht.
LG, Maren

(0 from 0 votes)
 
Willkommen in Afrikahttps://www.mytripblog.org/pg/blog/mkruppa/read/407197/willkommen-in-afrika
Willkommen in Afrika
 

Op reis   (published in Tanzania)

October 16, 2015 by   Comments(1)

Dag 6

Blijkbaar word op zondag onze kamer schoongemaakt door huishulp Vicky. Meer hopelijk eigenlijk, want de kakkerlak in de badkamer is spoorloos en Jan of ik heeft dat ding niet aangeraakt. Maar ik was er vrij zeker van dat hij dood was dus er is maar 1 logische verklaring: huishoudster Vicky.
Vicky is degene die alles doet in huis. Papa en mama hebben voor de buitenklusjes ook een tuinman/nachtwaker die overdag voornamelijk slaapt in zijn tuinhuisje dus erg veel heb ik die nog niet kunnen zien.
Vicky heeft haar moeder nooit gekend en haar vader is omgekomen in een auto ongeluk toen zij 7 was. Ze is hierdoor nooit naar school geweest en spreekt ook geen woord Engels. Maar ze heeft haar thuis gevonden bij de Kisanga familie en ze lijkt gelukkig. Naar mijn bescheiden mening is ze nog beter af dan een groot deel van de inwoners van Dar ook. Ze wordt gehuisvest en betaald. In ruil daarvoor maakt ze schoon, kookt ze eten en doet ze de was. Vicky heeft het wel goed voor elkaar.
Iets wat ik nog niet met zoveel zekerheid kan zeggen over zoon Michael. Toen hij me vanochtend een rit gaf naar het ziekenhuis vroeg hij me of hij nog een beetje kon rijden vrijdag toen hij ons dronken thuisbracht, want hij wist er niet zo veel meer van. Zo weinig dat hij niet heeft doorgehad dat Jan en ik niet op de achterbank zaten...
Vandaag was blijkbaar mijn officiële begindag, en niet afgelopen vrijdag. Gratis dagje meegedraaid, helemaal niet erg. Ik heb mijn rooster van Dr. Wandi gekregen en ik begin in The Emergency Room. Hier komen alle patiënten die spoedeisende hulp nodig hebben. Het is een stuk groter dan Minor. Het enige wat er staat zijn 8 bedden, 8 gordijnen en een voorraadkast die net zo schaars gevuld is als die van Minor. En een kraan waar een constante straal water uit lekt. Hier schijt niemand echt veel aandacht aan te besteden want tja, schoon water hebben ze toch wel genoeg hier in Afrika.
Achterin zijn twee wc's. Het zijn van die sta wc's die je aan de Franse snelwegen overal ziet. Van die gaten in de grond met een spoelbak aan de muur en meer niet.
De dokter op de afdeling heet Dr. Muta, hij word deze week mijn begeleider. Aardige man. Vrij oud maar dat brengt ervaring met zich mee zeggen ze. Als je iets wilt weten moet je het hem vragen want uit zichzelf zal hij niet veel vertellen.
Ik vond de eerste keer voor mezelf nogal lastig inschatten of iemand nou dood of bewusteloos is. Al helemaal omdat ik de man die in het midden van de zaal lag 5 minuten eerder nogal rustig en vrij levend voorbij gerold heb zien worden op een brancard. En op diezelfde brancard lag hij daar nu bewegingsloos. Een te kleine, oncomfortabel uitziende ijzeren en verroeste brancard die geen rubber meer om zijn inmiddels vierkante wielen had zitten. Ondanks de 7 lege bedden in de zaal lag hij toch daar op. Uitdroging door diarree was hem fataal geworden. De brancard heeft 3 kwartier in het midden van de zaal gestaan tot Dr. Muta tijd had om de hartslag en de pupilreflex van de man te testen. Om deze na uitblijven van een reactie officieel tot overleden te verklaren. Hij lag er zo vredig bij. Z'n ogen waren gesloten en zijn handen lagen gekruist op zijn borst. Als ik niet beter wist zou ik zeggen dat hij sliep. Het enige wat weg gaf dat dit niet het geval was waren de twee witte touwtjes die zijn duimen en tenen aan elkaar bonden en Dr. Muta die met een spijtige blik een doek over de man zijn hoofd trok. En zo lag hij daar. Een confronterende 30 minuten later kwamen twee verpleegsters de brancard halen om naar het mortuarium te brengen. De nogal ijzige sfeer bleef echter voor de rest van de dag in m'n hoofd achter.
Dat ze op de straten van Dar als gekken rijden laat ook in het ziekenhuis zijn sporen achter. Elke dag word er wel minstens 1 verkeersslachtoffer binnen gebracht. Vandaag waren dat er twee. Ondanks dat de twee ongevallen compleet los van elkaar stonden werden de man van 33 en een meisje van 6 tegelijk naar binnen gerold op brancards. De man was bewusteloos en werd voor het gemak maar even in het midden van de kamer gestationeerd. Hij had een bloedprop die tot ver buiten zijn neus kwam en deze verstopte. Hij had wat kleine verwondingen en zijn ademhaling was onrustig maar verder dat leek stabiel buiten levensgevaar. Het meisje kwam net uit minor theatre waar haar hoofdwond verzorgd was. Deze was gehecht en verbonden. Het hechtwerk was zo te zien slecht gedaan want het verse verband was rood doorweekt met bloed. Het duurde ook niet lang tot deze overliep en het bloed rustig langs haar hoofd begon te sijpelen om zich in een plasje op de brancard en vervolgens op de grond te verzamelen. Het personeel was op het moment alleen even niet beschikbaar. De man had zijn bloedprop uit geniesd. Deze kwam op de grond terecht terwijl de man zelf luid proestend tot leven kwam. Het hele tafereel vereiste nogal wat aandacht. Samen met een andere vrijwilliger, Mackenzie uit Canada, heb ik dus maar handschoenen aangedaan om de wond van het meisje te verzorgen en het bloeden te stelpen.
Een tijdje later was de rust terug gekeerd. Het bloeden van het meisje was grotendeels gestopt en de wond was afgeplakt. Ook de bloedprop-kogel was opgedweild. Ze zouden worden afgevoerd naar een ander ziekenhuis dus de volgende stap was om ze beide in de ambulance te krijgen, waar maar plek voor 1 brancard bleek te zijn. De oplossing was vrij simpel. Eentje gaat gewoon op het schoot van de bijrijdster, infuus en al. Dat werd het meisje, zij was lichter en beter bij zinnen. Nou hoop ik voor de bijrijdster dat dezelfde maatregel niet gehanteerd word als beide patiënten mannelijk zijn en ruim 100 kilo wegen.
Ik ben er pas 2 dagen geweest en om de een of andere reden heb ik het gevoel dat dit ziekenhuis nog veel verrassingen voor me in petto heeft. Misschien niet allemaal even leuk. Maar stuk voor stuk een les om bij te mogen wonen.


Dag 7

Het heeft maar 7 dagen geduurd maar ik ben erachter gekomen wat het doel is van het gat in het plafond. Het maakt via het dak een weg naar buiten. Niet voor mij ofzo. Maar voor muggen. Dit geeft ze vrij spel om mij de hele nacht wakker te houden. En dat is gebeurd ook. Naast de ontiegelijke jeuk is ook het gezoem van die beesten onuitstaanbaar. Twee-en-half uur heb ik geslapen vannacht. Toen de wekker vanochtend om 6 uur ging heb ik me maar nog even omgedraaid. Heel veel later was ik uiteindelijk toch niet in het ziekenhuis dus Dr. Wandi was het om het even. Het was een vrij rustige dag in The Emergency Room eigenlijk. Naast een jongetje waarvan vermoed werd dat hij polio had, een man die zijn stoma kwam laten checken en een zwangere vrouw die op controle kwam, is er verder maar één opmerkelijk iets gebeurd.
Rond 12 uur kwamen vier gewapende agenten binnen met een man die bewusteloos leek te zijn. Hij had eerder die dag nog iets gestolen. Het verhaal dat ik gehoord had over dieven bleek dus een kern van waarheid te bevatten. In het geval van deze dief hebben de agenten op hem ingeslagen tot hij het bewustzijn verloor. In veel gevallen sterft het slachtoffer maar ze zijn nog wel verplicht deze naar het ziekenhuis te brengen. De man werd neergelegd en de agenten vertrokken weer. Ze waren nog geen halve minuut weg of de man werd wakker. Als een soort godswonder leek hij niets meer te mankeren. Hij ging recht op zitten. Keek naar rechts. Keek naar links. En daar ging die. Usain Bolt was er nies bij. In recordtempo schoot hij de deur uit en voordat iemand er erg in had was hij verdwenen. Het scheelde niet veel of de stofwolkjes hingen als een spoor achter hem aan over de zanderige weggetjes van Dar. En ik kan hem geen ongelijk geven. Deze man had er over nagedacht.
Elke dinsdag word voor vrijwilligers een Social Event georganiseerd. Vandaag was dat uit eten met z'n allen. Nouja iedereen behalve 1 meisje. Zij heeft in haar tijd hier een lekkere, getinte, gespierde jongeman aan de haak geslagen en was daarmee voor een weekje naar een andere grote stad (Arusha) gegaan. De jongeman in kwestie was getrouwd en had 2 kinderen. Zoals te verwachten heeft iedereen tijdens het eten uitgebreid zijn of haar mening hierover uitgebreid op tafel gegooid. Het was gezellig. De groep is onwijs gaaf. Ze verwelkomen je en delen verhalen. Ik ben niet eens meer de nieuwste.
Ben nogal gesloopt dus maar vroeg naar bed zo. Hopen dat slapen vannacht een beetje lukt.


Dag 8

Nee. Nee dat is het niet. Minder nog dan gisteravond. Met 4 uur slaap in 2 nachten ben ik vandaag maar thuis gebleven van het ziekenhuis. Ze vinden het niet eens zo heel erg. Sterker nog; weinig mensen houden zich aan hun schema. Niemand controleert je er ook op. Het heeft zo zijn voor- en nadelen. We kunnen erdoor onze eigen tijden en plaatsen bepalen. Aan de andere kant heeft dit tot gevolg dat iedereen te vinden is waar de interessantste patiënten komen. Meestal is dit minor theatre. Groot gedeelte van de dagen is het daar ook chaos. Maarja, als ik met mijn eerste indrukken het ziekenhuis zou moeten beschrijven in 1 woord zou ik ook naar het woordje chaos neigen. Hetzelfde geldt voor de stad trouwens. Het valt in een oogwenk al op. Maar hoe meer ik door de straatjes rond het ziekenhuis slenter hoe meer ik het me besef. De chaos heeft zo zijn leuke en nare kanten. De gekte die je op daladala en bahadji standplaatsen tegenkomt, de gekte van toeterende wagens en het geschreeuw van verkopers die allemaal een even eerlijk deel van de rijkdommen van die blanke jongen willen, die gekte is leuk. De minder leuke maar misschien wel nog opzichtigere kant van de chaos is de armoede en het vuil waarin deze mensen hun leven leiden. Elke ochtend loop ik vanaf de bushalte naar het ziekenhuis en elke middag loop ik hetzelfde stuk terug. De wandeling van een kleine 10 minuutjes voert me over zanderige weggetjes zonder duidelijke stoep. Op de weg lopen is geen probleem zolang je niet in een greppel duikt terwijl je het langs-scheurende verkeer ontwijkt. Het korte stukje word me al vrij bekend maar wennen zal het zo snel nog niet. Als ik eerlijk ben had ik niet verwacht dat één van de eerste dingen die ik zou missen van thuis, openbare prullenbakken zouden zijn. Die bestaan in dit gedeelte van de stad gewoon nog niet. Er is in plaats daarvan een vrij niet-creatieve manier gevonden om mensen van hun afval te laten ontdoen. Het vuil van een klein gebied word op een hoopje geschraapt, wat benzine en een brandende lucifer word eraan toegevoegd en dan is een vuilniswagen overbodig. Het vuil dat ontsnapt aan de brandstapel eindigt in de greppels naast de weg. Eventueel voor recycling. Vandaag nog zag ik twee meisjes in de goot rommelen. Ze trokken een plastic beker onder een karton vandaan, spoelden deze om en begonnen er water uit te drinken. Ze zwaaiden heel lief toen ik langsliep. Ik kon alleen maar hopen dat ik ze niet terug hoef te zien in het ziekenhuis.
De combinatie van het opstuivende zand elke keer als er een bajaji langs raast, de rook en het opvliegende as van de vuilverbrandingen die je op elke hoek van de straat tegen komt en de dampen van het smeltende vuil die opstijgen uit de greppels zorgt voor een vrij onaangename lucht en brandende ogen de tien minuten tot ik bij het ziekenhuis aankom. Het deed me erbij stilstaan. Het beeld van een peuter die alleen voor een huis aan het spelen is en alles wat hij binnen handbereik op de grond vind in zijn mond stopt ben ik al meerder malen voorbij gekomen. Het verbaast me niet meer dat zoveel mensen een infectie oplopen. Overal waar je kijkt zijn mensen aan het vervuilen. Het is niet alleen te zien aan de straten zelf maar ook aan het verkeer. In het begin had ik het niet zo door maar als je het een keer hebt gezien is het niet meer te missen. Handen die uit autoraampjes steken en gebruikte papiertjes en plasticjes in de wind weg laten waaien, in de hoop dat het een paar dagen later op een brandstapel eindigt. Het is bijna een vicieuze cirkel. De reden ook dat er geen beginnen aan is het allemaal op te ruimen.

 

Dag 9

Toen ik vanochtend The Emergency Room binnen kwam was het vrijwel leeg. Afgezien van één man. Op zijn buik lag hij op een brancard in het midden van de zaal. Bijna déjà vu van maandag was het. Hij had een motor ongeluk gehad. Volgens zijn formulier was hij 33 jaar oud en hadden ze röntgenfoto's van hem laten maken. Hij lag rustig op zijn buik alles een beetje gade te slaan. Je kon zien dat hij pijn had maar heel ernstig leek het niet. Dit kwam ook merendeels door de sfeer die in de zaal hing. Doktoren en zusters leken relaxed en in een goeie bui. Ik heb me omgekleed en ben maar wat rondgelopen om bij wat patiënten te kijken. Niet veel bijzonders; een man met diabetes die zijn bloedwaarden kwam laten meten omdat hij zich niet lekker voelde, een jongetje met malaria dat het juiste recept voorgeschreven moest krijgen en een man met een stoma die aan vervanging toe was. In de tussentijd bleef de man in het midden liggen, zichzelf af en toe met pijn en moeite omdraaiend op zijn brancard. Twee uur. Twee uur lang ben ik om het half uur naar Dr. Muta gelopen om te vragen of ze al meer wisten. En telkens was een "nee we moeten nog wachten op zijn resultaten" zijn antwoord. Tot hij me op een gegeven moment de foto's overhandigde. Het plaatje van ongeveer de bovenkant van zijn bekken tot iets boven de knieën moest tegen het licht worden gehouden om er iets uit op te kunnen maken. Ik ben niet echt een expert als het aankomt op het aflezen van röntgenfoto's maar dit geval was meer dan overduidelijk. Beide bovenbenen, op dezelfde plek, bijna symmetrisch door midden gebroken. Achteraf gezien was het best duidelijk te merken. Wanneer de man op zijn rug lag lagen zijn voeten met de buitenkant vlak tegen de brancard aan en de bovenbenen waren opgezwollen tot anderhalf keer de normale dikte. Dat ik dat niet zag verbaasde me al maar dat doktoren ook geen vermoeden hadden (althans dat lieten ze niet blijken) begrijp ik nog steeds niet. Bij zo een breuk is er kans op inwendige bloedingen of afknellen van bloedvaten, wat shock tot gevolg kan hebben. Om dit tijdelijk te voorkomen moeten de benen zo snel mogelijk in natuurlijke positie worden gespalkt. Dat bracht ons op het volgende probleem. Waarmee moesten we spalken..? Blijkbaar zijn dit soort middelen nooit op voorraad. Bij noodgevallen word het karton van een oude doos gescheurd en gebruikt.
Ik had nog nooit eerder gebroken ledematen vastgehouden. Laat staan ze in de juiste positie teruggeduwd. De patiënt had steeds meer pijn en dat maakte het alleen maar lastiger om te doen. Erg veel karton was er niet, net genoeg voor 1 been eigenlijk. Na het stuk karton er stevig omheen te hebben gewikkeld en het vast te hebben gezet met verband hebben 2 andere en ik improvisorisch zijn andere been aan zijn gespalkte been gebonden.
Het komt vrij vaak voor dat patiënten snel geholpen worden in Emergency en dan worden vervoerd naar een ander ziekenhuis dat ze betere hulp kan bieden. Dit moest ook met deze man gebeuren. De ambulances die hiervoor ingezet worden staan op nog geen tien meter afstand buiten om de hoek. Toch is het een strijd om patiënten er in te krijgen. De ambulance staat op een helling geparkeerd en de patiënt moet van de brancard op het bed worden gehesen. Hier zit alleen zo'n halve meter verschil tussen. De achterbak van de ambulance is klein en bevat naast een bed en een bankje, die samen alle ruimte al in nemen, helemaal niets. Maar goed, de man lag uiteindelijk en werd afgereden naar het ziekenhuis waar hij geholpen zou worden. Vanaf dat punt was de zaal weer vrijwel leeg. En zo ging de dag verder. Er kwamen en gingen nog een handjevol patiënten. Echt veel was er niet te doen. Mijn dag liep al tegen zijn einde aan. Ik stond op het punt me om te kleden en Dr. Muta gedag te zeggen toen deze uit zichzelf naar me toe kwam en zei: "Niet schrikken maar ik kreeg net vervelend nieuws".
De man van vanochtend was op weg naar het ziekenhuis overleden. Hij was in shock gegaan en is niet meer bijgekomen.
Ik wist niet zo goed wat ik moest zeggen. Het gemak waarmee zusters en doktoren vanochtend twee uur lang op zijn foto's wachtten. De rustige toon waarmee aan mij werd gezegd wat er aan de hand was en wat voor rol ik kon spelen om te helpen. Alles wees er toen op dat het wel goed zou komen. Twee gebroken bovenbenen is ernstig dat begrijp ik, maar dit had ik niet verwacht. Nogal verbaasd zit ik hier nu met het gekke gevoel dat ik de enige ben die er niet zo laconiek over is. Gestorven aan een gebroken been, ik kan er nog steeds niet over uit.

Jan is voor het weekend naar Zanzibar vertrokken. Hij heeft zijn router mee genomen dus ik zit zonder internet het weekend. Ik zal zijn dagelijkse skype-gesprekken met z'n moeder wel even moeten missen. Wat jammer is. Duits is geen lastige taal om deels te kunnen verstaan. Het is veel lastiger om mijn lach in te houden als ik zijn moeder ongerust hoor informeren naar de diarree die hij vandaag had en hem adviseert en verwijst naar een middel wat ongetwijfeld ergens in zijn koffer zit.
Maar wat privacy voor even stel ik ook wel op prijs.

 

Dag 10

Vandaag sloeg echt alles.
Na gister heb ik geleerd de geruste sfeer die altijd in Emergency schijnt te hangen te wantrouwen. Ik was ook zeker niet van plan er een tweede keer in te trappen. Maar nog steeds had dat me niet kunnen voorbereiden op dit.
Vandaag was de zaal compleet leeg in de ochtend. Geen brancard gelukkig midden in de zaal. En zo bleef het ook tot ongeveer de middag.
Tot de deur open ging en twee jonge mannen binnen kwamen met een wat oudere man in een rolstoel. Achteraf bleek hij de vader te zijn van de twee. Ze werden verteld hun vader op een leeg bed te leggen. Naar mijn verbazing moesten ze dit helemaal zelf doen en ik heb ze er maar bij geholpen. De man bewoog bij binnenkomst al niet meer. Nadat we hem op een bed gelegd hadden kwam een zuster volgens standaard procedures zijn bloeddruk meten. Ze leek hier nogal wat moeite mee te hebben. Toen het na een paar minuten nog steeds niet gelukt was ben ik naar haar toe gelopen om te kijken of ik iets kon doen om te helpen. Geen idee waarom ik het deed en eerlijk gezegd weet ik niet of ik het goed deed maar ik pakte de man zijn pols om te kijken of hij überhaupt een bloeddruk had om te kunnen meten. Ik had het Dr. Muta maandag zien doen. Zowel pols als pupil reflex checken. Omdat ik geen hartslag voelde trok ik half twijfelend zijn oogleden uit elkaar. Deels verwachtend dat de zuster me tegen zou houden omdat ik iets ongepasts deed en de patiënt overduidelijk nog leefde. Maar in plaats daarvan liet ze me mijn gang gaan en staarden twee doffe grijs-achtige ogen dwars door me heen naar het plafond. Het was de eerste keer dat ik zoiets van zo dichtbij zag en ik schrok ervan. Naast me maakte de zuster een teleurgesteld geluid en liep ze naar Dr. Muta toe om deze voor de zekerheid nog een keer te laten checken. Zijn zoons hebben er de gehele tijd bij gestaan. Ik wist niet wat ik tegen ze moest zeggen. Ik kon niet zo veel doen. Ja reanimeren maar ik was te verbaasd om überhaupt te vragen of dat mocht. Ik heb in de tijd dat ik hier ben nog niemand gereanimeerd zien worden en tot mijn verbazing begon Dr. Muta er ook niet mee toen hij aan kwam lopen. In plaats daarvan deed hij hetzelfde als ik en concludeerde hij waar ik al bang voor was. Op dat moment brak de jongere broer en werd hij door de oudere naar buiten geduwd. Deze kwam even later terug om nog wat dingen te bespreken. Alles was in Swahili dus ik heb er niets van kunnen verstaan.
De verbazing was nog niet half weg gezakt of er kwam alweer een brancard binnen gerold. Een motor ongeluk. Een man van 42 die binnen werd gebracht door twee mannen die op hun beurt gevolgd werden door nog 2 mannen. Ik ben er niet achter gekomen of de vier familie of vrienden waren. Drie van het gezelschap vertrokken weer en de laatste bleef bij de brancard. De man die er op lag had pijn. Veel pijn. Hij kreunde en ijlde en probeerde zich van de andere man los te worstelen om van de brancard af te komen. Met zo veel kracht dat ik te hulp moest schieten om hem erop te houden. Opeens leken alle doktoren en zusters uit de zaal te zijn verdwenen. Wat ik in het komende uur heb mee gemaakt ga ik voor de rest van mijn leven niet meer vergeten. Niemand was er. Alleen de man op de brancard en een andere man en ik die hem er op hielden. Op het eerste gezicht leek de patiënt van de buitenkant niet veel te mankeren. Hij had wat schrammen hier en daar en een wond op zijn achterhoofd die inmiddels al gestopt was met bloeden. Twintig minuten lang hebben we hem op de brancard moeten drukken. Toen kwam er een vrouwelijke dokter binnen met Muta gevolgd door wat zusters. Ik had de vrouw al eerder over de gangen zien lopen maar haar naam weet ik niet. Er was een röntgenfoto gemaakt en daaruit bleek dat hij een gebroken heup had en een ernstige hersenbeschadiging had opgelopen. Maar hij moest blijven liggen. Dus ik deed waar ik de afgelopen 20 minuten al mee bezig was geweest. Nog eens tien minuten later kwam het gezelschap van 3 weer terug de zaal in. Wat volgde was chaos. Ze begonnen te discussiëren met doktoren, zusters mengden zich erin en mijn taak werd overgenomen door een man uit het groepje. Alles was in Swahili en ik had geen idee wat er aan de hand was. Tot het moment waarop de vrouwelijke dokter een handgebaar maakte naar de wc's achterin. Op dat teken begonnen de 4 mannen de brancard in die richting te rollen. Eenmaal bij de deur van de wc's kon de brancard niet verder en moest de patiënt per rolstoel de wc in. Geen flauw idee wat ik kon doen of waar ik kon staan en totaal overvallen door de plotselinge wanorde die van de een op de andere minuut ontstond kon ik niets anders bedenken dan gewoon te helpen met de man in de rolstoel te hijsen. Ook al zou mijn eerste ingeving zeggen dat iemand met ernstig hersen letsel en een gebroken heup absoluut niet te veel bewogen mag worden.
En daar, toen ik hem vasthield, half in de rolstoel, half in de wc, ik compleet in paniek en omringd door 4 door elkaar roepende mannen die niets anders dan Swahili spraken, werd de patiënt slap. De man waar ik 10 minuten geleden mijn gewicht op moest drukken om hem liggende te houden bood geen verzet meer en zakte ineen op de grond. De 4 mannen sleepten hem vervolgens aan armen en benen verder de wc in en begonnen hem uit te kleden.
Op die wc, naakt, met niemand daar om te helpen behalve 4 mannen en een jongen die te verbaasd en geschrokken was om te kunnen realiseren wat er aan de hand was, stierf hij. Het moment was voor ons alle 5 overduidelijk. De mannen gingen rechtop staan en sloten de ogen. Wetens dat ze aan het bidden waren ben ik de wc uit gelopen om daar de doktoren en de zusters te zien zitten. Over foto's en papierwerk gebogen. Ik liep naar ze toe terwijl de mannen achterin alweer bezig waren de patiënt op de brancard te krijgen. De vrouwelijke doktor keek me aan en vroeg nogal verbaasd wat er gebeurd was. Ik zei dat ik dacht dat hij overleden was. Ook al wist ik het wel zeker.
De doktor begon uit te leggen dat de man al eerder een ernstig trauma aan zijn hoofd had gehad en dat ze niet veel hadden kunnen doen, maar dat er wel een zuster bij mij op de wc had moeten staan. Het enige wat ik nog wist te zeggen: "Oke en wie gaat nu beginnen met reanimeren?" Maar ze legde uit dat dat niet verstandig was in het geval van zo een hoofdwond.

Dit was een lange dag.
Blij dat het weekend is want een pauze heb ik even nodig.
Het is hier een rare wereld. Maar langzamerhand blijkt het spijtig genoeg de realiteit te zijn.

(0 from 0 votes)
 
Op reishttps://www.mytripblog.org/pg/blog/krichel/read/406676/op-reis
Op reis
 

Op reis   (published in Tanzania)

October 5, 2015 by   Comments(3)

Dag 1

Geen idee waar ik zal beginnen…
1 dag en al zo veel indrukken. Vanochtend vertrok ik vanaf Schiphol naar Kilimanjaro Airport in 7 uurtjes. Daar werd het vliegtuig getanked en wat nieuwe passagiers binnen gelaten. Na een uurtje pauze vlogen we in 3 kwartier door naar Dar Es Salaam Airport. Zodra je daar land moet je dus je paspoort, visum, en een ingevuld formulier dat je op het vliegtuig krijgt inleveren. Daarna word er een reeks vragen aan je gesteld over je verblijf en mag je door naar de bagageband (Als ze je goedgekeurd hebben tenminste).
Als je je bagage van de band hebt gepakt en door de deuren naar de hal loopt staan daar twee mannen met een bordje “Projects Abroad“ erop. Ze stelden zich voor als Alex (Chauffeur), en Seleman (gezelschapsman) en brachten me naar de host family. Het was een dikke 40 minuten rijden, maar het was al donker dus veel van de omgeving heb ik nog niet kunnen zien. Wel gehoord. Nja eigenlijk alleen maar toeters. Wat blijkt; ze doen hier niet echt aan verkeersborden en regels. Ze rijden links dus de tegenliggers rijden rechts. Wil je inhalen, afslaan, stoppen of juist keihard rijden? Gewoon doen. Mocht het dreigen mis te gaan dan is toeteren blijkbaar de algemeen geaccepteerde oplossing. Ik heb me die 40 minuten wel vermaakt.
Het huis is vrij afgelegen. 30 minuten met de bus (daladala genoemd) van daar naar het ziekenhuis. Je kan ook een soort tuktuk (bajaji) nemen. Deze zijn ietsje duurder maar zijn ’s avonds veiliger want ze zetten je af voor je huis en je kan ze met 5 personen delen.
Het huis heeft een redelijk grote tuin en is best mooi. Althans, de woonkamer, keuken en waar de familiewoont is mooi. De kamer die ik met een jongen genaamd Jan deel is een beetje achterstallig.
Ze heten de Kisanga familie. Twee jongens waarvan ik nou niet weet of het zoons zijn. Ik heb ze nog niet ontmoet maar ik weet dat 1tje Michael heet. Ook is er een dochter die het huis al uit is.
De ouders zijn een jaartje of zestig. Ze hebben zich voorgesteld maar ik ben de naam vergeten. Gelukkig mag ik ze papa en mama noemen. Ze spreken goed engels, wel met een zwaar accent maar goed engels.
Jan’s en mijn kamer staat los van het huis. Zowel letterlijk als figuurlijk in de zin van onderhoud. Het klinkt negatief maar zo is het niet bedoeld. Het is klein maar fijn. De ramen hebben gaas tegen de muggen, we hebben een koelkastje, een grote kast voor kleding, een slot op de deur, verlichting en dubbele ventilatie (zowel via een apparaat als via een gat in het plafond). Het gat in het plafond doet de functie van het muggengaas een beetje teniet. Het is ook een mooi uitgesneden vierkantje dat vooralsnog geen duidelijke functie heeft. Dat komt vast nog wel. Maar het beste is nog wel de eigen badkamer met douche, toilet en wasbak. Er lag als welkomstkado nog een half levende kakkerlak naast de douche die ik maar even uit zijn lijden verlost heb.
Jan is 3 dagen voor mij aangekomen en heeft uit bescheidenheid het 1-persoonsbed gekozen, wat voor mij een 2-persoonsbed overlaat.
Jan de bescheiden Duitser. Bescheiden, Duits, 18 jaar en heeft een overbeschermende moeder. Dat is mijn eerste indruk van hem. Dat hij een overbeschermende moeder heeft heeft hij me verteld, maar dat bleek ook uit zijn koffer toen hij deze opende. Alsof hij werkelijk de apotheek beroofd had. Toen ik hem liet zien wat voor spullen ik voor spullen ik uit voorzorg mee had genomen, pleisters, onsmetspul etc. Moest hij lachen en vroeg hij of ik maar 1 merk ontsmetter bij me had.
Jan de opscheppende doch bescheiden Duitser. Ik mag m wel.
Hij doet hetzelfde medische project als ik en had er al 2 dagen opzitten. En wat hij me allemaal vertelde heeft me even doen slikken. Er word voor iedereen een schema gemaakt voor jouw tijd hier waarin staat wanneer je waar bent ingedeeld. Jan begon bij minor theatre, dat is een soort eerste hulp. Zijn eerste dag moest hij een arts helpen die hij niet goed kon verstaan. Doordat hij niet wist wat de dokter zei werd deze boos. Blijkbaar koelde de dokter later gelukkig af. Heel erg af want nog geen half uur later kreeg hij een naald en draad in z’n handen geduwd en zei de arts: “Hecht jij deze maar even”. Zonder enige ervaring en met wat aanwijzingen van de arts is het uiteindelijk gelukt vertelde die. Ik was in de veronderstelling dat we mee zouden kijken met een dokter en eventueel een verband vervangen hier en daar.
Morgen word ik rondgeleid door het ziekenhuis en overmorgen begint m’n programma. Ik kan nu alleen nog even niet beslissen of ik er alleen maar meer zin in heb of het juist enger vind...

Dag 2

Om 9 uur werd ik opgehaald door Godwin. Ongelooflijk aardige en vriendelijke knul en weet werkelijk alles. Hij heeft me met de daladala naar het ziekenhuis gebracht en me afgestaan aan een man die me rond zou gaan leiden. Eerst moesten we alleen nog even wachten op dr Wandi, de projectbegeleider. Sarah uit Amerika, Freya uit Denemarken en ik. Ik heb nog niet echt de kans gekregen om meer over ze te weten te komen.
Het ziekenhuis is kleiner dan ik verwacht had. Maar ze hebben er wel een hoop afdelingen die zij “wodi’s” noemen. Als je door de hoofdingang naar binnen gaat kom je langs de receptie en dan op een kleine binnenplaats waar dingen als tandarts en oogarts en wat kantoortjes gevestigd zijn. Ook minor theatre zit hier aan vast. Ik werd naar rechts geleid een trap op. Boven zitten de kraamafdelingen. Apart van het hoofdgebouw en de binnenplaats liggen het mortuarium, de psychiatrische afdeling en de verslaafden kliniek. Nou weet ik dat ik natuurljk geen westers ziekenhuis had hoeven verwachten, en dat deed ik ook niet. Maar nog steeds zag het er vrij achterstallig uit. En na mijn eerste indrukken durf ik er geld op in te zetten dat Jan’s koffer beter bevoorraad is dan Mwananyamala Regional Hospital. De mensen zijn er onwijs aardig en ik heb zelfs mijn eerste woorden swahili van een aardige verpleegster geleerd.
Na een verbluffende rondleiding ben ik met Godwin naar het winkelcentrum gegaan voor een simkaart zodat ik wat makkelijker te bereiken ben voor hun.
Nu het licht is krijg ik pas een betere indruk van hoe Dar echt is. Het word gezien als redelijk grote stad. Maar de omgeving rond het ziekenhuis is arm. Heel arm. De huizen zijn klein en gaan op in het stof. De straten zijn vervuild en in de greppels ligt een gifgroene drap met muggen erin.
Je merkt dat je word nagekeken. Jan vertelde me gister dat hij op zijn eerste daladala rit bijna gerold is. Iedereen verteld je dat je moet oppassen want je ben wit, dus je bent rijk. Het is allemaal nieuw en spannend dus ik hou m’n tas klampachtig vast terwijl ik de mensen om me heen in de gaten probeer te houden. Maar onbewust word ik afgeleid door het Tanzaniaanse leven dat aan alle kanten binnen en buiten de bus gewoon doorgaat (Zelfs aan de onderkant van de bus heb ik het idee als ze niet beter uitkijken). Het is prachtig om te zien maar ja je word er raar aangekeken. Diezelfde busrit heb ik nog in een hevige staarwedstrijd gezeten met, en dit zweer ik je, een kind van nog geen jaar oud dat tegen z’n moeder aanlag en gedurende een aantal vrij ongemakkelijke maar grappige minuten 1 wenkbrauw opgetrokken had en mij daardoor een erg wantrouwende blik gaf.f
Jan vertelde me over zijn derde dag. “Vandaag weer iemand moeten hechten”, zegt ie. “We moesten de patient even laten liggen omdat de handschoenen op waren. Uiteindelijk was hij een liter bloed kwijt maar we hadden toen weer handschoenen dus we konden verder. Maar de patient kon niet betalen dus kreeg de dokter een discussie met hem. Ook kwam er een meisje van 5 binnen met brandwonden op haar benen die ze 6 dagen geleden had opgelopen. 6 dagen! De ontsteking was al begonnen dus het vel moest er af worden gesneden, zonder verdoving. Ik word nieuwsgieriger en nieuwsgieriger naar wat voor wereld ik morgen in beland.
Ik denk dat Jan wat ongeruste trekjes heeft overgenomen van z’n moeder. Hij kwam er achter dat hij een muggenbult heeft en sindsdien loopt ie ijsberend door de kamer. Ik heb hem er inmiddels van overtuigd dat er vast wel iets tegen muggenbulten of malaria in zijn draagbare apothekerszaak zit en dat het vast ook geen malaria mug was. Hij zit nu weer op z’n bed, enigszins nagelbijtend.
Morgen begin ik. Spannend....

Dag 3

Vandaag wa de eerste dag in 5 jaar dat ik twijfelde of de medische wereld wel iets voor mij is. Achteraf gezien had ik er niet verder naast kunnen zitten gelukkig.

De wekker stond om 06:00. Na het ontbijt zijn we met mama naar het ziekenhuis gereden. Ik zou een afspraak hebben met dr Wandi maar die was verhinderd dus ik kon gelijk beginnen op m’n eerst wodi. Wat blijkbaar minor theatre was, waar ik toevallig genoeg samen zou gaan werken met Jan. Minor Theatre is een kamertje van 5 bij 5. Daarin gepropt staan: een houten kast met beperkt aantal voorraden, een steriele oven waar katoen en tangen in liggen, een tafel met drie emmers en een doek om gebruikte voorwerpen in schoon te maken en twee bedden. De bedden hebben een oranje overtrek en zin van elkaar gescheiden door een plastic schermpje en aan de voorkant afgeschermd met een groen gordijn. Jan deed 1 bed en ik de ander. De dokter heette Alex. M’n eerst patient had een vaginale infectie die schoon moest worden gemaakt. Nadat iemand geholpen is betaald hij/zij in cash (Er hangt een lijstje met prijzen aan de kastdeur) en vertrekt weer. M’n tweede patient had een stoma die vervangen moest worden. Blijkbaar zijn er zo’n 3 stoma’s per dag.
Maar de derde en vierde patient ga ik nooit meer vergeten.
De vrouw die als derde binnen kwam leek op het eerste gezicht niets ernstigs te hebben. Wat gaas om haar linkerhand met wat tape eromheen. Maar er kwam al een nare lucht vanaf toen het tape werd losgemaakt. Er kwam een snee tevoorschijn die diagonaal over de hele handpalm liep. Zoals te ruiken was, was die gaan ontsteken, en niet zo’n beetje ook. De snee was diep en ontblootte bot en pees. De hand was twee keer zo dik als normaal en gevuld met ontstekingsvocht. De huid van de palm was dood. De dokter pakte de hand en vroeg of ik waterstof peroxide uit de kast wilde pakken. En toen begon die te duwen, al het vocht moest eruit en het scheelde niet veel of het bot kwam mee. En de vrouw begon te schreeuwen, te slaan en te schoppen. Maar het moest gebeuren dus de dokter stopte niet. Opeens vroeg die of ik er een dopje waterstof peroxide op wilde gooien. Ik was nog een beetje aan de grond genageld door het gekrijs dat door merg en been ging. Ik schonk een dopje in en goot het over de hand. Er kwam een licht sissend geluid vanaf en alles werd schuimig op de wond en het gekrijs nam toe, voor zover dat mogelijk was. Het ging maar door en bij elk dopje begon ik meer en meer trillen. Het leek een eeuwigheid te duren maar een aantal minuten, een hoop pus en een half potje waterstof peroxide later werd de wond afgedekt en verbonden. Toen merkte ik pas dat ik wit was weg getrokken en dat mijn maag 4 keer was rondgedraaid in m’n buik. Ik liep naar buiten om op de binnenplaats op adem te komen. Er zaten alweer patienten te wachten op de bank. Je kon zien dat ze zenuwachtig heen en weer schuifelden en door de klapdeur probeerden te kijken wat er aan de hand was. Ik denk ook niet dat een lijkbleke jongen die naar buiten schuifelde en op een bankje op adem moest komen hun echt op hun gemak stelde. “Die hand zal ze waarschijnlijk verliezen” vertelde dr Alex me later nog. En dat moment op die bank liet me dus zo twijfelen even. Wat nou als ik bij elk geval me zo voel?
Maar 5 minuten later voelde ik me al beter en moest ik weer door.
En dan de 4de patient. Een man met een vervuild verbandje om zijn rechterpink. Toen de dokter het verband eraf wilde halen bleek het nogal vast te zitten. Nogal uit het niets vroeg hij me of ik Nederlandse nummers kende (hij wist dat ik daar vandaan kwam) en of ik er 1 kon zingen.
Nog al verbaasd lachte ik het weg maar hij vroeg het nog een keer en toen heb ik nogal verbaasd met m’n stomme hoofd het eerste refrein gezongen dat in me opkwam. Keden-kedeng. Hierop begonnen de dokter en de patient te lachen en op dat moment trok hij het laatste stukje verband eraf. Tevoorschijn kwam driekwart pink. De afgerotte nagel bungelde nog aan het verband. Wonder boven wonder was er nog geen ontsteking, maark de wond was diep en het bot lag bloot. Het enige wat gedaan kon worden met het geld dat de man had was een verband eromheen en het steriel verbinden. Ik had goed geholpen zei dr Alex. Afleiding is het beste wat ze kunnen doen als verdoving te duur is. Mijn maag heeft zich gewoon de hele dag goed gedragen verder.

Ik heb een aantal dingen beseft tijdens mijn eerste dag stage van de 30.
80% van de patienten die komen zijn al behandeld maar komen terug met een infectie. Minor Theatre is onhygienisch. Na vrijwel elke patient word het bed schoon gepoetst met Nederlandse handzeep. De soort die jij en ik in onze badkamer hebben staan. De mesjes, afvalbakjes van ijzer en tangen enzovoorts worden de hele dag schoongemaakt in dezelfde drie emmers water met sop. Het ziekenhuis doet wat het kan en is nog steeds veel hygienischer dan de meeste straten van Dar. Iedereen krijgt infecties.
Daarnaast zijn de mensen zo arm dat, mocht ze iets mankeren, ze wachten met behandeling tot ze op sterven na dood zijn en ze echt niet anders kunnen dan geld uitgeven aan medische zorg. Veel patienten nemen ook hun eigen verband mee, want dat is in plaats van 2 euro, 1 euro 50. Het is lastig om te moeten zien en doen. Maar ergens geeft het voldoening. De mensen lijden, maar ze realiseren (meer dan ik zelf doe soms) dat je ze helpt en daar zijn ze dankbaar voor.

Na van 8:00 tot 16:00 gewerkt te hebben zijn Jan en ik nog even naar het winkelcentrum gegaan om wat bekender te worden met de omgeving. Elke straat lijkt nog op elkaar en we zouden op elke vierkante meter nog verdwalen. En dat gebeurde ook. Rond 5 uur namen we de bajaji richting huis. De wijk waar wij wonen heet Makongo Juu. Dat zeg je tegen de bestuurder en dan volgt deze een bepaalde route. Het is aan jou om aan te geven waar je er uit wilt. En daar gingen we even de mist in. Druk pratend hadden we opeens het gevoel dat we er al hadden moeten zijn. Maar opeens stopte de bestuurder in de middle of nowhere en zegt: “Get out”. Het was inmiddels half 6 en het begon al donker te worden te worden. Naast de woorden “Get out” sprak hij geen ander woord Engels. Dus na een paar minuten angstzweet hebben we een projectbegeleider gebeld die Swahili spreekt. Die sprak met de bestuurder en die begon op zijn beurt weer te rijden. Een paar minuten later herkenden we onze sgraat terug.
Michael schijnt dus de zoon van het gezin te zijn. De andere jongen heet Andrew en is een neef. Michael is een jaartje of 25 en is vrij weinig thuis. Hij nodigde ons uit voor een drankje bij het wikelcentrum. Hij zou ons voor onze veiligheid ook weer thuisbrengen met zijn auto.
Daar zijn we wat andere vrijwilligers tegengekomen. We hebben afgesproken om morgen naar het strand te gaan met iedereen. Rond 12 was het wel mooi geweest en iedereen vertrok. Wij hadden alleen 1 probleempje. Michael was dronken. Met enige zenuwen zijn we dus maar in een bajaji gestapt. Het is ons later verteld dat dat vrij gevaarlijk kan zijn maar dit keer letten we goed op en waren we in 1 keer thuis.
Morgen en overmorgen ben ik vrij om de stad te verkennen en wat foto’s te maken. Eerst uitslapen want het was een lang dag...

Dag 4

Na 3 dagen acclimatisatie ben ik er achter gekomen dat er een aantal punten zijn die belangrijk zijn voor orientatie. Onze wijk; Makongo Juu.
Een vrij groot winkelcentrum dat meer richging het rijkere gedeelte van Dar ligt; Mlimani City Mall.
Het heeft best wat faciliteiten. Een hoop cafe’s en barretjes, een KFC, 3 grote winkels: Nakumatt, Game en Mr Price. Daartussen staan wat snackbarretjes, banken en telefoonprovidersl En, wat me nog het meest verbaasde, een bioscoop. Ze draaien er grote amerikaanse films, en locale. In het weekend betaal je voor een kaartje 12000 shilling (4 euro 80), doordeweeks 8000 (3.20) en op manic Monday 6000 (2.40). De niet locale films zijn engels gesproken.
Een ander belangrijk punt is makumbushu (mbushu). Hier staan alle daladala’s geparkeerd. Er word van alles verkocht, mensen lopen overal doorheen, er zijn geen duidelijk verkeerslijnen en er word constant getoeterd en geschreeuwd om de bussen vol te krijgen met passagiers want eerder vertrekken ze niet. Kortom: het is chaos. Maar zolang je ervoor zorgt dat je op een bus stapt die naar de juiste plek rijdt, is het heerlijk om gewoon even door de massale chaos heen te slenteren en allerlei bizarre indrukken in je op te nemen.
Het ziekenhuis waar ik werk is nou niet echt groot of centraal maar voor vrijwilligers is het een goed herkenningspunt. Mwananyamala Regional Hospital. Het laatste punt dat ik tot nu toe heb gezien is Mwenge. Het is een simpele, maar vrij grote markt. Ik ben er nog niet geweest. Misschien morgen. Vandaag zouden we naar het strand gaan. Kunduchi beach. Het heeft hele grote beachresorts en is onwijs mooi maar er komen duurt even. Jan en ik liepen richting mbushu om daar op een daladala te stappen. Opeens komt er een man naar ons toe (Fabian vertelde hij ons later) en begon met ons te praten. Toen we vertelden dat we naar Kunduchi moesten zei hij dat hij daar toevallig ook heen moest. Hij leidde ons mbushu over en een heel stuk verder langs de grote weg. Op het moment dat we om wilden draaien zei hij dat dala dalas duur zijn en lang duren. Je kan beter met hem een auto delen. Iets later stopte er een witte auto zonder taxi teken of wat dan ook en we zouden moeten instappen. Toen we weigerden en een daladala aanhielden en instapten stond Fabian er op om ons te begeleiden naar het strand. Weigeren was niet echt een optie want hij zat al in de daladala. Het was 3 kwartier naar Kunduchi. Toch betaal je maar 20 cent ervoor. Fab's verhaal over duur was dus onzin. Eenmaal daar aangekomen sta je recht voor de ingang van allemaal beachresorts. Toen we daar naar binnen gingen om aan te sluiten bij de rest is onze grote vriend maar vertrokken.
Je betaald 5000 shilling om binnen te mogen. Het is er werkelijk prachtig. Een groot wit gebouw met mozaieke betegeling. Binnen en bhuten zwembaden met grote glijbanen. Tuinen met palmbomen die overlopen op een hagelwit strand van 300 meter breed bij eb, en 50 meter breed bij vloed. Deze lopen weer over in een warme indische oceaan. Je word er op je wenken bediend en je kan er van alles eten en drinken. In de verte ligt het kleine eiland Mbuya, waar je op het strand kan overnachten onder de sterren. Een paar inwoners varen tussen ons door erheen in lange houten bootjes waar ze met zo’n 8 inzitten. 2 staan op de punten en roeien met een lange stok, 4 zitten aan de rand en peddelen met kleine peddels en 2 zitten in het midden en scheppen met platic bakken uit alle macht het water uit de boot dat door alle kiertjes naar binnen sijpelt. Hier en daar zijn wat windsurfers en verder op de kust ligt een groot, verroest en verlaten schip maar verder is het strand grotendeels verlaten. Het is er echt prachtig.
Ik heb de kans gekregen de andere vrijwilligers wat beter te leren kennen. Jan en ik zijn in een groep van ongeveer 14 de enige jongens. Ze zijn leuk om mee te praten dus ik heb een gevoel dat het wel goedkomt de komende 6 weken. Ik heb weer een hoop ervaringen mee gekregen van de vrijwilligers die hier al een tijdje zitten, Zo vertelde eentje me dat het zo schijnt te zijn (het was haar ook alleen maar verteld) dat als je als toerist ooit bestolen word je “thief” moet roepen. De inwoners pakken de dief dan op nogal lugubere wijze aan. Dit kan door hem in de fik te zetten of door hem achter een auto te binden en hem te slepen tot dood erop volgt. Nou vind ik het een moeilijk verhaal om te geloven, dus ik hoop dat ik er niet achter hoef te komen of het onzin is.
Tot vandaag was ik alleen in het gebied rond het ziekenhuis geweest. Het is daar ergarm, maar je hoeft maar 10 minuten in de daladala te zitten en je komt al in rijkere delen.

Dag 5

Vandaag Mwemge bezocht. Iedereen daar loopt op je af en wil je iets verkopen. Toen ik op een klein zaakje afstapte stonden er opeens 3 mannen en 2 vrouwen met spullen achter me. De eigenaar van het winkeltje was vriendelijk en zei dat ik gewoon foto’s mocht maken en zei zelfs dat ik achter in het zaakje kon komen kijken naar hoe alles gemaakt word. Een beetje nerveus door de 6 mensen die tegelijk tegen me praatten ook half de ingang blokkeerden heb ik beleefd afgeslagen. De spullen die ze verkochten waren verbluffend mooi. Van zelfgemaakte houten figuurtjes tot geschilderde doeken. Als je eenmal een beetje op je gemak komt is het eerlijk gezegd best leuk praten met ze. Blijkbaar is er het weekend van de 25ste een landelijke verkiezing. 1 partij, die van John Magufuli, is al 50 jaar aan de macht. Het schijnt een heftige strijd te worden tussen Magufuli en de oppositie, Ukawa. De oppositie staat tot dus ver op winnen en de stad belooft helemaal uit z’n dak te gaan. Misschien slim om dan niet in de buurt te zijn. Ook al zou ik het aan de andere kant wel willen meemaken...

(0 from 0 votes)
 
Op reishttps://www.mytripblog.org/pg/blog/krichel/read/406035/op-reis
Op reis