click to dismiss

Please logged in to see pending comments.

UsernamePassword

| Lost password

December 2013

bijgewerkt t/m 29 december   (published in Kenya)

December 30, 2013 by   Comments(3)

Maandag

Na het afscheid zijn we vanuit de Kanyemba lodge teruggereden naar het dorp Chirundo. Onderweg nog even de enorme stam van een Baobab vereeuwigd. Wat een omvang hebben deze bomen. Bij het pontje aangekomen moesten we even wachten want de schipper en zijn bemanning hadden net pauze. Met een hand- en armgebaar werd het ons duidelijk dat wanneer ze de koffie op hadden er weer gevaren zou worden. Typisch Zambia, pauze nemen wanneer het jou uitkomt. We bedachten dat ze in het dorp onze linkerbuitenspiegel wel zouden kunnen maken. Rond 9.15 uur reden we het dorp binnen en zochten we een garage op. Nu is dat niet zo moeilijk want elke winkel is hetzelfde. Ze verkopen er van alles en ze hebben van alles en als het onverhoopt niet hebben dan weten ze wel iemand die het wel heeft. Voor een bandenhandel bleven we staan en meteen hadden we drie Zambianen om de auto staan waarmee ze ons wel niet van dienst konden zijn. Joost wees op de spiegel, er kwam een schroevendraaier voor de dag en binnen een halve minuut was de spiegel er af en waren de jongens verdwenen. Voor 100 Kwacha konden ze er wel een nieuwe spiegel insnijden. Een op maat gemaakte spiegel kwam er dus in. Maar we konden er niet tegen kijken of weg waren ze. Een politieauto werd ook bij de bandenhandel geparkeerd en die kreeg nieuwe banden. Dat gaat nog met de hand. Geen machine komt er aan te pas maar met hulp van bandenlichters en een hamer wordt er gewisseld. Gelukkig hoeven ze hier niet elke zomer en winter van banden te verwisselen. Intussen ging Joost wat foto’s maken in het dorp en ik schoot er ook een paar. Na een tijdje kwamen we terug om te kijken hoe het er met de spiegel voor stond. Die zat er nog steeds niet op maar er verscheen een wat armmoedige zeepstaafverkoper bij het autoraam en die begon stampei te maken. Hij wilde van Joost 300 Kwacha hebben omdat er foto’s waren gemaakt. Nog niet eens van hemzelf maar van de winkelstraat en van het leven op straat. Hij werd echt heel vervelend en dreigde de politie erbij te halen. Gelukkig was die vlakbij en hij ging op zoek naar de dienstdoende agent. Die kon hij blijkbaar niet vinden want na enige ogenblikken kwam hij terug en trok fel van leer dat Joost toch echt moest betalen want anders had hij een groot probleem. Met 200 Kwacha nam hij ook genoegen. Ik heb hem met verheffende stem vriendelijk maar nadrukkelijk verzocht weg te gaan bij de auto. Hieraan gaf hij gehoor en ging weer op zoek naar de politie agent. De eerste echte etterbak van een Zambiaan. Het was inmiddels tegen 11 uur toen een van de spiegelglaszetters terugkwam en vertelde dat het nog tien minuten zou duren omdat de coating niet wilde drogen. Dat leek me wat stug want de temperatuur was inmiddels ruim boven de 30 graden en op de motorkap kon je een eitje bakken. Shit daar kwam die etterbak weer aan. Nu niet op agressieve toon maar zalvend. Hij had koekjes zien liggen bij het voorraam en wilde die wel hebben. Afgesproken dat hij weg zou gaan als hij een koekje kreeg. Joost gaf hem een koekje maar dat was niet genoeg want hij wilde het hele pak hebben en wilde die ene terug geven. Toen we hem duidelijk maakte dat het zo echt genoeg was heeft Jan hem er nog twee snoepjes bij gegeven maar hij bleef zeuren om het hele pak. Nu werd ik weer boos en hij stak gauw het koekje in zijn mond en verdween voorgoed. Wat een vreselijk vervelende vent was dat. Bij een van de winkeltjes was een schilder bezig om reclame aan te brengen op de gevel. Uit de losse hand bracht hij heel strak de letters op de muur aan. Tjonge wat knap. Ook een olievaatje schilderde hij zo na met de letters erbij. Ik stond met verwondering te kijken hoe hij dat allemaal deed. Toen ik de tekst nog eens goed bekeek zag ik dat hij een fout had gemaakt. In plaats van tyres stond er tyes, hij was de r vergeten te schilderen. Joost ging naar hem toe en maakte hem erop attent. Hij was er erg blij mee en meteen schilderde hij witte verf over het onjuiste woord. Dat herhaalde hij nog twee keer en je zag er niets meer van. Verbaasd zag ik dat hij meteen het goede woord begon te schilderen maar realiseerde mij meteen dat de verf natuurlijk binnen 3 milliseconden droog was. Inmiddels liep het bijna tegen twaalf uur en zaten we al zo een twee en een half uur te wachten op de spiegel maar uiteindelijk kwamen ze er mee terug en zat er keurig een nieuwe spiegel in gesneden. Echt vakwerk wat hier geleverd wordt. Het dorp uit en linksaf geslagen naar de Zimbabwaanse grens. Tegen de grenspost aan zijn we gekeerd om niet in moeilijkheden te komen. Zimbabwe is nu niet het meest geschikte land voor blanken. Op de heenweg kwamen we een bordje tegen over versteend hout. Er schijnt dicht aan de oppervlakte versteende bomen te liggen. We zijn hier gestopt en liepen naar het monument waar wat informatie stond geschreven over het versteende hout. Ik kende het wel uit musea vandaan maar had het nog nooit zien liggen in de natuur en hier lagen dan diverse woudreuzen als versteende objecten. Al snel kwam er een vrouw naar ons toegelopen die de gids bleek te zijn. We zijn door haar rondgeleid en hebben een paar reusachtige bomen gezien. Gewoon liggend op de bodem en rondom allemaal versteende resten hout. Het is ten strengste verboden om het mee te nemen maar een heel klein stukje steen, of hout, gleed mijn broekzak in. Ik gaf haar aan het eind van de rondleiding 10 Kwacha en ze vertelde nu een goede Kerst te hebben. En dat voor 1 euro 30! Op weg naar Kafau zijn we gestopt voor een lunch. Op de menukaart werd al aangegeven dat de bestelling binnen een half uur geserveerd zou worden. Nou, nou….waarschijnlijk zijn ze vergeten er een één voor te zetten want het werd anderhalf uur. Ook de Zambianen rond ons vonden het wel wat lang duren gezien de reacties naar de serveerster. Het tentje zat op zich al wat vreemd in elkaar. Voedsel bestelde je bij de ene balie en rekende het daar af en drinken bij een andere balie en rekende je daar ook af. Toen we de lunch achter de knopen hadden reden we naar het pompstation waar we op de heenweg hadden getankt en waar ik geld kon pinnen. Wat een rij auto’s stonden daar te wachten op een tankbeurt. Ik ben niet in de rij aangesloten maar heb geprobeerd om alleen te pinnen maar dat lukte niet omdat de automaat leeg was. Ik zag bij het tankstation allemaal mensen staan met kleine jerrycans. Elk werd gevuld en dat nam heel veel tijd in beslag. Net buiten Kafau een stalletje met wat houtsnijwerk. Hier even gestopt omdat er wel hele mooie dingen stonden. De prijzen vielen erg mee en ik kocht een pennenhouder voorzien van nijlpaard. Erg leuk dingetje en ik heb ook nog afgedongen…schaamteloos eigenlijk. Lusaka was zoals te doen gebruikelijk erg druk en we zijn zo een anderhalf uur bezig geweest om de stad door te komen. De verkeersregelaars waren soms niet goed te zien door de dikke rookwalm van de vrachtauto’s. Wat een smog hing er, om misselijk van te worden.  Ik heb medelijden met die verkeersregelaars. Voorbij Lusaka bij een tankstation geprobeerd diesel te krijgen maar deze was uitverkocht. Gelukkig had de buurman verderop nog wel diesel en konden we met een volle tank naar Chisamba rijden waar we de rest van de vakantie verblijven.

 

Dinsdag 24 december

Vandaag is het een dagje in en bij het chalet geworden. Wat gelezen, blog geüpload en rondgehangen in het restaurant. Wat mij opvalt aan het land is dat er heel veel jonge moeders rondlopen. Meisjes van dertien, veertien jaar die zwanger zijn of al een kind op hun rug dragen. Het schijnt hier redelijk normaal te zijn dat je er ‘vroeg bij bent’. Ik zie meisjes rondlopen die zelf nauwelijks hun kindfase zijn ontgroeid met een kind in een rugzak. Sommige zijn iets ouder en hebben dan al twee kinderen. Eén in de rugzak en de ander op de buik in een soort hangmatje. Ik heb medelijden met deze kinderen. Je bent vanuit je kindfase meteen ouder. Ik vind het bijna op verkrachting lijken en na acht jaar is één van de twee kinderen al gestorven. Wat een leed. Ik begrijp helemaal niets van deze cultuur. Het is me geprobeerd uit te leggen maar dan nog wil het er niet in bij mij. Ik blijf het zielig vinden en heb medelijden met deze kindmoeders. Wat oudere moeders, zeg maar van tussen de 20 en 40 jaar vervoeren geen kinderen meer op hun rug of op hun buik. Dat is veranderd in het dragen van materiaal op hun hoofd. De vrouwen gaan vaak gekleed in de mooist gekleurde rokachtige gewaden . Fel gekleurde blouse aan en op hun hoofd een mand, een tas, een kist, een teil, een jute zak of wat dan ook. Alles wordt op hun hoofd gedragen en vervoerd. De tas vol met boodschappen, een mand met gedroogde vis, een jute zak met wol of iets dergelijks en ik zag er zelfs eentje met een opgerold matras op haar hoofd, in evenwicht houdend en kaarsrecht lopend. Soms hebben ze een opgerolde doek tussen het voorwerp en hun hoofd liggen maar soms ook helemaal niets. Mannen daarentegen vervoeren alles op de fiets. Op de bagagedrager wordt letterlijk alles vastgeknoopt. Drie grote zakken met houtskool, fietsen kunnen ze dan niet meer maar lopen ernaast. Complete deuren, balken, planken, een tafel, een soort van theekastje, stoelen en zelfs een keer een bed. Maar ook manden met kippen en zelfs een levende geit die zijn poten bij elkaar waren gebonden, snelbinder erover en fietsen maar. Dat dat allemaal kan in Zambia.

’s Avonds zijn we weer eens zwaluwen gaan vangen. Vandaag de nodige zwaluwen zien vliegen en hopelijk waren ze nog niet weggetrokken. We waren wat aan de vroege kant en er waren geen zwaluwen te bekennen maar toen de netten stonden en het geluid aan stond vormde zich al snel een zwerm die later aanzwol tot zo een 3000 zwaluwen. Hier kwamen ook de sperwerachtige roofvogels op af en al snel hing er eentje in het net. Het leek wel of de groep niet wilde slapen bij de netten maar meer aan de waterkant. Waarschijnlijk een beetje opgeschrikt door de andere minimaal zes sperwers die er nog rondvlogen. Jan en ik zijn wezen kijken hoe het er aan de achterkant van het riet uitzag en of we daar eventueel wat netten zouden kunnen plaatsen. Dat werd nog een hele opgave want het veld is erg zompig. Jan liep achter mij te zompen en plotseling hoorde ik hem niet meer. Daar stond hij een meter bij zijn laarzen vandaan met zijn sokken in de prut. Hij was zijn evenwicht verloren en wilde dit herstellen maar de laarzen bleven achter in de modder en zijn voeten schoten eruit. Voor Jan hoefde het niet meer. Ik ben nog even doorgelopen en zag dat er wel mogelijkheden waren en morgen zullen we kijken of er netten kunnen opzetten. Aan het eind van de avond hadden we zo een 80 zwaluwen geringd.

 

1e Kerstdag

Half zeven stapte ik onder de douche want er hingen nog een 20 zwaluwen die gewogen en gemeten moesten worden en dan is uitslapen er niet bij. Ook de bijvangsten werden weggewerkt. Vandaag een 10 tal oeverzwaluwen en twee rietzangers erbij. Europese vogels. Tegen acht uur liepen we naar het ontbijt toe. Merry Christmas werd er al geroepen tegen ons, alle serveersters kennen ons hier inmiddels. Vandaag waren ze allemaal in herkenbare groene shirts gestoken met op de rug gedrukt ‘Fringilla Farm’. Heel herkenbaar en ontzettend mooi contrasterend met hun huidskleur. Eigenlijk passen alle felle kleuren bij ze. Dat is zo mooi aan deze mensen, die hele donkere bijna zwarte huidskleur, alle kleuren passen. Onlangs zag ik een voor Zambiaanse begrippen lange vrouw met een felgele broek aan. Viel ze niet op vanwege haar lange verschijning dan was het wel haar broek. Het misstond niet maar kleurde leuk. In Fringilla loopt een blanke manager rond, een ietwat magere lange man. Ook al zo een opvallende verschijning. Is het niet vanwege zijn postuur dan wel vanwege de gelijkenis met John Cleas van Fawlty Towers. Wat lijken ze veel op elkaar en het verrassende is dat hij zich net zo gedraagt. Het managen van het restaurant en de lodges maar ook altijd een grap en een grol. Maar of het ook altijd verkeerd gaat dat weet ik niet. Met warm weer heeft hij een versleten cowboyhoed op. De randen van de hoed hangen slap rond zijn hoofd en het is geen gezicht. Maar het geheel heeft wel weer wat. Vanmorgen stond hij ons al op te wachten bij het ontbijt en zag ik dat hij een zilverkleurige kerstslinger om zijn hoed had gebonden waar hij de hele dag mee rondgelopen heeft. Het zou vandaag druk worden bij Fringila vanwege de braai en de grote speeltuin die ze hebben. Braai is goed te vergelijken met een soort lopend buffet. Ouders met kinderen komen hierop af en de kinderen vermaken zich in de speeltuin en de ouders met het eten. Tja, wat doe je anders op 1e Kerstdag. Gewoon rondrijden net als wij deden om vogels te kijken. Langs de hoofdweg is een afslag naar Chisamba en we hadden ons voorgenomen om het dorp te gaan bezoeken. Bij de afslag stond een roadblock opgesteld en we werden wederom staande gehouden. Een zeer jonge politieagent, waarschijnlijk net uit de luiers, begon me daar van leer te trekken over het ontbreken van de rechterachterspatlap. Hij liet wel even weten dat het 180 Kwacha kostte als we het niet repareerden. Zo ging hij nog even door met het misbruiken van zijn macht. Gelukkig kwamen we er zonder bekeuring af en konden we doorrijden naar Chisamba. Een behoorlijke weg zonder kuilen en gaten maar ook weer helemaal niet druk. Voor de vogels goed want die zaten vlak langs de kant van de weg en we konden ze mooi observeren. Na een kilometer of twintig kwamen we in Chisamba aan. Een kruispunt met aan één kant van de weg winkeltjes en aan de andere kant een paar stalletjes. Dat was Chisamba! Stelde helemaal niets voor. Ergens, wat in mijn beleving het centrum was, stond een kerk en er was een marktje, een echt Zambiaans marktje met kleding, schoenen, groente, vis, fietsreparatiemiddelen, elektrotechniek en een stalletje met dvd’s en cd’s. Daar kocht ik er eentje met als titel Hakuna Mungu Kama Wewe en in de auto meteen geprobeerd maar hij deed het niet, dan thuis maar luisteren of het wat is. Uiteraard waren de drie blanke mannen het hoogtepunt van de markt want volgens mij was het hele dorp uitgelopen om ons te zien. Volgens de kaart konden we doorrijden naar een ander dorp en dan weer terug komen op de snelweg bij het roadblock. Dus volgden we het rode zandpad en zagen we wel waar we zouden uitkomen. Het rijdt niet lekker want in het pad zitten allemaal ribbels die waarschijnlijk ontstaan door regenwater. De weg loopt enigszins bol en het water wordt naar de zijkant afgevoerd en laat dus zo een ribbel achter. De ribbels zijn net stevig en groot genoeg om er last van te hebben. Dus hobbelden we voort en zongen het liedje, ‘het karretje dat op de zandweg reed….’ Onderweg veel lemen hutjes en overal vroegen ze om een kerstgift maar daar zijn we maar niet op ingegaan want dan waren we aan het eind van de weg arm geweest. Via het dorpje Miswa dat we uiteindelijk vonden afgeslagen naar de snelweg. Ook deze weg was hetzelfde en hotsend kwamen we langs een groot veld met tabaksplanten en een veld met soja. Dan moet er ook een dam in de buurt zijn en ja, die vonden we. Daar stonden drie vrouwen te vissen om hun avondmaaltje bij elkaar te vangen. We hebben van afstand wat foto’s gemaakt en we hadden de indruk dat ze het niet erg vonden en dat ze zelfs een beetje poseerden voor ons. Aan de voet van de dijk zat nog een vrouw met haar zoontje te vissen en bij haar hebben we een tijdje staan kijken. De hengel is eenvoudig en gemaakt van olifantsgras, dat lijkt tenslotte op bamboe en daar werden vroeger onze hengels ook van gemaakt. Het dobbertje was ook van olifantsgrasgemaakt. Het was niet verzwaard met lood of zo maar het bleef drijven en als het onder werd getrokken dan zat er vis bij. Het dobbertje hield de bovenkant en de onderkant van het snoer vast. Een haakje met een worm was het aas en vangmiddel. Niet echt heel effectief maar wel doelmatig en toen het dobbertje onder water werd getrokken zagen we warempel dat ze een visje ving. Niet zo groot maar waarschijnlijk erg smaakvol want ze gooide het in een emmertje waar er meer n zaten, Allemaal van dezelfde lengte van ongeveer vijf cm. ’s Avonds zijn Joost en ik nog even achter de zwaluwen aan gegaan en dat werd een succesvolle vangst. We hebben de netten op een andere plaats opgezet, dichterbij het water en je kunt er met de auto vlakbij komen. Toen we de balans opmaakten hadden we bijna 150 zwaluwen geringd. Een mooi aantal.

 

2e kerstdag

Een rustig dagje. Lekker kerstfeest gevierd in de warme zon bij ongeveer 30 graden. We zijn weer vogels wezen spotten en het weggetje genomen tegenover Fringilla Farm. Er stond nu veel minder water ondanks dat het veel had geregend. Er waren greppeltjes gegraven om het water sneller te laten afvoeren. Dat heeft geholpen want de plas van de vorige keer van zo ongeveer 50 meter was bijna geheel opgedroogd. Nog wel wat plassen maar dat mocht geen naam meer hebben. Deze plassen hadden overigens een geweldige aantrekkingskracht op vlinders. Ze kwamen op het vocht af om te drinken. Tientallen bij elkaar en met hun roltong nippend aan het water. Talloze ‘gewone’ witjes maar toch mooi omdat ze niet echt wit waren zoals onze koolwitjes maar gebroken crèmekleurig. De aders in de vleugels waren donker getint en staken mooi af tegen de lichte achtergrond. Oranje gekleurde vlinders met allemaal zwarte vlekjes in hun vleugels kleurde mooi op de gele ondergrond. Grote pageachtige blauwe vlinders vlogen wild over de plassen heen. Moeilijk te fotograferen omdat ze snel waren met de oplopende temperaturen.  Maar ook hele mooie getekende vlinders met zwarte vleugels en blauwe weerschijn er in. Gele vlinders met paarse grote ogen of donkere met blauwe vlekken. Het was een pracht en wat een verscheidenheid aan soorten. We knipten maar raak met het fototoestel. Vogels lieten het afweten vandaag maar er voor in de plaats allemaal vlinders. Eind van de ochtend keerden we weer terug van onze trip en na de lunch heb ik de ringgegevens bijgewerkt. Dat was ook nog een heel karwei. Maar het was lekker weer, een beetje drukkend, en uit de zon in de schaduw was het goed vertoeven. Langzaam begon het dicht te trekken en in de verte kwam het onweer naderbij. Eerst regen en toen het onweer. Vlakbij want plotseling sloeg de bliksem in een boom voor de lodge. Wat een knetter en wat een ontlading. Je voelde als het ware de opgebouwde druk wegvloeien. Nauwelijks van de schrik bekomen sloeg tien seconden later achter de lodge de bliksem opnieuw in. Flits en geluid is gelijktijdig en het is zo een heerlijk scherp geluid. Het kraakt door je lichaam heen. Zwaluwen vangen ging helaas niet door want met onweer en regen wil dat nu eenmaal niet.

 

27 december

Bij het opstaan was het warm en van het onweer van gisteren was niets meer merkbaar. Het ontbijt kan ik inmiddels wel uittekenen en is iedere dag hetzelfde, geen variatie. Toast, dat zijn geroosterde witte boterhammen, gekookt ei, slap roerei, tomaat al of niet gebakken, witte bonen in tomatensaus, sausage, uitgebakken spek en boerewors. Boerewors is een grove saucijs. Het vult goed en tot ruim na de middag kun je er op teren. Maar wel elke dag hetzelfde. Hierna zijn we op het terrein van Zambeef ons laatste rondje wezen rijden. Jan en Joost vliegen morgennacht terug naar huis. Het terrein is goor echt goor. Koeien- varkens- en kippenmest wordt overal neergegooid en laat men gewoon door de natuur opruimen. Een gedeelte was zelfs aan het schuimen en het mestvocht uit het schuim sijpelde als zwarte drab het meer in. Ook overal afval gedumpt, plastic, papier, hout en metaal. Een grote vuilnisbelt waar koeien tussen grazen. Gedeeltes staan in brand, waarschijnlijk om ruimte te maken. Ongedierte komt hier op af en dat trekt weer varanen aan. Soms hele grote jongens. En aan de lucht die er hangt te ruiken wordt slachtafval ook gedumpt. Witruggieren en Maraboes genieten hiervan. Ze leven erop, letterlijk en figuurlijk. De Zambianen vernietigen hun eigen land op deze manier. Een goede stroom voor vuilverwerking ontbreekt en door de tomeloze kaalkap staat er straks geen boom meer. Het gaat hard, heel hard. Zo explosief als de bevolking groeit zo explosief holt het land achteruit. Maar uit deze tragedie is ook een lichtpuntje te halen, al is het maar heel erg klein. Zwaluwen gedijen bij Zambief ook goed want het trekt enorme bulten vliegen aan en daar zijn de zwaluwen vanuit Europa naar op zoek. Ondanks deze vervuilde omgeving trekt het ook vogels aan. Het meertje, de bush, het gras, de slikranden en de hogere bomen bieden voldoende afwisseling voor van alles en nog wat. Vandaar dat het er leuk is om vogels te kijken en de stank nemen we op de koop toe. Toen we een vogel wat beter wilde observeren reed ik de berm in en zag daarbij een stuk opgerold gaas over het hoofd. Toen ik weg wilde rijden schoot het om de draaiende cardanas heen en we hadden een megaprobleem. Achteruit, vooruit maar het bleef om de as heen gedraaid zitten. Met een combinatietang wat draden doorgeknipt en allengs kregen we meer ruimte. Gelukkig liet het na een paar keer knippen los en konden we het terug wikkelen. Met vereende krachten hebben we het onder de auto vandaan getrokken en konden we de reis voortzetten. De middag hebben we voor ons zelf besteed en ik heb nog wat liggen lezen en aan mijn blog gewerkt. In de loop van de middag trok de lucht weer helemaal dicht en we eindigde de dag met onweer. Het leverde wel een paar leuke plaatsjes op want de onweerslucht was echt diep zwart en in een boom zaten een paar heilige ibissen en koereigers. Beide soorten wit van kleur en aftekenend tegen de donkere lucht. Zwaluwen vangen….nee vandaag niet.

 

28e Afscheidsdag

Vannacht vliegen Joost en Jan terug naar Nederland en ik ga morgen naar Kabwe. Ik ben dan de komende week bij de Burton familie te gast. Hoewel, zij gaan op wintersport in Frankrijk en ik pas op de honden. Ik ben dan alleen op de grote ranch van 2400 ha. Na het ontbijt zijn we voor de allerlaatste keer een rondje wezen rijden. Het werd niet zo een lange rit want we moesten uiterlijk om 12.00 uur terug zijn. Edwin ging dan de auto wassen zodat ik Joost en Jan met een schone auto zou wegbrengen naar Lusaka. We hebben het weggetje gereden dat we al eens eerder hadden gereden met de door de bliksem getroffen boom. We hadden goede herinneringen aan het pad want er zaten toen een heleboel vogels. Dat viel nu tegen en we waren op tijd terug. Ik begon inmiddels wat zenuwachtig te worden want ik moest vanavond in donker naar Lusaka. John Claes had tijdens de lunch verteld dat rijden in het donker geen pretje is. Hij vertelde anekdotisch dat zelfs de honden en katten dronken waren en plotseling konden oversteken. Zelf gebrouwen bier wordt onderling verhandeld in oude melkpakken, als deze leeg zijn worden ze achteloos weggegooid zoals dat gaat in Zambia. Door de achtergebleven geur van melk denken honden en katten dat de achtergebleven bierresten melk is. Op deze manier worden ze dronken en kunnen dan pardoes de weg oversteken met alle gevolgen van dien. Niet alleen honden en katten maken het verkeer in donker onveilig maar ook fietsers. Ze fietsen naast de snelweg tegen het verkeer in. Uiteraard geen verlichting, donkere kleren en niet zichtbaar. Reflecterende banden of plaatjes, die kennen ze niet. Onzichtbaar dus. Wandelaars is ook zo een verhaal. Je ziet ze niet en je schrikt je te pletter als er plotseling eentje opduikt in je koplampen. De weg zelf is ook niet altijd even goed zichtbaar. Strepen ontbreken, kattenogen kennen ze niet en reflectiepaaltjes hebben ze nog nooit van gehoord. Hoe hou je je auto op de weg in het donker? Het verkeer zelf is ook gevaarlijk. Soms ontbreekt er een koplamp of een achterlicht. Dan heb je geluk dat je ze nog kan herkennen aan het nog brandende lichtje. Soms hebben ze helemaal geen licht en doet het knipperlicht dienst als waarschuwing dat er iemand rijdt en wellicht voor een beetje verlichting voor hun zelf. Het meest irritante is wanneer tegenliggers hun grote licht niet dimmen. Dat is echt vervelend want je wordt even verblind en door de ontbrekende belijning heb je ook geen oriëntatiepunt om je op te richten. We zijn er bijna want op de snelweg staat af en toe een auto of vrachtwagen stil. Motorpech, een klapband, een ongeluk of de chauffeur slaapt gewoon en zet zijn vrachtwagen in de berm! Zambia, een land met mogelijkheden! Niet te geloven, maar als je geluk hebt staat er een gevarendriehoek achter de auto, met minder geluk liggen er takken op de weg om je te waarschuwen en met dikke pech liggen er waarschuwingsstenen. Aan links rijden moet je gewoon wennen. Vanavond was er nog een extra omstandigheid. Het onweerde en het spoelde. Daarom was ik best wel een beetje nerveus om naar het vliegveld te rijden. Maar goed, het vliegtuig wacht niet en Joost en Jan moesten er om 00.45 uur er in zitten. Gelukkig is de heenreis allemaal goed gegaan ondanks dat het toch nog tamelijk druk was. De terugreis verliep met twee kleine angstmomentjes. Ik nam op een rotonde een verkeerd afslag en kwam op een donker smal weggetje uit. Gelukkig kon ik na korte tijd keren maar zag een hele diepe kuil over het hoofd. Het asfalt was afgebroken en meteen was er een kuil naast. Het liep gelukkig goed af maar ontdaan door de schrik was ik afgeleid en reed aan de verkeerde kant van de weg wat een hoop geknipper van een tegenligger opleverde. Het tweede angstmoment kwam vlak bij Fringilla lodge toen er een vrachtwagen geschaard op de weg stond. De oplegger stak tot bijna op de helft van de weg en nergens een waarschuwingsteken. Dit was echt een gevaarlijk moment maar ook heel angstig want als je het te laat ziet word je zo ongeveer onthoofd. Zonder verdere kleerscheuren mijn bed bereikt.

 

29 december.

Wat stinkt het toch in de auto. Er hangt al dagen een ondefinieerbare geur in de auto. Ook de enorme lading vliegen in de auto wijzen op iets dat niet in de haak is. Voorlopig krijgen de laarzen de schuld die we hebben gedragen tijdens het zwaluw vangen bij Zambief. Waarschijnlijk zit er wat viezigheid in het profiel. De rekening van de hele week betaald en op naar Kabwe. Maar ik kon niet weg want Edwin was bezig met de auto schoonmaken. Ik kon volgens hem niet met een vieze auto in Kabwe aankomen. Gisteren had hij hem nog schoongemaakt en ik ben alleen maar naar Lusaka heen en weer gereden. Toen hij klaar was heb ik hem een Nieuwjaarscentje gegeven en waren we beide blij. De reis ging voorspoedig en ik was al snel in Kabwe. Ik had me voorgenomen om even door het stadje heen te lopen. Ik hou wel van die kleurrijke marktjes met al die kraampjes waar van alles wordt verkocht. Ik stalde de auto onder de ‘slavenboom’ en ging te voet het dorp in. Eerst even door de winkelstraat. Ik denk dat het koopzondag was want alles was open en overal lag waar uitgestald. Ik zag dat het paddenstoelenseizoen ook was geopend. Overal lagen op kleedjes paddenstoelen uitgestald met daarachter een verkoopster, gestoken in de mooiste kleuren. Sommige paddenstoelen hadden wel een hoeddoorsnede van 50 cm. Wat een grote champignons hebben ze hier, echte champions. Ik ontdekte achter de winkels een overdekte markt. Brutaal ben ik hier doorheen gelopen. Groente en gerookte vis kwam ik tegen. Maar ook nog een paar houten lepels en ik kon het niet laten. Ook gedroogde kleine visjes, zo groot als een uit de kluiten gegroeide guppy. Grote bergen vis, visjes en hele kleien visjes maar ook overal vliegen. Deze deden zich te goed aan de vis en ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze op de vis hun eieren zouden leggen. Ik genoot van de plaatselijke handel en wandel. In een hok zaten wat kippen in de bloedhete zon. Eén van de kippen had het wat moeilijk want die zag er meer dood dan levend uit. Twee kleine meisjes kochten ieder een kip en vasthoudend aan de bij elkaar gevouwen vleugels liepen ze ermee weg. Ik dacht nog, die liggen vanavond op het bord. De auto weer opgezocht en naar de familie Burton gereden. Het ontvangst was hartelijk en ik pakte mijn koffers en bracht ze naar mijn kamer. Toen ik de pot oploskoffie, die los in de auto lag, wilde opruimen pakte ik de etensbak waar ook de thee, de suiker de jam de suiker en de eieren in zaten. De eieren waren door de warmte geploft en veroorzaakte een afgrijselijke stank toen ik de deksel open deed. Ik denk dat ik de bron van de vieze geur heb gevonden. In de loop van de middag ben ik met Donald een rondje wezen lopen en hebben tegelijkertijd de honden uitgelaten. Donald moest even bij het vee kijken of alles nog in orde was. Het was bijna driekwartier lopen toen we het vee vonden. Door het weiland en door een bos en uiteindelijk in een vallei waar ook water was stond het vee te grazen. Donald inspecteerde het vee en ik zong zachtjes voor me uit; ‘Old Mac Donald had een farm….iaiaoooo’! Op de terugweg hier en daar het hekwerk gecontroleerd en ik waande me weer even terug in Kenia. Het had nog steeds niet geregend vertelde hij en ik merkte aan hem dat hij daar zorgen over had. Normaal is de dam rond kerst helemaal gevuld en nu staat er nog steeds nauwelijks water. Het was de eerste keer sinds 34 jaar dat het zo droog was. Geen water, geen plantenleven en geen inkomsten, het was een makkelijk optelsommetje. Onderweg vlakbij  de boerderij vonden we een hele grote paddenstoel. De hoed had wel een doorsnede van zo een 30 cm. Donald plukte hem af en gooide de steel weg. Niet eetbaar, maar de hoed is smaakvol leerde hij me. Bij terugkomst hadden we in het tuinhuis ‘pizzabijeenkomst’. Daar is een houtoven gemaakt en Donald had voordat we weggingen de oven aangestoken. Nu lag het hout lekker te smeulen en kwam er een hete gloed van de kooltjes af. Debbie had intussen deeg gemaakt en we maakten op deze manier onze eigen pizza’s. De bodem rollen, ingrediënten erop en hup de oven in. Ook de meegenomen paddenstoel werd in stukjes gesneden en versierde de pizza, en zo had ik een echte pizza di fungi. Heerlijk! Helaas gooide een droge onweersbui roet in de pizza en ben geen zwaluwen wezen vangen. Het dreigde enorm met donkere wolken en zware klappen maar geen spatje regen. In de nacht heeft het wat geregend maar tijdens het ontbijt was het alweer opgedroogd. 

(0 from 0 votes)
 
bijgewerkt t/m 29 decemberhttps://www.mytripblog.org/pg/blog/ltervelde/read/321423/bijgewerkt-tm-29-december
bijgewerkt t/m 29 december
 

bijgewerkt t/m 22 december   (published in Kenya)

December 24, 2013 by   Comments(3)

Maandag, frisse start van de week

Op een groot bord langs de T1, de hoofdweg dwars door Zambia, staat uitnodigend geschreven dat je een bezoek kunt brengen aan de Zebrafarm. Niet alleen zebra’s maar ook andere wildsoorten komen er in het 4000 ha grote park voor. Het is eigenlijk een soort dierentuin zonder kooien maar wel omheind met een groot hekwerk. De weg erheen is modderig, stenig, soms keiig met een stoflaag van rode gravel. Volgens het bord is het vijf kilometer rijden. Onderweg langs de weg een arme oude compound bestaande uit kleiige hutjes met rietachtig dak. Veel spelende kinderen, bij de hutjes zittende ouders en puberende jongeren die samenklitten. Soms zwaaien ze uitbundig en soms zijn ze wat verlegen. Maar altijd vriendelijk. Ter hoogte van de ingang van de compound een kuil die vol stond met water. De kuil was niet echt diep maar wel bijna 50 meter lang. Voorzichtig sturen en gas houden. Langzaam draaiden de wielen zich een weg uit de plas vandaan. Veel vogels onderweg en we hadden ogen te kort om alles goed te kunnen bekijken. Uiteindelijk kregen we de afslag naar de Zebrafarm. Langs een meertje waar hamerkoppen stonden en knobbeleenden dreven, reden we richting een gebouw verscholen tussen de bomen. Vlak bij het gebouw dat een huis was kwamen twee bloedachtige honden ons al verwelkomen. Grote kop en stevige bek was afschrikwekkend maar het gezwaai van de staarten verraadde dat er goed bloed in zat. De vrouw die achter de honden aan kwam lopen was minder gecharmeerd van ons bezoek en ze gedroeg zich als een pitbull. ‘Wat we hier moesten en waarom we niet hadden gebeld’. Verontschuldigingen hielpen nauwelijks en dat we uit Holland kwamen ook al niet. We waren niet welkom en we kregen een folder en konden weer rechtsomkeer maken. Ze vertelde nog even dat ze uit het Franstalige deel van België kwam en dat ze last hadden van wilde honden. Vannacht was ze met iemand naar het ziekenhuis geweest die aangevallen was door een roedel. Haar man was nu op zoek naar de honden om ze af te schieten. Verder had ze geen tijd en we moesten het erf verlaten. In de folder stond dat ze een farm runden met wilde dieren en dat er van alles mogelijk was om deze te bewonderen. Dat kon te paard, te voet en met de auto. Ook kon je een lodge huren om er te verblijven. Als je op deze manier met je gasten omgaat zal je weinig aanloop hebben denk ik. We trokken ons terug en reden de rode gravelweg verder af, niet terug naar de snelweg maar dieper de bush in. Onderweg nog allerlei mooie dingen gezien zoals authentieke hutjes en kleiachtige huisjes. Twee kinderen zwaaiden uitbundig naar ons en voor dat gedrag hebben we ze beloond met een lolly. Ze genoten zichtbaar. De weg eindigde bij Nachilala Community Police Post. Daar stonden een paar stenen huisjes en aan de andere kant van de weg een rieten hutje. Kleine kinderen vermaakten zich met een soort krijgerspel en de allerkleinste zaten bij moeder op schoot of hingen op haar rug in een doek. We stapten uit en maakten kennis met de families. Ongedwongen en vrolijk stonden ze ons te woord. We genoten van elkaar. Toen het tijd was om afscheid te nemen heeft Joost de hele gemeenschap nog een Kerstgift gegeven in de vorm van geld en ze waren er erg blij mee. Wat is het toch fijn dat je mensen met een kleine gift heel gelukkig kan maken. De auto gekeerd en teruggereden naar de hoofdweg want daar waren we al zo een dikke 25 kilometer bij vandaan. Plotseling moest Joost vol in de remmen want er stak een schildpad over. Mijn eerste natuurlijke levende schildpad. Uitgebreid gefotografeerd en toen zagen we ook allemaal libellen vliegen. Tientallen mooi gekleurde exemplaren rood, geel en blauw. De fraaiste kleuren schoten door elkaar heen. Mannetjes en vrouwtjes vormden tandems en af en toe een paringswiel. Eitjes werden afgezet in het water tussen het gras. Het had hier enorm geregend en het land was behoorlijk nat. Ik vraag me af of er lang genoeg water staat voordat de eitjes uitkomen en de larven groot genoeg zijn. In mijn beleving is het dan allang weer droog en zijn de eitjes verschrompeld. Gelukkig onderweg geen verder oponthoud, behalve dan om af en toe een vogel te bekijken. En wat voor een vogel! De grootste loopvogel van de wereld. Daar stond meneer ons aan te gapen, tussen twee bomen in onttrokken aan het zicht. Ik had de struisvogel meer toegedicht aan droge open vlaktes maar deze stond tussen de struiken in het groene weiland. We kregen het vermoeden dat dit wel eens een gefokt exemplaar kon zijn en dat werd later ook bevestigd. Helaas konden we deze niet aan onze langer wordende vogellijst toevoegen. Terug in Fringilla hebben we even gegeten en de rest van de middag heeft een ieder voor zichzelf besteed.

Het chalet staat vlakbij een varkenshouderij. Vanmiddag zagen we in een open kar een stuk of 20 geslachte varkens hangen. Geen koeling en allemaal vliegen er omheen. Vanmorgen stond er een vrachtwagen met kippen die werden uitgeladen. Die werden ook geslacht. Handig zo een dubbel functionerende slachtplaats. Op het terrein van de lodge vliegen ’s avonds veel vleermuizen rond. Grote hondachtige vleermuizen, waarschijnlijk fruit etende dieren. We hebben er ook eentje in de boom ontdekt en die hangt elke dag op precies dezelfde plaats. Mooi om te zien.

Vanavond weer geen zwaluwen gevangen, ze zijn er niet. We hebben het vermoeden dat ze voor de depressie uit zijn vertrokken naar betere gebieden met meer insecten. Hopelijk komen ze snel weer terug want zonder zwaluwen is het erg kaal.

 

Dinsdag 17 december 2013

Regen? Ik hoorde toch duidelijk water stromen. Tussen slapen en wakker worden dringt het niet goed tot je door. Het leek wel of er iemand stond te douchen en het was nog behoorlijk donker. Normaal is het om 6.30 uur al helemaal licht. Inmiddels helemaal wakker realiseerde ik me dat we zouden gaan vangen. Een ochtendvangst. Joost kwam inmiddels uit de douche gelopen en ik kleedde mij ook aan. Het was droog maar er stond wel wat wind. Het duurde even voordat we de slag te pakken hadden met het opzetten van de netten maar toen we dat onder de knie hadden stonden ze ook zo. In de gaten waar de stokken in staan hadden we de vorige keer takken gezet zodat je ze makkelijk kon terugvinden. Het leek er aanvankelijk op dat het een matige ochtend zou worden maar gelukkig hing het tweede rondje redelijk vol met vogels. We lieten de vrouwtjes van de bishops meteen los want het verschil met widowbirds is niet te zien. De mannetjes van de Southern Red Bishop kwamen al mooi op kleur en zijn inmiddels goed te herkennen. Een Malachite Kingfisher, een IJsvogeltje met kuifveren, is een waar plaatje en de sunbird, een soort kolibrie, viel er bij in het niet. Het werd een mooie ochtend, met iets teveel wind konden we 55 vogels van een ring voorzien. Ook weer een aantal Europese soorten erbij zoals de rietzanger, fitis, tuinfluiter, grasmus en bosrietzanger. Verder allemaal Afrikaanse soorten waarbij de Tropical Boubou wel een van de mooiere is. Ze kunnen trouwens wel gemeen bijten want het zijn net klapekstertjes.  Toen we de netten gingen opruimen vlogen er zowaar boerenzwaluwen rond. De eerste in dagen. Het waren er niet veel maar toch… Rond een uur of 10 waren we weer bij het chalet en Jan stond ons al op te wachten. Hij was deze morgen niet meegegaan en had lekker uitgeslapen. Na de lunch zijn we een stukje gaan rijden, om wat meer van de omgeving te zien. Op de kaart had Joost een mooi weggetje gezien waar enkele riviertjes langs stroomden. Toen we bij de weg aankwamen bleek deze te zijn afgesloten in verband met wegwerkzaamheden.  Gelukkig had Joost ook een alternatief en ietsje noordelijker zou volgens de kaart een soort rondweg lopen die vlak bij de lodge zou uitkomen. Deze afslag vonden we al snel en de weg veranderde in een dun asfaltlaagje met kuilen en hobbels. Omdat de kaart niet heel erg gedetailleerd is konden we niet goed uitvogelen hoe we in een haakse bocht moesten rijden. Volgens de kaart moesten we rechtdoor maar dat was geen weg maar een rood pad vol met kuilen en gaten en erg veel water. Dan maar het asfalt volgen en kwamen een blanke boer tegen die ons toch echt verzekerde dat we die weg moesten hebben. Hij zei nog….’het wordt steeds slechter’ en met een ‘ja, we zien het wel’ zijn we het slechte pad ingereden. Meteen al kwamen we langs een compound en de kindertjes zwaaiden vriendelijk naar ons. Ook wandelaars en fietsers kwamen we op dit slechte pad tegen. Het bleek een heel vogelrijk weggetje te zijn en we stopten vaak om de vogels goed te observeren. We konden een aantal nieuwe soorten aan de lijst toevoegen en de mooiste was wel de wood-hoepoo, een spechtachtige vogel met hele warme kleuren. Het pad werd slechter en hebben voor de zekerheid de vierwieldrive ingeschakeld en al hobbelend en stotend reden we steeds dieper het woud in. Wat een prachtige stilte en wat een sereniteit. Alleen de geluiden van vogels, geen stoorzenders van wegen, mensen of vliegtuigen. Dit is zo mooi van dit land. Als het donker is dan is het ook echt donker en als het stil is dan is het ook echt stil. Soms verbrak een vogel de stilte. Na bijna 10 kilometer dit pad te hebben gevolgd zijn we gekeerd en teruggereden. Op de heenweg hadden we midden in een boerenland een reusachtige boom zien liggen met brandsporen aan de stam. Vermoedelijk was deze getroffen door de bliksem en daardoor geveld. Helemaal uitelkaar gedrukt lag hij daar in het gewas. De takken lagen erbij als afgerukte armen. Wat heeft bliksem dan ook ongelofelijke krachten… Maar we konden niet te lang stilstaan want we moesten op tijd terug zijn om te kijken of we een paar boerenzwaluwen zouden kunnen vangen. Na ons te hebben omgekleed zijn we naar onze zwaluwvangplek gereden en toen de netten stonden en het geluid de zwaluwen moest lokken gebeurde er aanvankelijk niets. Maar gelukkig meldden de eerste zwaluwen zich na een minuut of tien en begon het groepje te groeien tot een 20 stuks. Helaas was er een sperwertje actief die de groep wegdreef. In riet hoorden we wat grote karekieten en toen ik het geluid van de soort opzette was er meteen leven in de brouwerij. Enkele vlogen richting het net maar bleven er niet in hangen. Wel rietzangers! Gelukkig kwam de groep zwaluwen terug en was behoorlijk aangedikt. Zo een kleine 100 zwaluwen wilden wel bij het geluid slapen. Helaas was er een sperwerachtige vogel die roet in het eten gooide want hij sloeg op een zwaluw en had een hoop veren te pakken maar de zwaluw vloog door. Dit schrok de zwaluwen zo af dat ze ijlings hoger gingen vliegen en uiteindelijk tegen donker kaarsrecht naar beneden zakten het riet in, en voor ons dus onvangbaar waren. We konden 9 zwaluwen bemachtigen en 6 bijvangsten waaronder een grote karekiet.

 

Woensdag 18 december

De boer van gisteren had ons verteld dat de afgesloten weg niet echt was afgesloten. Parallel liep een weggetje waar je over kon rijden om de werkzaamheden te mijden. Dus zijn we vandaag teruggekomen op ons oorspronkelijke plan en zochten we deze weg weer op. Onderweg kocht ik nog wat bananen want sinds gister heb ik last van diarree. Ik hoop dat de bananen het wat kunnen stoppen. De verkoopster van de bananen vroeg aan een andere verkoopster om één Kwatcha omdat ik die nog terug zou krijgen als wisselgeld. Ik hoorde haar in haar taaltje zeggen dat het wisselgeld van één Kwatcha voor de mzungu was. Nu ken ik gelukkig een paar Swahili woorden en wist dus dat het over de ‘blanke man’ ging… Met bananen op weg naar de afgesloten weg. Het parallel weggetje was erg slecht, diepe kuilen en plassen zorgden voor een trage voortgang. Maar uiteindelijk kwamen we toch aan bij de werkzaamheden en de weg die er zou komen te liggen zag er fraai uit. De omleidingsrouteweg ging nu over op de authentieke weg. Deze was zo mogelijk nog slechter. In plaats van rijden kropen we nu voort over de ‘hoofdweg’. Wel ontzettend leuk om het echte Zambiaanse leven te zien. Hutjes van leem met een strooien dak waren nu schering en inslag. Overal langs de weg stonden deze hutjes alsof ze als paddenstoelen uit de grond waren gerezen, want ze lijken er enigszins op. Heel veel enkele, soms een paar bij elkaar en soms gingen ze over in stenen gebouwtjes en reden we door een dorpje heen. Overal fietsende mensen, lopende mensen en zittende mensen. Mensen met mango’s, houtskool en bananen. Geen auto komt er langs maar toch proberen om wat te verkopen. Soms komt er een volgepropte matatu langs, die hier en daar mensen afzet en oppikt. Wellicht kopen zij af en toe eens wat. Armoe troef, denk ik. Matatu’s? Je gelooft je ogen niet, wij met onze hoog op de wielen staande, vier wiel aangedreven Nissan had het moeilijker en zwaarder dan die matatubusjes. Tjonge wat een chauffeurs zijn dat. Maar of ze ook rekening houden met hun passagiers? Na een uurtje of anderhalf schommelen vroegen we ons af waar we zaten. Op de kaart leek de weg niet zo heel lang maar was dat ook zo? Het volgende dorp konden we ook al niet terug vinden op de kaart en we reden, althans hobbelde een uur verder zonder een dorpje of zo tegen te komen. Wel veel typische Zambiaanse hutjes overal en af en toe een vierspan ossen die een éénschaar ploeg voorttrokken. Iets van landbouw was hier te bespeuren. Gelukkig kwamen we in de ‘bewoonde’ wereld aan. Gewapend met de kaart zijn we naar het leugenbankje onder de boom gelopen waar een stel jonge mannen zaten te praten. Het duurde even voor ze wisten in welk dorp ze woonden maar uiteindelijk wisten ze ons te vertellen welke weg we moesten hebben naar Mumbwa. Volgens de mannen was het nog een heel eind maar ze wisten niet precies hoe ver. Om er zeker van te zijn hebben we onderweg twee jongens aangesproken die zich bezig hielden met een kudde vee. Ze spraken niet of nauwelijks Engels maar ze dachten dat we op de goede weg zaten. De volgende poging, een oudere man, kwamen we ook niet verder mee. Het enige wat hij ons probeerde duidelijk te maken was dat hij de andere kant op moest en wel mee wilde rijden. Verder hobbelend kwamen we uiteindelijk een fietser tegen die dacht dat het ongeveer 25 kilometer was naar Mumbwa maar het was zeker een uur en een kwartier lopen! We begonnen steeds meer te twijfelen en toen we eindelijk een auto zagen naderen hebben we de chauffeur gevraagd of hij het wist. Gelukkig kon hij ons vertellen dat het nog 65 km was en het positieve hieraan was dat de slechte weg na 15 kilometer over zou gaan in asfalt. We reden het asfalt nog niet op of naast een vrachtwagen stond een Zambiaan naar ons te wuiven. Althans dat dachten wij maar het betekende liften en zo gebeurde het dat we de laatste 50 kilometer naar Mumbwa een Zambiaan als gezelschap hadden. Het was een behoorlijke weg en we schoten lekker op, af en toe even remmen voor een fietser op de snelweg maar dat zijn we inmiddels gewend. Waar ik niet aan ben gewend is dat ze ook in donker over de snelweg fietsen en daarbij geen verlichting voeren, nu vallen ze zelf ook al niet veel op in het donker en dat kan leiden tot gevaarlijke situaties. Een ander opvallend fenomeen was dat we precies één tegenligger zijn tegengekomen in 50 km asfalt! Nu begrijp ik ook waarom de wegen zo slecht zijn want ze worden toch niet gebruikt door auto’s. In Mumbwa getankt, zowel de auto als de inwendige mens. Waarna we de snelweg namen naar de hoofdstad Lusaka. Onderweg weer hetzelfde beeld, weinig autoverkeer, veel fietsers en heel veel wandelaars. Halverwege stonden ze langs de weg. Reuzen! Neerbuigend kijkend naar hetgeen er onder hun gebeurd en al honderden jaren lang. Baobabs. Wat een gigantische bomen zijn dat. Niet echt heel erg hoog maar vreselijk dik. In het regenseizoen zuigen ze water op in hun stam en in droge tijden van schaarste gebruiken ze dit dan. Zeg maar, een kameel onder de bomen. Na de nodige foto’s genomen te hebben reden we weer verder richting Lusaka. Onderweg kwamen we nog een merkwaardige loopvogel tegen die de weg overstak, het bleek een Black-bellied bustard te zijn. Weer een nieuwe soort! Dichterbij Lusaka komend liep het verkeer steeds verder vast en slibde het op den duur dicht. Nu is links rijden al een opgave maar in de spits in de hoofdstad echt geen pretje. Ik had ogen en een spiegel te kort. Joost had onderweg namelijk de linkerbuitenspiegel eraf gereden. Een overhangende tak zorgde ervoor dat de spiegel  brak en uit zijn houder rolde. Op twee bijna ongelukjes na ben ik er zonder kleerscheuren doorheen gekomen maar het zweet klotste in mijn oksels. De zwaluwen hebben we deze avond met rust gelaten want we waren aan de late kant terug en het regende. Een mooie dag waarin we een pietepeuterig deel van het land hebben gezien maar wel zo een 370 km achter de knopen hadden. Ik was ook aardig moe van het schommelen, hotsen en stoten de hele dag. O ja, en weer geen zwaluwen….

 

Donderdag 19 december

Een rustig dagje want morgen moeten we een paar uur rijden naar de Lower Zambezi. Na het ontbijtje zijn we aan de overkant bij Zambeef een rondje over het terrein wezen rijden. Op zoek naar vogels. De Southern Red Bishops komen steeds verder op kleur en sommige zien er al prachtig uit. Niet veel nieuwe soorten erbij vandaag. Er zijn wellicht in de duivengroep nog wel een paar te scoren maar deze zijn schuw en laten zich niet gemakkelijk zien. Over de dijk rijdend zagen we de prachtig gekleurde IJsvogel weer, de Malachite, wat is dat toch een fraai beest. Volgens mij weet hij dat ook van zichzelf want hij ging vlakbij op een rietstengel zitten in de zon en liet zich uitgebreid fotograferen. Op de oever streek een jong Afrikaanse visarend neer, niet zo heel ver van de weg af. We reden er voorzichtig heen en konden een paar foto’s maken toen hij opvloog en in een kale boom neerstreek. Daar zaten er nog drie! Twee volwassen en twee jonge exemplaren. Ze zaten niet al te ver en we hebben de nodige foto’s kunnen maken. Ik heb zelfs een foto waar drie visarenden tegelijk op staan. Het liep tegen het eind van de ochtend en boven ons chalet onweerde het en dreigde het naar regen. Omdat Joost en ik wasgoed buiten hadden hangen wat al redelijk droog was zijn we terug gereden om dat binnen te halen. Na de lunch hebben we de spullen wat bij elkaar gezocht en de koffers al wat gepakt want morgen is het Lower Zambezi time! Op naar de olifanten, nijlpaarden en wellicht een luipaard zodat ik met mijn big five een full house kan scoren.

 

Vrijdag, nieuwe indrukken dag…

Het ontbijt was gewoon slecht te noemen. We waren al vroeg opgestaan omdat we een lange reis voor de boeg hadden. Snel de auto ingepakt en richting ontbijt gegaan. Tot onze verbazing waren ze de boel nog aan het opstarten. Geen eieren, geen pap en half gevulde schalen. Er stonden al mensen te wachten en het vreemde was dat de kok iedereen apart bediende met gebakken eieren. In plaats dat hij er voor zorgde dat de schalen zo snel mogelijk gevuld werden, dan had iedereen wat te bikken. Maar nee… We namen een droog broodje en gelukkig was er ook nog een geroosterd broodje zodat we enigszins onze magen konden vullen. Tijdens het afrekenen heb ik hier wat van gezegd en onze rekening werd ruim gehalveerd. Dit kon echt niet en van het beleid snapte ik al evenmin iets. Op naar de Lower Zambezi! Joost heeft het hele stuk gereden en tot aan Lusaka was er geen vuiltje aan de lucht maar toen slibde het weer dicht en moeizaam zijn we de stad doorgekomen. Ten zuiden van Lusaka zijn de betere wijken gesitueerd. Wat een groot contrast. Kolossale woningen gesitueerd op de mooiste plekken afgewisseld met armoedige hutjes. Ik hoef niet na te denken hoe het hier verdeeld is tussen blank en zwart. De natuur werd ook steeds mooier en het enigszins vlakke landschap ging steeds meer over in heuvelachtig gebied. Ook onderweg de nodige roadblocks tegengekomen waar politiecontroles plaats vonden. De agent die ons tegenhield wilde even een praatje met ons maken. Hij was namelijk al jaren op zoek naar de auto waarin wij reden. Hij vond het een mooie wagen en was onder de indruk van de krachtige motor die er in ligt. Dat klopt ook wel want het is een soort tank deze auto. Toen kwam het hoge woord eruit. Hij had wel interesse in onze auto en wilde hem wel kopen. En zo stonden we midden op de weg te onderhandelen over de verkoop van een auto…de achterliggers stonden gewoon te wachten en de rij werd steeds langer. Moet toch niet gekker worden. In Kafau hebben we diesel en geld getankt. Ik zou vanmorgen met de creditcard alles afrekenen maar ik heb Maestro en dat werd niet geaccepteerd want ze hebben Visa in Fringilla lodge. Maandag rekening contant af maar dan moet ik genoeg geld op zak hebben. Na Kafau werd het klimmen en dalen want er kwamen steeds meer bergen. Plotseling weer Baobabs in het zicht. Ze vallen al van verre op door hun dikke stam. Apenbroodbomen worden ze ook wel genoemd. Even de auto geparkeerd om wat foto’s van de bomen te maken en van het riviertje dat we net waren overgestoken. Bij het riviertje waren een stuk of 12 kinderen aan het vissen met vitrageachtige netten. Ze hielden de onderkant op de bodem en lieten er wat zak in komen en trokken de bovenkant omhoog. De andere kinderen porden met stokken in het water om de vissen op te jagen. Een effectieve methode maar weinig vangst. Ik zag dat ze het twee keer herhaalden en dat ze niets vingen. De derde keer hadden ze meer geluk want nu hadden ze een grote vis maar helaas ontsnapte deze. Een van de jongetjes dook er nog achteraan maar kon hem niet meer bemachtigen. Ze vonden het erg vreemd dat een mzungu hen aansprak en ze waren ook erg verlegen. Misschien wel de eerste blanken die tegen hun praat. Ik vroeg een van de jongetjes hoe ze de vis opaten, of deze werd gekookt of gebakken maar daar kwamen we niet uit. Maar dat onschuldige in hun ogen, dat pure waarmee ze je aankijken, dat blijft toch ontzettend mooi. De reis ging verder maar minder snel want de weg werd steeds slechter, diepe kuilen en ontbrekend asfalt zorgde daar voor. Dit is de hoofdweg naar Zimbabwe! Je kunt je niet voorstellen dat er geen onderhoud aan de weg is. Vangrail ontbreekt ook en ravijntjes van enkele honderden meters vlak naast de weg zijn geen uitzondering. Opvallend was dat er steeds meer vrachtwagens vanuit Zimbabwe kwamen aanrijden, ze houden nergens rekening mee want ze slingeren over de hele weg om de kuilen te ontwijken. Mocht je er toevallig rijden…ga maar snel aan de kant want zij doen het niet! Ik weet nu ook wat een bijna doodervaring is. Het landschap werd steeds droger en droger en tussen de kaalkap door kwamen we weer terecht in het echte Zambiaanse leven. Armoe troef, mensen die langs de weg mango’s proberen te verkopen, of houtskool. Houtskool is het grootste probleem van de snelle ontbossing in dit land. Wat gaat dat hard! We reden Chirundo binnen en moesten voordat we de grens overstaken naar Zimbabwe toch echt linksaf. Ergens in het dorp een bordje met wat namen van lodges erop maar niet de onze. Toch maar afgeslagen en we kwamen van de regen in de drup wat de weg betreft. Geen asfalt meer maar weer zo een niet aangeveegde gravelbaan. Roland Garos ligt er beter bij. Hetzelfde verhaal wat betreft plassen en kuilen maar nu ook stenen erbij.  Wat een puinhoop en overal staan hutjes, lopen mensen en zijn ze aan het werk op een klein akkertje. Ik zie mensen hier ploegen met ossen, met hakscheppen spitten, met macheta’s gras maaien, en allemaal zwaaien als we langs rijden. Indrukwekkend mooi, maar o zo achtergebleven. Ook zie ik jonge meiden van nauwelijks 16 of 17 jaar oud die al een kind op hun rug dragen. Later hoorde ik dat de leeftijd nog lager ligt dat ze soms al kinderen hebben. Je kunt het je niet voorstellen dat een kind een kind draagt. Na een kilometer of 10 kwamen we bij het pontje aan. Vlak voor het pontje scoorden we onze eerste echte in het wild levende papagaaien. Krijsbeesten zijn het. Wat een herrie kunnen die maken. Het pontje kwam al aanvaren vanaf de overkant en we konden er zo oprijden. We staken de Zambezi over, de rivier waar we het komend weekend zouden verblijven. Nog armoediger, nog droger en nog stoffiger werd de gravelbaan en plotseling stonden we voor onze lodge. Een oase in de woestijn. Wat een prachtige omgeving en pal gelegen aan de Zambezi. Uit onze lodge kijken we uit op nijlpaarden die liggen te badderen in de Zambezi. Heerlijk om hun knorrende lach weer te horen. Zo goedmoedige geluiden die ze maken maar o zo gevaarlijk. Nijlpaarden doden meer mensen in Afrika dan slangen. In de ontmoetingsruimte stonden we even een frisje te drinken toen er nog drie Nederlanders aankwamen. Bleken bij de KLM te werken. Een piloot, een stewardess en een vriend van de piloot. Nadat we kennis met ze hadden gemaakt zijn we met een boot de Zambezi opgegaan. Wat een avontuur. Het begon al goed  met vier Grielen die op de oever liepen. Komen in Nederland sporadisch voor en nu zag ik er vier tegelijk! Wat een grote ogen heeft die vogel. Ik kende ze natuurlijk al vanuit de vogelgids maar om ze dan in levende lijve tegen te komen is toch weer heel anders. Maar ik was nog niet bekomen van mijn verbazing toen een enorme nijlpaard stier zijn hoofd uit het water stak. Vlak bij de boot. Ik schrok me drie slagen in de rondte maar de bootchauffeur vertrok geen spier dus was er ook geen gevaar. Even snel als dat hij bovenkwam dook hij ook weer onder. Inmiddels kwamen er meer koppen boven water en bleek er een hele kudde te zitten. Niet alleen ik zat ze aan te gapen maar ze gaapten ook terug, de muil wijd opengesperd en bij het dichtdoen luid hun knorrende lach laten horen. Bijna samen zwemmen in de Zambezi. Wat een ervaring wat een pracht en heel indrukwekkend. Hoe verder we de rivier op gingen hoe meer nijlpaarden we zagen. Ik geloof dat ik zo een 200 foto’s van ze heb genomen. Naarmate het donkerder werd zagen we ook steeds meer boerenzwaluwen langs en over de Zambezi trekken, soms met honderden tegelijk. Waarschijnlijk op weg naar hun slaapplaats ergens in het olifantsgras. Nu weet ik ook waarom het olifantsgras heet, want plotseling stonden ze daar aan de oever. Vijf olifanten tussen het olifantsgras, deels aan het zicht onttrokken. De contouren van hun lichaam herkenbaar en met de rug nauwelijks boven het gras uitstekend. Maar herkenbaar, en ik kon nummer vier aan mijn big five lijst toevoegen. We dreven heel voorzichtig bij ze langs en in de openingen van het gras konden we ze af en toe beter zien. Met hun enorme oren wapperend om af te koelen. Het was ongelofelijk heet op de Zambezi en zelfs de wind voelde als een föhn aan. Wat een majestueus gevoel geeft dat en wat zijn we dan klein als je vanuit een boot tegen een olifant opkijkt. Als grote Japanse waaiers voel je bijna de verkoeling van de wapperende oren. Maar het feest was nog niet teneinde want hoe lager de zon kwam te staan hoe mooier de kleuren werden. Een nieuwe groep nijlpaarden in het avondlicht deed mijn hart sneller kloppen want met het licht op zijn mooist was fotograferen een lust. Een groep buffels liet zich vlak bij de waterkant zien. Al etend van mals oevergras liepen ze door een ondieper deel van de Zambezi te waden. Je kon het geklots en gesmak duidelijk horen zo dichtbij waren ze. Langzaam trokken ze weg in de avondschemering en voor ons werd het ook tijd om terug te keren. Bij de lodge stond het eten al klaar en op het terras in het licht van de lamp waren honderden, nee duizenden vliegende mieren op af gekomen. Allemaal koninginnen die bij het neerstrijken vrijwel direct de vleugels verliezen om verder lopend door het leven te gaan. Het is alsof ze hun koningsmantel afgooien om aan het werk te gaan. Ze strijken overal neer, in je cola, op je bord en in de schalen met eten. Ook kevers en sprinkhanen komen op het licht af en de nodige proteïnen verrijken vanzelf je maaltijd. Alleen de kakkerlakken, die schoof ik naar de rand van mijn bord. De eigenaar van de lodge vertelde dat zijn buurman bananen verbouwd. Hij heeft een stuk van 80 ha en levert elke dag 30 ton bananen af aan de handel. Dat is een vrachtwagen vol. Ik had de plantage op de heenweg al gezien maar me niet gerealiseerd dat het commercieel werd geëxploiteerd.

 

Zaterdag 21 december

Om 6 uur werd er op de deur geklopt van de lodge waar Joost en ik lagen te slapen. Goodmorning, coffee or tea, was de vraag. O ja, we zouden vandaag met de kano de Zambezi op. Een luchtig ontbijt, op het terras in T-shirt en korte broek, kon alweer makkelijk bij deze temperatuur. Wat is dat toch heerlijk die warmte. Ik wil nooit meer kou! Na het ontbijt de boot in en samen met de KLM-ers werden we 8 kilometer stroomopwaarts gedropt op een eiland met de kano’s. Er werden een paar basisregels verteld wat er op neer kwam dat je absoluut niet in paniek moest raken als er wat zou gebeuren. Zo kon een nijlpaard je kano omduwen en het advies hierbij was om niet bij de kano te blijven maar om weg te zwemmen of te lopen als je bij een zandbank aankwam. De kano zou de aanval van het nijlpaard niet overleven en als je er aan zou blijven hangen dan kon het wel eens verkeerd aflopen. Verder was het advies om handen en benen binnen boord te houden. Krokodillen zouden het kunnen zien als lekker hapje. Bij het stranden op een zandbank en de enorme druk van de rivierstroom zou de kano ook kunnen omslaan. Nu was het advies om te proberen je spullen droog te houden. Bij eventuele boomobstakels dreef de kano vanzelf er om heen en was er niets te vrezen. Met deze nieuwe wijsheden de kano ingestapt en gelukkig stapte er ook een Zambiaan in de kano die ons stroomafwaarts zou begeleiden. Op deze manier zaten we met drie man in de kano. In het begin wat wiebelig maar al gauw ontspannen en relax zittend om je heen kijkend. Nijlpaarden waren sloom en slaperig van de hele nacht eten en lieten zich niet echt zien. Ze kwamen om de 6-8 minuten met de neus boven water om lucht te halen en lieten zich weer naar de bodem zakken om verder te slapen. Consternatie! Op de wal lag een behoorlijke krokodil de eerste zonnestralen op te vangen. Koudbloedige beesten hebben zonnewarmte nodig om zich snel te kunnen bewegen. We konden heel dichtbij komen maar toen het haar teveel werd dook ze weg en waren we haar kwijt. De terugtocht werd verder opgeluisterd door bavianen, waterbokken een bushbok en een Impala.  Mooi omdat allemaal van dichtbij mee te maken. Op een eilandje hebben we nog even wat gedronken uit de mobiele koelkast en het laatste half uur rustig terug peddelend naar de lodge. Althans dat dacht ik maar na een kwartier werden we door de motorboot, die ons ook had weggebracht, opgepikt en deden we het laatste stuk met een sneltreinvaart. Terug in de lodge stond er een Engels ontbijt klaar en vulden we onze magen weer. Wat is dit genieten, maar wat zou ik dit ook graag willen. Prachtig werk om de mensen te laten genieten van de natuur. Na de lunch even rondom de lodge gelopen. Ik had ze al gehoord, Velvetapen! Mooi om te zien hoe ze in de tuin aan het spelen waren, het leek wel krijgertje. Door de bomen racend, aan takken slingerend en als water zo vlug tegen de stam omhoog klimmend. Ze bleven op eerbiedige afstand van je staan of als je dichterbij kwam trokken ze zich verder terug. We speelden kiekeboe want ik probeerde ze te fotograferen en dat vonden zij niet prettig want ze verstopten zich achter de stam, takken of bladeren. Als ik dan stil bleef staan keken ze voorzichtig uit hun schuilplaats naar mij en drukte dan snel af. Wat een lolbroekjes zijn dat. Na de lunch namen de KLM-ers afscheid van ons en lieten duidelijk blijken dat ze echt wel jaloers waren dat wij hier nog twee dagen verbleven. Om 16.00 uur zijn we de boot weer ingestapt en hebben de andere kant van de rivier verkend. Zo mogelijk nog mooier dan stroomopwaarts. Collins, de bootchauffeur is een echte natuurkenner. Hij ziet alles steeds iets eerder dan wij het zien. Bushbokken zag hij steevast als eerste en de Afrikaanse visarend ook. Waterbokken stonden aan de waterrand, waar anders, te kauwen op het stugge gras. Een nijlpaard met jong stond op de kant te grazen en toen wij voorzichtig kwamen aanvaren dook ze het water in, haar jong voor zich uitduwend. Wat een fantastisch gezicht. Verder stroomafwaarts werden de bomen ook steeds fraaier leek wel. Palmachtige bomen, Acacia’s en Lebombo euphorbia wisselde elkaar af, met hier en daar een baobab er tussen. Ook langs de rivier speelt het mensenleven zich af, getuigen de stukjes bewerkte land en de hutjes die er staan.  Een olifantstier liet zich prachtig bewonderen en op nog geen 5 meter van ons af. Wij veilig in de boot en hij veilig op het land tussen het olifantsgras. Olifantsgras is scherp, stug en erg bamboeachtig van structuur maar hij gaf er niets om en slurfde het zo naar binnen.  Na een minuut of tien hield hij het voor gezien en trok verder het gras in en gaf ons het nakijken. Krokodillen waren ook nog van de partij maar een beetje schuw.  Op de terugweg een prachtige zonsondergang die de Zambezi in een mooie rode gloed achter liet. Tienduizenden zwaluwen zochten in het olifantsgras een plekje op om te slapen en als het er honderdduizenden zijn geweest, geloof ik het ook. Hier zijn ze dus, bij de Zambezi! Vandaag trouwens de langste dag en het is al om 19.00 uur hartstikke donker.

 

Zondag

Vanmorgen werd ik wakker en meteen speelde er een vraag in mijn hoofd op. Is een zebra nu zwart met witte streepjes of wit met zwarte streepjes. Een tweede vraag kwam later in me op, wat is de overeenkomst tussen  een nijlpaard met een walvis.

Wederom roomservice vandaag met koffie en thee. Gelukkig een uurtje later dan gisteren. Tegen half 8 naar de verzamelruimte voor een licht ontbijt. Daarna de boot in samen met Collins. Hij zou ons vandaag de hele dag rondvaren over de Zambezi. Nou dat werd me een tocht… We zouden naar het natuurpark Lower Zambezi varen en vanaf de rivier kijken naar vogels en wilde dieren. (terwijl ik dit zit te typen springt er een Velvetaap boven mijn hoofd in een tak, dat is schrikken) Het park ligt zo een dertig kilometer stroomafwaarts en op vol vermogen gaat het het eerste uur lekker hard. Onderweg wel een paar keer gestopt om wat wild te bekijken. Plotseling staat er een jonge olifant op de oever te vreten. Voorzichtig dichterbij gevaren en hij bleef rustig door grazen. Dat waren nog eens goede foto’s want het beest leek helemaal niet bang. Totdat we ontdekte dat hij iets met zijn linker voorpoot had. Een groot gezwel ter hoogte van de knie verhinderde hem er op te staan. Hij hield zijn poot ook wat omhoog. Toen we nog eens wat beter keken zagen we ook een hele deuk ter hoogte van het schouderblad. Vermoedelijk schouder uit de kom en een ontsteking in zijn knie. Nu heb ik op televisie wel eens gezien hoe bij mensen de schouder weer in de kom wordt gedraaid maar hoe doe je dat bij een olifant? Maar aan de andere kant is het ook de natuur en gieren moeten tenslotte ook leven, nietwaar? Verderop langs de oever een hutje, een stukje geploegd land en de familie bij de rivier. De was was al gedaan in de Zambezi want een groot deel hing al in de bomen en struiken te drogen. Ik zag allerlei kleuren kleding en het beddengoed hing ook al erbij. Waarschijnlijk is het hier op zondag wasdag! Want de kinderen werden ook gesopt en vader en moeder waren ook bezig zich te wassen in de rivier. Mooi om zo een tafereeltje te zien van afstand en ik heb er maar geen foto’s van genomen. Ik zou dat zelf ook niet willen als ik onder de douche stond… De oever werd iets hoger en liep stijl naar beneden. Boven ons stond een grote olifant stier rustig de bomen kaal te plukken. Dat ging uiteraard niet blaadje voor blaadje maar met hele takken tegelijk. Wat een prachtig gezicht was dat. Je keek echt tegen hem op, letterlijk en figuurlijk. Wat een imposant dier. Toen ging hij ook nog op zijn achterpoten staan om de hoger gelegen takken te bestoken, en ik kon hem prachtig fotograferen. Zo dichtbij dat ik zelfs zijn linkerachterkies op de foto heb. Trouwens wel handig dat je hele takken tegelijk eet want dan heb je ook geen tandenstoker nodig. (inmiddels zitten er meer apen boven mijn hoofd van de vruchtjes te snoepen) Het is genieten en Collins is erg goed met het opmerken van de beesten. Als wij een dier opmerken dan heeft hij hem 10 minuten eerder al gezien. Hij sloeg een zijrivier in en voorzichtig, want het was erg ondiep, voeren we stroomopwaarts. Op de oever speelden de jonge bavianen hun spel en de oudere zaten rustig te eten. Wat een rust straalt dat uit. Toen kwam er een grote ooglapgier aanzeilen en er kwamen maraboes, witruggieren en geelsnavelwouwen bij. Er lag wat te vreten. De vuilnismannen van de natuur waren op zondag aan het werk. Het werd een feestmaaltijd want er kwamen steeds meer vogels op af. Collins vertelde dat het dier waarschijnlijk een natuurlijke dood was gestorven. Want als gieren direct neerstrijken en niet eerst in een boom gaan afwachten, dan zijn er geen roofdieren in de buurt. En zo heb ik wat geleerd van het Afrikaanse wilde leven. Verder stroomopwaarts lag er nog een krokodil te zonnen. Ik dacht dat krokodillen altijd erg gevaarlijke beesten waren maar dat valt reuze mee want ze zijn erg schuw en bang. Binnen de kortste keren liggen ze in het water. In een grote bocht, en daar hoopte ik al een beetje op, lag een groep nijlpaarden te rusten. Een grote stier, met een kudde wijfjes met jongen om hem heen. We moesten er vlak bij langs varen en dat leverde de mooiste foto’s op. De grote stier kwam al een beetje waarschuwend naar voren en daar maakte ik gebruik van. De zon had ik in mijn rug en de stralen bestreken de reusachtige kop, en de druppels die aan zijn oorharen hingen, spiegelde als kleine diamantjes. Ik was helemaal ondersteboven van deze groep nijlpaarden. Zo dichtbij, zo natuurlijk en zo groots. Eindelijk, met veel vertraging, kwamen we bij het nationaal park aan. We konden niet meteen doorvaren maar moesten voor de doorvaart tol betalen. Het geld, zo een dikke 50 euro, komt ten goede aan het park. De rangers worden er van betaald en stroperij wordt aangepakt. Onderhoud hoeft niet gepleegd te worden in een natuurlijk park. Een grote arend zat in de top van de boom ons al op te wachten, hij had wel wat weg van onze visarend maar was een slag groter. Het bleek een jonge Martialarend te zijn, wat zijn die groot. Het is erg rijk aan arenden want we worden constant vergezeld door Afrikaanse visarenden en af en toe een Bateleur. Een mooie getekende arend die pas na 7 jaar volledig op kleur is. Veel vogels in dit gedeelte maar moeilijk te zien omdat ze zich schuil houden in de toppen van de bomen tussen de bladeren. De volgende zijarm van de rivier was te ondiep en toen we vastliepen en Collins de motor in zijn achteruit zette vlogen de kiezelstenen aan boord. Na wat heen en weer gepruts dreven we weer op de stroom mee. De volgende zijarm was een plaatje. Wat een geweldige natuur hier. Onaangetast en in zijn volle rijkdom. Het wordt eentonig als ik herhaal hoe mooi de vogels zijn, hoe schuw de krokodillen zijn en hoe speels de apen zijn. Maar het is echt waar. De temperatuur was inmiddels ook opgelopen tot een graadje of 40 schat ik in. Misschien nog wel wat warmer want de krokodillen die niet wegvluchtten die lagen met de bek wijd open om af te koelen. Ik waande me in een echte natuurdocumentaire, niets ontbrak, en ik was de hoofdpersoon. Op de terugweg hebben we op de scheiding van de zijarm en de Zambezi geluncht en de nijlpaarden keken ons verwonderd aan. Het broodje ei, het broodje gebakken ham en de gebarbecuede worstjes waren nog warm… Toen hebben we de terugtocht aangevangen want we zaten zeker zo een 40 kilometer weg van ons kamp Kanyemba en we moesten tegen de stroom in. Wat een indrukken en wat een rivierreis is dit geworden. Langzaam togen we terug en nadat we ons hadden afgemeld dat we het park weer uit waren was het al tegen half vier. Het begon wat af te koelen en dat zagen we ook aan de nijlpaarden want steeds meer nijlpaarden klommen op de kant om te grazen. We zagen een aantal nijlpaardkoeien met hun kalveren door het gras lopen. Wat is dat een koddig gezicht, het is net een grote dierentuin en Artis zou jaloers zijn. Verder terug varend langs de oever kwamen ineens twee olifanten uit het niets om bij de rivier te gaan drinken. Voorzichtig op gepaste afstand bleven we vlakbij ze liggen. Wat een krachtige dieren en wat een goedheid stralen ze uit. Gewoon blijven doen waar je zin in hebt. Slurven volgezogen met water verdwenen in hun bek. Langs hun kin straaltjes water dat terug sijpelde de rivier in. Wapperend met de oren om af te koelen. Het blijven fantastische beesten. Gewoon te zien in hun natuurlijke omgeving, zonder kooien, zonder mensen, in volledige vrijheid. Afrika op zijn best. (plotseling wordt ik nat op mijn rug….een aap boven mij…)

Langs de oever verder stroomopwaarts naar de lodge. In het water dreef een dode nijlpaard. Zijn rug vol met kleine en grotere wonden. Getuige de diepe sneden die r in zaten zou hij wel eens een gevecht gehad kunnen hebben met een ander mannetje. Maar zo gaat dat in de natuur, het recht van de sterkste. Na een half uurtje legde Collins aan op een eilandje en had hij nog koffie en thee voor ons in petto. Heerlijk genieten van de rust en de ruimte maar ook van het olifantenspoor dat hier liep. Grote pootafdrukken in het zand en dikke keutels verraadde zijn aanwezigheid. Olifanten kunnen goed zwemmen en zo komen ze op de eilanden terecht om daar van het malsere olifantsgras te vreten. Een griel vloog luid schreeuwend weg toen ik hem verstoorde, op zijn vleugels twee grote witte vlekken die al knipogend van me afvlogen. Het laatste stukje leverde een tweede dode nijlpaard op. Collins zag hem als eerste tegen een eiland aandrijven. Toen we voorzichtig dichterbij kwamen zagen we een enorme krokodil wegschieten. Op televisie had ik wel eens van dit soort exemplaren gezien maar om er eentje zo naast je bootje te hebben is toch wat anders. Dit nijlpaard zat ook onder de schrapen en wonden op zijn rug en het vermoedde rees dat dit de opponent van de ander geweest zou kunnen zijn. Twee grote stieren die niet hebben willen toegeven en het met de dood hebben moeten bekopen. Geen scheidsrechter, geen genade en door vechten tot je er bij neervalt. De rest van de reis was een fluitje van een cent en voor we het wisten legden we weer aan bij de lodge. Het was inmiddels 18.00 uur en het antwoord op mijn vragen waren beantwoord. Een walvis spuit een soort fonteintje als hij boven water komt om lucht te halen. Een nijlpaard doet ongeveer hetzelfde. Ook hij spuit een soort fonteintje als hij boven water komt. Niet altijd maar het is een opvallende overeenkomst. Of een zebra nu wit met zwart is of zwart met wit mag je zelf bedenken maar zijn geboorte is streepje voor streepje…

 

PRETTIGE KERSTDAGEN GEWENST!!!

 

 

 

 

(0 from 0 votes)
 
bijgewerkt t/m 22 decemberhttps://www.mytripblog.org/pg/blog/ltervelde/read/320663/bijgewerkt-tm-22-december
bijgewerkt t/m 22 december
 

Christmas in Kenya   (published in Kenya)

December 24, 2013 by   Comments(0)

Christmas is almost here, and as tradition dictates we will celebrate as a family. This year we chose to celebrate with the expectant mothers and the new babies at Bondeni maternity. Projects Abroad Kenya volunteers and members of staff paid a visit to the small facility where we decorated the maternity ward, shared a cake, biscuits and some drinks we also gave out some gift packs which included dipers, a warm feeding bottles, sweets and petroleum jelly. To crown it all we sang chritmas carols, Bondeni members of staff were greatful for the work that the volunteers have done all through the year as they look foward to hosting and working with more in the Year 2014. As we eat and drink in celebration let us do it responsibly and we remember and share with our brothers and sisters who are less privillaged, Merry Chritmas and a happy new year

:-)

(0 from 0 votes)
 
Christmas in Kenyahttps://www.mytripblog.org/pg/blog/kenya-social-manager/read/320659/christmas-in-kenya
Christmas in Kenya
 

bijgewerkt tot 15 december   (published in Kenya)

December 19, 2013 by   Comments(2)

Sinterklaasdag… Zambi-jaaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!

Om 4.45 uur werd ik geroepen om naar het vliegveld te gaan. Pieter reed weer en hij had ook nog niet geslapen. Na een vlotte reis zonder oponthoud door het verkeer stond ik drie kwartier later op het vliegveld. Elektronisch ingecheckt en een restaurant opgezocht, want een ontbijtje was er ook niet bij deze ochtend. Ik was natuurlijk veel te vroeg want mijn vlucht ging pas om 8.30 uur dus ik ben strategisch gaan zitten zodat ik Joost, de mede zwaluwvanger kon zien aankomen. We hadden het zo op elkaar afgestemd dat we elkaar in Nairobi zouden ontmoeten. De vlucht van Joost had als tussenstop Nairobi en zou dan doorvliegen naar Lusaka en daar moest ik ook heen! Alles verliep keurig volgens schema en om 7.15 uur schudden we elkaar de hand en dronken een kop koffie. Rond 8.00 uur naar de gate om het vliegtuig in te stappen. Het vliegtuig zat half vol en in Lusaka ging de douane voorspoedig. Bennie en Jan stonden ons in de ontvangsthal al op te wachten en liepen we naar de parkeerplaats waar Bennie zijn auto had staan. Bennie is de boerenzwaluwexpert van Europa en doet al heel wat jaren onderzoek aan deze soort. In Nederland ringt hij veel jongen en op slaapplaatsen veel vliegvlugge beesten. Maar waar ze nu precies in Afrika verblijven is nog steeds in raadselen gehuld. Bennie gaat al een aantal jaren naar Afrika om in diverse landen op slaapplaatsen zwaluwen te vangen en te ringen. Drie jaar geleden zijn Joost en ik ook mee geweest en hebben toen een geweldige reis beleefd. Hopelijk gaan we dat nu weer beleven. Bennie had op google earth vlak bij het vliegveld een geschikte plek gevonden waar zwaluwen eventueel zouden kunnen slapen. Hier zijn we naartoe gereden maar we werden al snel door een gewapend lid van het leger tegengehouden. Het bleek binnen een militair oefenterrein te liggen en we mochten er dus niet in. Daarnaast bleek het water zo diep te zijn dat we er geen zwaluwen zouden kunnen vangen. Op zich een mooie en geschikte plek waar ook al boerenzwaluwen rondvlogen. Terug in Lusaka even een bakje koffie genomen en bij de Spar inkopen gedaan. Hierna op naar Chisamba waar we in Fringilla lodge zouden verblijven. Dit is voor ons bekend terrein waar we drie jaar geleden ook hebben gelogeerd. Onderweg zagen we flinke uitbreidingen van dorpen en Lusaka zelf leek bijna wel een keer zo groot geworden te zijn. Wat een enorme ontwikkelingen. Toch waren er onderweg nog twee markante herkenningspunten van drie jaar geleden. Een groepje bomen midden in een kaalkap waarvan één boom hoog boven de andere bomen uittorende en een boom die op een termietenheuvel stond waar de wortels goed van zichtbaar zijn. Het lijkt hierbij of de kruin in de grond zit. Toen we deze voorbij waren kwam de lodge in zicht. Het zag er nog net zo uit en er waren geen veranderingen. Op het terras in de grote tuin even wat gedronken en toen tegenover de lodge naar Zambeef gegaan. Op dit terrein is een groot rietveld waar zwaluwen slapen. Zambeef is het grootste vleesbedrijf van Zambia. Koeien, varkens en kippen worden hier gemest waarna ze op hetzelfde terrein worden geslacht en verwerkt. Het is een enorm terrein waar ook nog een groot meer in ligt. Verder wat bos en wat struweel. Heel erg geschikt voor vogels en die zijn er ook rijkelijk aanwezig. Wat een prachtig terrein. We zijn er even rondgereden om wat herinneringen op te halen en wat soorten te scoren. Joost houdt weer een lijst bij en na een rondje hadden we er al 40 op papier. Wat een pracht hier. Terug bij de lodge heb ik de nieuwe pedaalemmer gebruikt om de was in te doen. Ik had een broek te weinig en deze heb ik in de week gezet. Nog wat sokken, t-shirts en onderbroeken erbij en ik had weer een aardig handwasje.

’s Avonds zijn we naar de zwaluwslaapplaats gereden. Gisteravond hadden Bennie en Jan al even een rondje zwaluwen gedaan maar dat was erg tegengevallen want er waren er niet zoveel. Vanavond was dat anders en er kwamen zo een 1500 zwaluwen op het geluid af. Omdat er onweer dreigde hebben we maar drie netjes opgezet en dat was maar goed ook want we hadden het laatste net bijna leeg toen het echt losbarstte. Dikke klappen en prachtige schichten doorsneden de hemel. De grond trilde af en toe van het geweld en de laatste vogels gingen zeiknat mee naar de lodge. Niet alleen zij waren kletsnat ook wij. Ik heb nog nooit door een regenbui water in mijn laarzen gehad maar dat was nu echt het geval. Er zat gauw een halve liter water per laars in…. In de lodge hebben we de zakken met vogels voor de ventilator gehangen en de vogels drooggedept en in droge zakjes gedaan die we nog hadden. Daarna zijn we gaan eten en voor de nacht een laatste check van de vogels, leerde dat ze al aardig droog waren.

 

 

 

De day after pakjesavond.

Het schijnt vannacht te hebben geregend. Het schijnt vannacht zo hard te hebben geregend dat Joost bang was dat het dak van het huisje het zou begeven. Het dak, gemaakt van zinken dakplaten, schijnt zo een lawaai te hebben gemaakt dat het leek of het zou instorten. Het water gutste er ook doorheen en ik heb er niets van gemerkt. Ik ben als een blok in slaap gedonderd en werd pas tegen zessen wakker. Wat gedommeld en toen opgestaan om de natte boel van gisteravond en de was te doen want die stond nog steeds te weken. Tegen 7 uur hing de natte was aan de lijn en zijn we de vogels van gisteravond gaan verwerken. Alles was droog en springlevend en zo konden we ze ringen, wegen en meten. Intussen had Bennie water opgezet voor de koffie en het ontbijt klaargezet. Toen we de laatste vogels na drie kwartier hadden weggewerkt was het water nog niet aan de kook en bleek de verdeelkap van de gasfles te zijn verstopt. Toen dat geklaard was en we de koffie op hadden zijn we weer naar Zambeef gereden om een rondje vogels te doen. Bennie bracht ons op de hoogte van de ziekte van zijn zoon en dat het er erg slecht uitzag. Hij vroeg me of ik een maand langer wilde blijven om de volgende groep hier op te vangen. In januari komen er ook nog twee mensen die zwaluwen komen vangen en ringen. Het heeft de hele dag in mijn hoofd gespookt en ik heb er goed over nagedacht en mijn chef een whatsapp gestuurd met de vraag of hij contact met me wil opnemen. Ik zou eventueel onbetaald verlof kunnen regelen.

Bij Zambeef zat weer van alles en de camera deed zijn best om me bij te houden. Helemaal achterin, waar we niet verder konden zat een Afrikaanse visarend en een slangenarend vlak naast elkaar. Ze zaten beide de omgeving af te speuren op wat lekkers. Want ja, Sinterklaas stopt wat in je schoen maar hun moeten er zelf wat voor doen! De visarend vloog weg maar de slangenarend bleef zitten en we konden hem met de auto tot op 25 m benaderen. Ik denk dat we met ons vieren 500 foto’s en 10 filmpjes hebben genomen want hij bleef maar zitten. Wat een prachtig beest. En wat een unieke kans.

Bij het meer zaten grote hoeveelheden kemphanen, een Europese soort, en we hebben besloten om vanavond een poging te doen er een paar te vangen. Het is nieuwe maan en dan is het extra donker en zien ze de netten niet staan.

Tegen de avond zijn we de netten gaan opzetten in de slikranden van het meer. Onderweg ontzettend veel boerenzwaluwen die boven het gras aan het jagen waren. Waarschijnlijk vlogen de termieten uit en deden de zwaluwen zich hier tegoed aan. Wat een hoop! We hebben nog even overwogen om toch zwaluwen te gaan vangen maar hebben dat toch maar niet gedaan. Eerst moesten we een horde koeien wegjagen en toen konden we de netten pas opstellen in drie rijtjes van 30 m. Helaas zaten de grote hoeveelheden kemphanen en bosruiters niet meer bij het meer maar hoopten we dat ze zouden terugkeren. Inmiddels kwamen de koeien ook weer terug en moesten we die weer weg jagen. Het eerste rondje leverde een paar bosruiters op. Wat een ranke slanke vogels zijn dat. Ook hingen er grote pijlstaartvlinders in het net. Deze konden we gelukkig voorzichtig bevrijden. Veel kikkers die allerlei geluidjes maakten. Van rollende en snorrende geluidjes tot kleine tinkelende belletjes. Het is een waar kikkerconcert.

In het gras, of onder de grond, daar zijn we niet achter gekomen, zat een cicade luid te tsjirpen. We hebben geprobeerd om hem te traceren maar dat lukte niet. Zelfs op 10 cm afstand zat hij luidkeels te gillen en we zagen hem niet! Ook vele vuurvliegjes die als komeetjes door het luchtruim scheerden. Soms leken het net vallende sterretjes. De volgende rondjes leverde bijna geen vogels meer op maar wel een aantal, hele grote waterwantsen. Wat zijn die beesten groot. Ze waren trouwens wel makkelijk uit het net te krijgen. Helaas leverde de avond niet op wat we ervan verwacht hadden maar koeien drijven kunnen we inmiddels als de beste want we hebben minimaal nog twee keer de kudde teruggedreven.

 

Zaterdag 7 december

Vandaag weer met de auto bij Zambeef rondgereden. Blijft een verrassend terrein want plotseling zag ik een grote arend neerstrijken in het open landschap. Ze waren bezig met het bewerken van het land. Toen we aan kwamen rijden zat niet alleen die arend maar ook zeven zwarte wouwen op het land. De arend bleek een steppenarend te zijn die nog op zo een 200 m afstand van de auto zat. Maar ons geduld werd beloond want hij kwam steeds dichterbij. Hij liep op het land te zoeken naar voedsel maar we konden niet zien wat hij nu precies at. Bennie moest een stukje achteruit met de auto omdat hij uit beeld dreigde te raken. Heel voorzichtig een stukje teruggereden maar hij stoorde zich er niet aan en kwam steeds dichterbij. Dit tafereel moesten we nog een keer herhalen maar toen hadden we hem ook op ongeveer 25 m. Wat een beest, wat een ongelooflijk mooi dier. Wat een kop wat een uitstraling. Joost noteerde de waarnemingen driftig in zijn aantekenboekje en er staan zeker al 70 soorten in. Gaat hard maar dat zal wel gaan afnemen als we hier langer zijn. Ook nog even langs het meer gereden en hier zat ook van alles. Zelfs de pelikanen bleven staan en we konden mooie foto’s nemen. Soms zijn ze wat nerveus en gaan ze het water in en zwemmen van je af. Een vorkstaartplevier maakte het sfeerplaatje compleet. Talloze wevervogels, wodowbirds en bishops geven de kleur aan het Afrikanse vogelleven. Gele, witte, oranje en rode kleuren steken af tegen het zwarte verenpak. Het ene mannetje nog vrolijker uitgedost dan het andere en dan de caperiolen die ze maken als er een vrouwtje in de buurt is, het is net een discotheek waar zo een glitterbol draait.  

We hebben ook nog even gekeken naar een plek waar we morgenochtend vroeg vogels zouden kunnen vangen. We vonden een mooi baantje door wat struikgewas heen en we zagen ook allerlei soorten vogels door het struikgewas scharrelen. Misschien was dit wel een mooie plek om wat netten op te zetten. Er hoefde niet veel gezaagd te worden, hoog op wat takken die in de weg zaten.

Het liep tegen de lunch aan en ik bestelde in Fringilla een boerewors met patat en salade. Ik dacht ik wil wel eens een Zuidafrikaanse Boerewors proberen. Inderdaad een dikke worst versierde mijn bord en was erg lekker. ’s Middags nog even bij het huisje gezeten en rond 17.00 uur weer naar Zambeef gegaan om zwaluwen te vangen. Vandaag hebben we het red-billed quelea netje niet opgezet want dat leverde bijna geen zwaluwen op maar wel veel quelea’s en daar zitten we niet echt op te wachten. We hebben het geheel iets verderop geplaatst en één netje er tegenover. Geluid eronder en de eerste zwaluwen meldden zich meteen. Het netje op de nieuwe plaats deed het goed want er hingen eigenlijk meteen zwaluwen in en al vrij snel hebben we het leeggemaakt zodat er nog een nieuwe lading kon invliegen, wat ook gebeurde. Zo moesten we het net twee keer leeghalen maar dat leverde boerenzwaluwen op en daar zijn we voor gekomen!

 

Zondag

Vandaag vroeg opgestaan om vogels te vangen. Om 4.30 uur ging het wekkertje en Joost en ik sprongen meteen uit bed. Tien minuten later liepen we naar het huisje van Bennie en Jan maar daar was alles nog donker. Hadden we ons in de tijd vergist? Het begon al een beetje te schemeren dus dat was het geval niet. Toen we vlak bij waren floepte het licht aan en werden Bennie en Jan ook wakker, hun wekkertje stond nog niet helemaal goed afgesteld. Nadat ze zich hadden aangekleed reden we naar de gister ontdekte plek toe. De netjes stonden snel en we hebben maar twee takken hoeven wegzagen. We schakelden 7 netten aan elkaar en er stond op deze manier een mooie rij. Joost en ik hebben nog twee netjes voor een bosje langs gezet en toen we daar mee klaar waren en terug liepen, hingen de andere netten al behoorlijk vol. Bennie ging de 20 zwaluwen van gisteravond verwerken en wij snel de netten leeghalen. Dat bleek nog een heel karwei te zijn want ze hingen aardig vol. Allerlei nieuwe soorten vogels die ik nog nooit had gezien maar ook Europese soorten zoals rietzanger, fitis, grasmus en tuinfluiter. Ook nog een kleine karekiet die normaal in zompige gebieden voorkomt maar hier in een droog gebied verbleef. Na een uurtje ringen en vogels uit de netten te hebben gehaald hebben we in het veld koffie gezet en een broodje gegeten. Dat ging er best wel in na een deze gedane arbeid. Zo waren we druk met allerlei vogels en we moesten uiteraard de boeken erbij hebben om te kijken wat we nu precies in handen hebben. De wijfjes van widowbirds en bishops zijn erg moeilijk uit elkaar te houden dus die lieten we bij de netten meteen vliegen maar de mannen van deze soorten beginnen al heel erg mooi te kleuren. Aan het eind van de ochtend hadden we een dikke dertig soorten geringd en bijna 120 vogels gevangen. Toch altijd weer leuk om Europese soorten in handen te hebben maar ook hopende dat ze zijn geringd. Dan weet je in ieder geval iets meer over de herkomst. Helaas geen geringde deze ochtend. Nadat we de netten hadden opgeruimd en alle vogels geringd waren zijn we weer naar Fringilla lodge gereden en hebben daar een lunch genoten. Op zondag was er braai maar het was er niet druk met mensen zodat we vrij snel onze bestelling hadden. Dit was wat ongebruikelijker dan normaal want we moesten het zelf ophalen toen het klaar was. Er werd namelijk buiten gekookt en maaltijden klaargemaakt. Het is trouwens erg warm voor de tijd van het jaar. De temperaturen liggen constant rond de dertig graden. De rest van de middag na de lunch kregen we vrijaf en konden we naar eigen inzicht besteden. Ik heb heerlijk in de schaduw zitten schrijven en wat zitten te internetten. Tegen vijf uur zijn we weer achter de zwaluwen aan gegaan en werd mij de autosleutel in handen geduwd. Ik moest maar een beetje gaan rijden en de weg wat leren kennen. Nu is het autorijden geen sinecure want men rijdt hier links en dat is behoorlijk wennen. Zo zit de versnellingspook aan de verkeerde kant maar ook het knipperlicht. Elke keer gaan de ruitenwissers aan als ik links of rechtsaf wil slaan…..erg vervelend. Maar gelukkig kwamen we zonder kleerscheuren op plaats van bestemming en toen de twee keer twee netten stonden en het geluid….geluid…? Bennie had in het huisje het geluid laten staan aan de lader en we hadden maar één setje bij ons. Hij keerde ijlings terug om het alsnog te halen en met het andere setje lokten wij alvast de zwaluwen. Dat ging erg goed want in minder dan 10 minuten hingen er al aardig wat boven de netten. Toen Bennie terug was en het andere setje ook bij het net stond was de groep al behoorlijk groot en hingen de eerste in de netten. Helaas kwam op het zwaluwspektakel ook twee roodnekvalken af en na een kort alarmkreetje verdwenen de zwaluwen in de hoogte. Dit is niet goed want dan vallen ze vaak kaarsrecht naar beneden het riet en kunnen we ze niet vangen. Gelukkig zagen we een van de valkjes met een geslagen prooi verdwijnen naar een hoge boom alwaar hij zijn buit ging verorberen. We ringden deze avond toch nog een 150 zwaluwen. Terug in Fringilla genoten we ons diner en daarna was het tijd om het land der dromen te gaan verkennen….

 

Maandag   

We hadden besloten om vandaag naar Mafundzalo Ranch te gaan. Hier woont een blanke boer met zijn gezin. Hij heeft 2400 ha land en verbouwt er soja en houdt er koeien voor het vlees. Een prachtige plek om te zijn. Hij heeft op zijn land een dam gebouwd waar het regenwater wordt tegengehouden. Hierdoor ontstaat een groot meer waar hij zijn gewassen mee beregend. Water is van levensbelang, ook voor planten. Nadat we de zwaluwen en de bijvangsten van gisteravond hadden verwerkt hebben we de auto ingepakt en zijn we richting Kabwe gereden. Inmiddels is het duidelijk dat Bennie deze week naar huis gaat en ik de boel overneem tot en met 31 januari, ik plak er nog een maandje Afrika aan vast! De omstandigheden zijn minder leuk waaronder het gebeurd maar de nieuwe groep heeft de tickets al betaald en hebben zich er ook op verheugd. Gelukkig kon ik het met mijn werk allemaal regelen en Bennie had een zorg minder. Onderweg zijn we bij een Zuidafrikaan Johan Staal, die een koffie annex theehuis runt even aangegaan om wat te drinken. Een grote zware man die ik herkende van drie jaar geleden zat daar aan een tafel een kop thee te genieten. Hij was aan het praten met nog drie mensen en toen ik goed keek herkende ik Debbie Burton, de vrouw van de boer waar we gaan logeren en zwaluwen vangen. Zij herkende mij ook en zwaaiden elkaar gedag. Heel toevallig waren we drie jaar geleden hier ook koffie wezen drinken en ontmoetten we Debbie daar toen ook al. Wat heet toeval? De Zuidafrikaan bleek ook regelmatig bij Debbie en Donald Burton te komen en ik had hem drie jaar geleden hier ook gezien. In Kabwe hebben we even inkopen gedaan. Ik weet nog dat ik drie jaar geleden in dezelfde winkel het gevoel had dat ik als blanke heel erg werd nagekeken. Ik had toen ook de gedachte dat wanneer een Zambiaan bij ons in de Jumbo zou lopen het zelfde gevoel zou hebben. In plaats van 50 tinten grijs is het hier vijftig tinten bruin. Tijdens het parkeren van de auto kwamen er twee jongens op ons af en vroegen of ze de auto mochten wassen. Dat hoefde niet want Edwin had vanmorgen onze auto al gewassen en hij zag er nog prachtig uit. Ze zouden dan wel oppassen dat er niemand bij de auto kwam. Toen wij onze inkopen hadden gedaan en afgerekend hadden liep een van de jongens onze kar al naar de auto te duwen. Handig zo een piccolo. Bennie gaf ze 5 kwatcha, zo een 65 cent en de jongens waren ook weer blij. Bennie liet mij het gebouw zien waar ik op 5 januari mezelf moet melden bij de immigratiedienst om mijn verblijfsvergunning te verlengen. Ik heb bij binnenkomst in Zambia 50 dollar betaald en kreeg een grote stempel in mijn paspoort dat ik voor 5 januari het land weer moet verlaten. Dat moet ik dus voorkomen.

Na een kort ritje kwamen we aan op Mafundzalo Ranch. Ik heb de hele weg gereden om wat ervaringen op te doen en aan het linksrijdende verkeer te wennen. Want als Bennie weg is moeten we het alleen doen. Op de ranch werden we hartelijk welkom geheten door Donald, Debbie en hun kinderen. Na even te hebben bij gesproken zijn we de vangplaats in orde gaan maken. Donald had zich een bosmaaier met zaagblad aangeschaft en zo togen we samen met twee Zambianen naar de vangplaats. Het is voor de tijd van het jaar erg droog en Donald vertelde dat we wel op onze schoenen heen konden. Vol ongeloof keken we hem aan omdat drie jaar geleden we daar met lieslaarzen en waadpak de zwaluwen moesten ringen. Dat is toch wel heel wat anders en ik keek ook mijn ogen uit toen we bij de dam waren. Het was echt droog! Ik wist niet eens dat er eilandjes achter de dam lagen maar die waren nu zichtbaar. Volgens Donald moet het drie weken 200 mm per dag regenen om de stuwdammen weer vol te krijgen. Het water is echt heel erg laag en op schoenen kunnen we de zwaluwen ringen. Tijdens het maken van twee paadjes in het bamboe-achtige riet vlogen er weinig zwaluwen en we hadden er een hard hoofd in of we er een paar zouden vangen. Donald vroeg hoeveel we er al hadden geringd en ik vertelde hem dat we er al zo een 700 te pakken hadden. Hij lachte en zei dat worden er vanavond dan 707. Na een zweterig middagje zijn we even wat verkoelend water gaan drinken en hebben daarna onze ringspullen gepakt en zijn naar de nieuwe baantjes getogen. Het geluid was nog niet aan of er hingen al zo een kleien honderd zwaluwen boven het net. Dat ging goed en gelukkig geen valkjes die achter de zwaluwen aan zaten. In het bamboeriet zaten wel een hoop wevers en we vreesden het ergste maar gelukkig viel dat erg mee. Ik haalde er nog wel een Afrikaanse Cape reed warbler uit het net met een ring om. Deze bleek een paar jaar eerder door Bennie te zijn geringd op precies dezelfde plaats. Leuke vangst. Ook een paar Europese rietzangers maakte het feest compleet. De zwaluwen gingen goed en er hingen er over de honderd in het net. Snel de eerste kalender jaar beesten weggeringd en de oude en vreemde vogels meegenomen voor nader onderzoek. Het begon al aardig donker te worden toen er een paar nachtzwaluwen vlogen en een van de nachtzwaluwen vloog in het net. Tjonge wat een vangst! Zo gingen we met een paar zakken vol terug naar de ranch. Daar aangekomen meteen maar de nachtzwaluw geprobeerd op naam te krijgen en het bleek een Afrikaanse soort te zijn. De Wire-tailed Nightjar. Een mooie vangst. Helaas was dit een vrouwelijk exemplaar want de mannetjes hebben op beide vleugels een hele mooie lange veer zitten. Nachtzwaluwen zijn nachtbeesten zoals de naam al zegt en ze vangen nachtvlinders. Dat doen ze met hun bek de ze erg ver open kunnen spreiden en als het ware een vangzak hebben. Nog even 20 onderzoeks zwaluwen geringd en gewogen en daarna gaan eten. Ik baal als een stekker want er zit een fout in mijn computer en die krijg ik er niet uit. De pc maakt wel contact met de server maar kan alleen beveiligde sites laden. Surfen op het net gaat helaas niet meer en kan dus mijn blog niet uploaden. Tot vannacht half één bezig geweest maar zonder resultaat. Balen.

 

Dinsdag.

Vanmorgen om 7.00 uur de gisteravond gevangen zwaluwen gemeten en gewogen, en de biometrische gegevens verzameld. Ook de ruiscore is een belangrijk onderdeel. De zwaluwen ruien in hun overwinteringsgebied, ze vernieuwen hun slagpennen en staartpennen en vliegen dan met hun nieuwe verenpak weer naar Europa. De mannetjes ontwikkelen een lange buitenste staartpen en dat vinden de vrouwtjes weer aantrekkelijk. Na de broed gaan ze weer terug naar Afrika. Beesten hebben het slim bekeken want als het in Europa koud is zitten zij lekker warm in Afrika. Net als ik eigenlijk. In de loop van de ochtend hebben we samen met Donald twee baantjes gemaakt in het struweel. Wat een klus was dat. De struiken groeiden als een wildernis doorelkaar en voor dat we er een beetje een baantje in hadden was het al gauw een paar uur verder. Er waren ook vier Zambianen bij die ons hielpen met het wegslepen van de takken. Ik vond het ARBO technisch niet verantwoord want Donald was met een bosmaaier voorzien van zaagblad de struiken aan het wegzagen. De Zambianen liepen er op slippers omheen…een ongeluk zit in een klein hoekje. Gelukkig liep het allemaal goed af en hadden we twee prachtige baantjes om te vangen.

Na de lunch zijn we even bij de dam wezen kijken. Hier zitten altijd grote hoeveelheid vogels maar omdat het water nu zo laag staat zijn er ook minder vogels lijkt het wel. Twee Afrikaanse visarenden en bijeneters geven je echt het gevoel dat je in Afrika zit. Tjonge wat is dat mooi. Door de lage waterstand zag je ook veel afgestorven boomstobben staan. Normaal staan die onder water maar nu er boven. Na het bezichtigen van de dam zijn we verder over het landgoed van Mafundzalo Farm gereden. Later in de middag kwamen we uit bij een gebouwtje met een groot hek er omheen. Hier werden de kalveren voorzien van oormerken en de koeien ingeënt. Ik zag een koe met een Y-vormige tak om haar hals en vroeg aan Donald waarvoor dat diende. Hij vertelde dat sommige koeien over het hekwerk heen springen en dat deze constructie dat voorkomt. Ik kon het niet echt geloven maar het was werkelijk zo. Debbie was er ook en plotseling hoorde ik haar tegen een van de Zambianen tekeer gaan omdat ze vergeten waren een stierkalf te ont hoornen. Deze was nu te oud en er moest een dierenarts aan te pas komen wat weer extra kosten met zich meebrengt. De koeien zijn ook allemaal gebrandmerkt hier en het teken wat de farm gebruikt is K2. In Nederland is dat al lang verboden.

Tegen de avond zijn we weer naar de zwaluwslaapplaats getogen en hebben we een paar netjes opgezet. Het dreigde behoorlijk naar onweer en het leek wel van drie kanten te komen. Toen het begon te regenen zijn we snel zwaluwen gaan plukken en ringen maar de bui barstte niet los. Wel veel flitsen en harde klappen in de lucht maar het bleef de hele avond en nacht droog.

Het feit dat Bennie naar huis gaat wordt steeds voelbaarder. Morgen is het zover…

Alles is intussen wel een beetje overgedragen en ik begin er ook wel wat zenuwachtig van te worden. Straks rust er een verantwoordelijke taak op mijn schouders. We zijn allemaal een beetje emotioneel en ontdaan over hetgeen er staat te gebeuren.

Ik heb met Debbie en Donald afgesproken dat ik vanaf 30 december tot en met 10 januari bij hun op de farm zal verblijven. Dat kwam goed uit want zij gingen precies die tijd op wintersportvakantie in Frankrijk! Ik zit hier heel alleen oud en nieuw te vieren….(Andre Hazes)

 

Woensdag (afscheid dag)

Vanmorgen met Bennie de laatste keer de dam bezocht. De stemming was verdrietig in de auto en ieder had zo zijn eigen gedachten. Bij de dam weinig vogels, wel twee visarenden die vanuit de dode bomen het water afspeurde op zoek naar wat lekkers. Over de dam kwamen we bij een huis aan. Vrienden van Donald en Debbie mochten hier een huis bouwen en gebruik maken van de grond. Een prachtige plek, werkelijk schitterend gelegen. Omheind met een hek en bewaakt door twee grote honden. De eigenaar kwam al aanlopen en het werd een leuk gesprek. Hij kende Bennie al wel van naam maar nog niet van gezicht. Dit was ook weer opgelost. De man wees ons de weg hoe we het beste vlakbij het water konden komen. Mooi stukje gebied. De oever van de dam is begroeid met bos en wel een kilometer breed. Op een pad door het bos zagen we veel vogels heen en weer vliegen, een geschikte plek om te vangen? Dit hielden we in onze gedachten. Aan het eind van het privé bezit van de Burtons liepen kinderen achter het hek naar ons zwaaiden en wij zwaaiden terug. Ik nam nog wat foto’s van libellen en er was een hele grote blauwe bij. Een fraai gekeurd beest. Op de terugweg bij het meer ontdekte ik een jongen die bezig was met een net. Toen hij ons in de gaten kreeg wist hij niet hoe snel hij zijn net binnen moest halen om daarna het bos in te vluchten. Tja….stroperij komt overal voor. Onderweg veel mangobomen die van niemand lijken te zijn. Het lijkt wel of ze er gewoon in het wild staan. Helaas zijn ze nog niet helemaal rijp maar eentje die op de grond lag in de zon zag er erg lekker uit. Ik heb hem geschild en aan Joost gegeven. Die at hem met smaak op. Net buiten het eigendom van de farm loopt een spoorlijn. Een oude lijn die nog wel een keer of zes per dag wordt gebruikt. De trein gaat niet harder dan maximaal 60 km per uur. Het spoor is een uitdaging, een uitdaging om op de rails te blijven en niet te ontsporen. Op een spoorovergang zie je de hobbels en de kronkels in de rails zitten. Een Thalys zou hier niet kunnen rijden want die is na 10 meter al het spoor al bijster…

Tussen het spoor en de eigendommen ligt zo een 100 m land. Dit land is van niemand maar de Zambianen verbouwen hier aardappelen, mais en wat er maar wil groeien. Zeg maar de plaatselijke volkstuinen en ieder heeft zijn eigen stukje. Leuk dat al die mensen naar je zwaaien als je langsrijdt. We zijn en blijven een attractie!

Toen we terug kwamen moest Bennie gelijk weg want Bil, de piloot die Donald heeft leren vliegen, stond al te wachten in Kabwe bij de Zuidafrikaan. Donald bracht hem weg en het afscheid was niet zonder tranen. Dat wordt een zware vlucht. Na de lunch zijn we teruggegaan naar het vogelrijke paadje maar er zat nu helemaal niets meer. Waarschijnlijk was het met 32 graden veel te warm voor de vogels om te vliegen. We hebben nog wel geprobeerd om wat stokken in de grond te krijgen maar dat is toch een groot probleem hier. Afgesproken om morgen te gaan vangen bij onze nieuwe baantjes die Donald had gemaakt. We zijn hier toen naar toegereden om alvast de boel voor te bereiden en dat was maar goed ook. Ook hier is de grond van beton en het was nog een heel karwei om gaten in de grond te krijgen. Met de grondboor en een hamer lukte het uiteindelijk om twee rijtjes netten te plaatsen. Aan het eind van de middag zijn we weer zwaluwen gaan vangen. Helaas was de slaapplaats al erg geslonken en bleven er ongeveer 500 zwaluwen in het riet slapen. Vangen werd nog een hele opgave want ze vielen als baksteentjes kaarsrecht uit de lucht achter de netten in het bamboeriet. We kregen er zo een 25 in de zakken. In donker de avondgewichten genomen en geringd. In de verte dreigde het naar onweer. Af en toe flitste het maar het bleef tot een uur of tien droog toen het losbarstte. Tjonge jonge wat ging dat heftig te keer. Aan een stuk flitste het door en de donderslagen waren zo hard dat ik lag te schudden in mijn bed. Wat een geweld. De regen viel met bakken uit de lucht en daar is Donald ontzetten blij mee want zijn stuwmeren staan aardig droog en hij moet toch water hebben om te kunnen verbouwen. Het bleef nog geruime tijd onweren en het trok maar langzaam weg. Eindelijk eens echt onweer meegemaakt! Het bleef de verdere nacht onrustig en dat was niet alleen het onweer maar ook de muggen waren erg actief op zoek naar bloed. Het zoemde ervan!

 

Donderdag 12 december

In de vroege ochtend werd het dan toch droog en zijn Joost en ik gaan vangen. Het eerste baantje stond nauwelijks toen het licht begon te regenen. Dat werd allengs zwaarder en voor we het wisten was alles zeiknat inclusief onze kleren. Ik had geen droge draad meer aan mijn lichaam zitten. Er vloog ook niets want alles was aan het schuilen alleen twee Nederlanders niet die in het Zambiaanse land aan het verzuipen waren. Toen het iets minder hard regende hebben we de boel zo snel mogelijk binnengehaald en toen onder de douche. Later hebben we in het tuinhuis de gevangen zwaluwen van gisteren verwerkt. Ook de bijvangsten kregen een ring om, althans als we wisten welke soort we in handen hadden. In de loop van de ochtend werd het droger en droger en tegen de middag scheen de zon weer volop. Na de lunch hebben we het weer geprobeerd om wat te vangen en dat ging redelijk goed. We konden zo een 25 vogels ringen waaronder een fitis, grasmus en grote karekiet. Ook nog twee terugvangsten van eerder door Bennie geringde vogels. Na het opruimen hebben we even een bakkie koffie gedaan en zijn toen zwaluwen gaan vangen maar dat liep echt op zijn eind. Nog geen 70 zwaluwen boven de slaapplaats en we hebben er nog geen 20 kunnen vangen.

Op de farm bij de Burtons zijn de voorbereidingen voor het weekend in volle gang. Er is een grote party gepland en Debbie is bezig om allerlei lekkernijen te maken. Cup cakes, taarten, pasteitjes salades en nog veel meer. Het wordt een druk weekend voor ze. De huishoudsters zijn ook druk bezig om het huis schoon te maken. De buitenkant wordt gesopt, de straat geschrobd, het erf opgeruimd en  het tuinhuis helemaal leeggemaakt. Grote operatie. Samen met Donald hebben we wat kunstwerken opgehangen. Grote schilderijen en kleinere schilderijen vonden hun weg aan de muren. Met speciale ophangsystemen kregen de kunstwerken allemaal hun eigen plek. In een van de huiskamers hingen al veel schilderijen. Ik kan me herinneren dat die drie jaar geleden al scheef hingen. Nu hangen ze allemaal weer recht want Joost en Jan hebben met hun timmermansoog dat even gefikst. Donald en Debbie waren erg blij met onze hulp.

Als tegenprestatie ging Donald  ’s avonds met ons rondrijden over zijn landgoed. In de koplampen van de auto kun je dan van alles tegenkomen aan dieren. Ook een grote schijnwerper op het dak van de auto verhoogt de kans op het zien van wild. Je kunt dan ook de zijkanten belichten en kijken of er iets weerkaatst. We waren het erf nog niet af of de eerste uil diende zich al aan. Hij bleef mooi zitten op een tak en we konden tot vlakbij benaderen. Helaas werden de foto’s niet zo mooi want voor het flitslicht is het toch al gauw een heel eind. Even verderop kwamen we al twee Afrikaanse kerkuilen tegen en die bleven ook mooi zitten. Zo reden we het landgoed rond en kwamen nog veel meer uilen tegen maar ook mensen. Midden in de nacht, stikdonker en er lopen mensen. Je ziet ze echt niet… Plotseling twee kleine oogjes die vanuit de boom op ons neerkeken, bushbaby’s! Een klein halfaapje dat ongeveer zo groot is als een Eekhoorn. Mooi om ze te zien maar ze zijn alleen wat schuw. Toen we terugreden vloog er nog een nachtzwaluw op, moeilijk te zien in donker welke soort het is maar leuk om er eentje waar te nemen. Vlak bij huis stak er een bushbaby over en die konden we heel mooi zien. Hij keek ons nog even na voordat hij in de bush verdween waar hij thuis hoort.

 

Vrijdag de 13e ongeluksdag?

Heerlijk uitgeslapen tot 7.00 uur en hebben de zwaluwen en bijvangsten verwerkt. Hadden er niet veel en waren zo klaar. Debbie had eieren gebakken voor ons en die gingen er heerlijk in. Omdat de stroom was uitgevallen hadden we geen geroosterde broodjes maar moesten we het doen met kleffe witte boterhammen. Het gebakken eitje vergoedde een hoop. Na het ontbijt zijn we een rondje gereden over het landgoed en hebben we diverse dammen bezocht. Het vogelaanbod was niet heel erg groot maar de eerste nieuwe soort was een ooievaar. In Nederland tegenwoordig een hele gewone vogel maar om hem in zijn natuurlijk omgeving in Afrika te zien is wel weer bijzonder. Helemaal witte kalkpoten hadden ze. In deze warme streken schijten ze hun poten onder. Dat doen ze omdat ze hiermee de temperatuur van hun lichaam regelen. Door de witte kalkaanslag wordt het bloed niet te warm waardoor de lichaamstemperatuur niet oploopt. We staken over naar het landgoed van de buurman. Donald heeft 2400 ha land maar de buurman 6000 ha. Een enorme oppervlakte met een paar dammen erin om het land van water te kunnen voorzien. Ook hier was het rustig maar de Afrikaanse buizerd zorgde er toch nog voor om een nieuwe soort aan het lijstje toe te voegen. Het land is van een Indiër die een hoop tabak teelt en ook een eigen tabaksdrogerij heeft. We zijn hier naar toe gereden en zagen de Zambianen bezig met het drogen en binden van bladeren. Erg arbeidsintensief en het drogen gebeurd op de ouderwetse manier met het verbranden van hout. Grote hopen hout, waar ik de rest van mijn leven warm bij zou kunnen zitten, lagen opgeslagen rond de drogerij.  Joost en Jan hebben gevraagd of ze wat foto’s mochten nemen en dat werd goed gevonden. Ik ben even naar een Zambiaans gezinnetje gelopen en heb een van de kinderen zijn handje geschud. Wat zijn ze toch mooi. Van die grote donkerbruine ogen die je zo onschuldig aankijken…ik smelt er van. Inmiddels moesten we terug voor de lunch en reden weer richting Mafundzalo farm. In de loop van de middag begon het te regen en hebben we het zwaluwvangen geskippt. Gisteravond was er weinig  en nu regende het een beetje een mooi excuus om niet te vangen. We zijn plannen gaan maken hoe we de rest van de reis willen invullen. Ik wil de laatste twee van de big five nog wel zien, de olifant en de luipaard. We hebben allerlei gebieden de revue laten passeren toen we op de Lower Zambezi uitkwamen. Grote kans op veel soorten wild! Dat moesten we hebben en we zaten van alles voor te bereiden totdat we er op het laatst achter kwamen dat het park gesloten was tussen december en april in verband met de regentijd. Shit… (dat is Engels voor poep) Eind van de middag zaten we in huis toen Donald er bij kwam zitten. Hij had een schaaltje met twee kipkluifjes in zijn hand. Deze waren gemaakt door zijn buurman de Indiër. Ik had van de week laten vallen dat ik wel van scherp eten hield en dat had Donald onthouden dus moest ik aan de kip kluiven… Het was volgens hem erg scherp en ik had zeker cola nodig om te blussen. Adam, zijn zoon, hing aan mijn lippen of er ook vuur uit zou komen. Het viel mee en de kluiven waren niet echt scherp maar gewoon lekker gekruid. Ik hoefde het vuur niet te blussen maar hield er een lekkere nasmaak aan over. ’s Avonds bij het eten moest ik wat anders proberen, dat was mango met hete kruiden er op en gemaakt door de moeder van de Indiër. Het was een tikkeltje scherp maar daar hield het ook mee op. Heerlijk om weer even wat pepers in de mond te hebben. Na de overigens heerlijke maaltijd zijn we verder gegaan met plannen maken met Donald erbij. We gaan nu toch naar de Lower Zambezi want Donald had nog een kennis die ons wel wilde begeleiden. Ik heb in tussen gebruik gemaakt van de computer van Donald en heb mijn terugreis online kunnen boeken. Ik vlieg op 31 januari rechtstreeks terug van Lusaka naar Amsterdam. Ook heb ik mijn blog kunnen uploaden zodat iedereen weer een beetje op de hoogte is tot 5 december. Morgen vroeg op om naar de Zambezi af te reizen. De vliegende mieren doen het goed hier, het hele huis zit er onder. In de keuken ligt inmiddels zelfs een laagje vliegende dode mieren of zijn het dode vliegende mieren?. En dan heb ik het niet over onze vliegende mieren van ongeveer één cm nee deze zijn ongeveer 6 cm groot. Je zal er bijna over struikelen…

 

Weekend

De plannen van gisteravond zijn toch wat veranderd want we gaan niet vandaag naar de Lower Zambezi maar in de loop van volgende week. Dat komt qua planning veel beter uit. Naast de Lower Zambezi willen we ook nog naar de Victoria Falls en dat proberen we te combineren. Donald ging al vroeg naar Lusaka, zijn zus zou daar vandaag zijn en hij moest nog wat boodschappen halen voor de party die vandaag begint. Hij doet dat met zijn eigen vliegtuig. Tot voor kort bracht hij zijn kinderen elke maandag naar de kostschool net buiten Lusaka en haalde ze dan vrijdags weer op. Dit kostte enorm veel tijd en om dat te besparen heeft hij zijn vliegbrevet gehaald. Hij heeft zijn eigen vliegtuig gekocht en landt nu op Lusaka Airport. Vandaag zal hij een taxi nemen om vanaf het vliegveld de boodschappen te halen. Dat doet hij samen met zijn zus en slaat hij twee vliegen in één klap.

Nadat we de spullen in de auto hadden geladen hebben we afscheid genomen van Debbie en van de huishoudsters. Op naar Kabwe om daar nog wat boodschappen te doen. Joost had voor zijn telefoon een kabel nodig omdat die waarschijnlijk stuk is. De telefoon wil niet meer opladen. Debbie had uitgelegd waar hij dat eventueel zou kunnen kopen. Maar als dat niet lukte zou de winkelier vast wel iemand weten die het wel had. In Kabwe aangekomen het bewuste winkeltje opgezocht maar deze bleek de kabel niet te hebben en stuurde Joost naar de overkant van de straat. Daar hadden ze het ook niet en 10 winkels verderop moest hij het maar weer proberen. Dit lukte! Maar de telefoon laadde nog steeds niet op dus lag het aan het toestel was de eenvoudige redenering van de winkelier. Met deze mededeling zijn we Kabwe verder ingereden om onze inkopen te doen. De auto ergens in de hoofdstraat bij een hele dikke boom geparkeerd. Zeker een die er al 200 jaar staat! Wat een gigantisch ding. Bij het parkeren moesten we nog wel even uitkijken want het riool lag open en een gapend gat van een meter bij een meter zou zeker voor problemen zorgen als we daar in zouden rijden. Bij de boom hing een bordje en daar stond op dat vroeger onder deze boom de slaven werden verhandeld en afgevoerd naar de katoenplantages in Amerika. Wat een leed heeft hier plaats gevonden…..prachtige gezinnen die uitelkaar werden gerukt, daar moet je niet te lang bij stilstaan. Er was ook een markt en daar zijn we even overheen gelopen. Allemaal kleine kraampjes en bij een van de kraampje zagen we houten zelfgemaakte lepels staan. Hier hebben we er een paar van aangeschaft en de verkoopster was reuze vriendelijk. Ze vond het prachtig dat wij van die houten lepels meenamen. Jan was achter gebleven en toen hij de lepels zag wilde hij er ook een paar hebben. De verkoopster zag mij al van verre aankomen en op haar gezicht lag een brede grijns, want ze verkocht er nog een paar. Makkelijk voor in de sla of te roeren in de soep.

Toen we langs de vijgenhoeve kwamen zijn we gestopt om weer zo een lekker bakkie koffie te doen met wat lekkers erbij. Wat een verwennerijen hier.

Het laatste stukje naar Chisamba ging vlot en van verre zagen we Zambeef opduiken. Na wat gedronken te hebben zijn we achter de zwaluwen aan gegaan. Het viel ons al op dat het erg rustig was en er nergens zwaluwen te bekennen waren maar dat zou wel anders worden als we het geluid zouden aanzetten. Op de slaapplaats aangekomen het geluid voor de dag gehaald en aangezet. Na 20 minuten hadden zich 22 zwaluwen gemeld en daar hebben we de netten niet eens voor uit de auto gehaald. Edwin vertelde ons dat wanneer de zwaluwen weggetrokken waren, pas weer in januari zouden terugkeren… met deze kennis zou het wel eens over kunnen zijn met vangen.

 

Zondag, Lusakadag

Vanmorgen een beetje uitgeslapen en wat gelezen. Ik kwam op het idee om naar Lusaka te gaan in plaats van rond te rijden en naar vogels te kijken. Joost en ik herinnerde ons dat op zondag markt op het plein is, tegenover de Spar. Zo gezegd, zo gedaan. De markt bestaat voornamelijk uit zelfgemaakte spullen. Handwerk, made in Zambia. Ik had daar al eens een heel mooi doekje weten te bemachtigen die ik toen in Nederland heb laten inlijsten. De heenreis ging redelijk vlot maar een roadblok zorgde toch nog voor wat oponthoud. Het was voor mij de eerste keer dat ik in Lusaka reed. Omdat daar alles links is moeten de rotondes ook verkeerd om genomen worden. Dat is allemaal erg wennen want de versnellingspook en het knipperlicht zitten ook net andersom. Gelukkig zonder kleerscheuren door het verkeer gekomen maar waar was nu ook alweer precies dat marktje? Normaal rijdt Bennie altijd en die weet de weg. Uiteindelijk vonden we het plein en het marktje. Veel houtsnijwerk, batiks, schilderijdoeken, juwelen van koper en zilver, bewerkt steen en mensen die je aanklampen met van alles en nog wat. Ik had al snel gevonden wat ik zocht. Ik ben helemaal weg van de schilderijdoeken. De kleuren, de vormen en de uitbeeldingen. Ik vind het echt heel erg mooi. Ik kocht er dan ook elf, zelfs twee die niet in mijn koffer passen. Ook nog een gequilt hoeslaken en nog meer houten lepels. Bij eentje kreeg ik zelfs als wisselgeld houten lepels en vorken en ik ben nog zijn vriend op de koop toe. Jozef heet hij. Toen we onze aankopen naar de auto brachten zag ik dat een van de houten vorken de olifant zijn slurf kwijt was. Ik had het niet gezien omdat het een bij elkaar gebonden setje was en deze onderop zat. Ik ging terug naar Jozef en toen hij me zag aankomen was het meteen Lex, Lex… Ik liet hem de kapotte olifant zien en meteen kreeg ik een nieuw setje. IN Nederland zou het worden opgestuurd naar de fabriek maar wellicht was de garantie ook al verlopen zodat er niets zou gebeuren. Dat gaat hier wel weer wat makkelijker. Hij probeerde me ook nog een Luipaard aan te smeren voor 20 dollar. Maar al snel zakte de prijs naar 18 dollar. Ik heb het er maar bij gelaten want ik zat niet verlegen om een luipaard. Hoewel, het is er nog wel eentje van de big five die ik moet zien. Aan de rand van het plein op een terras even wat gegeten. Jan was erg onder de indruk van al het hotsnijwerk en heeft van allerlei dieren gekocht. Het afdingen ging hem steeds beter af. Hij hield voet bij stuk en kreeg het uiteindelijk mee voor de prijs die hij ervoor wilde geven. Ook hier was het weer genieten, genieten en nog eens genieten. Na de lunch het laatste rondje gelopen over de markt om er zeker van te zijn dat we niets waren vergeten. Daar kwam Jozef weer aan met zijn luipaard. De prijs was verder gezakt en bedroeg nu 15 dollar. Gaat hard. Ik zei hem dat ik over twee of drie weken er weer zou zijn en dat de prijs dan vast weer lager zou zijn…

Joost reed terug naar Chisamba en het was drukkend en benauwd. Onderweg geen enkele zwaluw gezien en we hebben niet eens de moeite meer genomen om bij de slaapplaats te kijken. Vandaag kwam ook het verdrietige bericht binnen dat Jasper, de zoon van Bennie, was overleden.     

Lastig om de draad dan weer op te pakken….

 

(0 from 0 votes)
 
bijgewerkt tot 15 decemberhttps://www.mytripblog.org/pg/blog/ltervelde/read/320360/bijgewerkt-tot-15-december
bijgewerkt tot 15 december
 

Bijgewerkt t/m 4 dec   (published in Kenya)

December 13, 2013 by   Comments(1)

Zaterdag 30 november 2013 (lang verhaal)

Wat een belevenissen vandaag, wat een indrukken en wat een vriendelijkheid, ik heb me gek gekeken in Gilgil. Gisteravond had ik de hoofdranger gevraagd of hij een pikipiki voor me wilde bestellen. Een veredelde brommer die net ietsje harder gaat dan een gewone brommer maar langzamer dan een motor. Hij vertelde me later dat er om 9:30 uur eentje klaar zou staan bij de voordeur van het kamp. Op de brommotor is het gauw een half uurtje rijden naar Gilgil, de eerste grotere plaats buiten het kamp. De volgende ochtend werd het toch iets anders want het werd een andere pikipikichauffeur en een half uur later. Maar uiteindelijk zat ik toch achterop de buddyseat. Voor mij de eerste keer op zo een pikipiki. De chauffeur kende ik al want ik had hem al eens ontmoet en de hand geschud. Ondanks dat hij een niet alledaagse naam had kon ik hem mij niet meer herinneren. Maar na een hernieuwde kennismaking wist ik het weer, Njagi! Njagi bracht mij veilig naar Gilgil over niet onderhouden wegen en zandpaden. Toen we het kamp uitgingen bij de poort was het Lucie die het hek voor ons opendeed en ik zong spontaan ‘en voor Lucie nog eenmaal troelala, toroelala….’, ze vond het prachtig. Onderweg de achterbuurt van Gilgil gezien, Langalanga. Wat een armoede hier. Van foto’s en spotjes ken ik het vermaak van kinderen met een oude autoband, een oude vergaande lap als pop of een simpele zelfgemaakte auto van draad. Hier spelen en zijn zeer  de hele dag zoet mee. Nu zag ik het met eigen ogen, van een gebruikt melkpak met twee rondachtige dingen een auto gemaakt en met een touwtje werd deze omhooggehouden zodat de wielen draaiden. Onvoorstelbaar. Ook zag ik een oude man, met wit haar, wat op zich al bijzonder is, en in zijn hand een blik met brandend houtskool. Hij droeg een oude versleten jas, een lange broek vol met scheuren waarvan de pijpen deels ontbraken. Daaronder droeg hij laarzen. In mijn beleving een arme man die nauwelijks de eindjes aan elkaar kon knopen. Hoewel als hij zijn broek zou gebruiken kon hij voorlopig vooruit met knopen leggen. Hij liep doelloos rond door Gilgil. Ik kon maar niet bedenken waarom hij een blik met brandend houtskool bij zich had. Het antwoord kwam aan het eind van de dag. De pikipikichauffeur vroeg me waar ik wilde zijn en vertelde hem dat er ergens een internetcafé moest zijn en dat ik daar wel heen wilde. Ook vertelde ik hem dat ik nog wat Safaricom internettegoed moest kopen en hij bracht me naar de winkel waar ze internettegoed hebben. Ik dacht dat ik het zelf moest doen maar met 200 shillings in zijn hand regelde hij het wel even. Heerlijk zo een chauffeur en wat een aardige vent weer. Daarna naar het internetcafé om te internetten maar ook om wifi bereik te hebben voor de telefoon. De medewerkster vertelde mij dat in heel Gilgil geen wifi beschikbaar is. Daar sta je dan…

Ik vroeg de pikipikichauffeur, want die was nog steeds mij me, mij naar het restaurant te brengen want daar zou wel wifi zijn had ik me laten vertellen. Ik sprak met hem af dat hij me om 15:00 uur weer zou oppikken om mij naar het kamp terug te brengen. Ik moest voor deze hele reis inclusief al zijn service 250 shilling betalen wat neerkomt op ruim 2 euro. Om er zeker van te zijn dat hij om 15:00 uur klaar zou staan gaf ik hem het dubbele.  In het restaurant dat Gilgil rijk is heb ik een kop koffie genoten. Uiteraard stonden er verscheidene televisies aan waarop sport was te zien. Zo trok het nationaal rugbyteam van Kenia de aandacht van de aanwezigen. Of ik de koffie zwart dan wel wit dronk? Ik bestelde witte koffie en kreeg een zakje Moccona oploskoffie met een kannetje hete melk. Op zich niets verkeerds mee ware het niet dat er teveel melk voor de hoeveelheid koffie was. En zo dronk ik koffie met een vel erop. De laatste resten melk in de kop gegoten, wat suiker erbij en het was alsof ik weer in mijn jeugd was teruggekeerd. Na deze verwennerij de straat op. Ik bleek de enige mzungu (witte buitenlander) te zijn in het plaatsje. Bij de bank met het maestroteken heb ik nog wat Keniaanse shillings gepind. Daarna het stadje verkend. Overal kleine shops met van alles en nog wat te koop. Hier zie je echt het Keniaanse leven. Hier beweeg je je tussen de Kenianen door. Hier kijk je je ogen uit en kijk je je gek. Opvallend dat er helemaal niemand naar je toekomt om je wat aan te smeren. Wat is dat heerlijk om geen ‘hapana asante’ te hoeven zeggen. Toerisme kennen ze hier niet en dus is er ook niets te verdienen aan de toerist. Ik slenterde door het dorp en viel van de ene verbazing in de andere. Zo zag ik een messenslijper op straat bezig. Hij had op het stuur van zijn fiets een slijpsteen gemonteerd. Het achterwiel van de grond middels een standaard en via de trappers en een riem werd de slijpsteen aangedreven. Wat een idee, en je kunt zittend je werk doen! Opvallend dat er ook gewoon schapen en geiten los door het dorp lopen. Soms ook wat koeien, pinken eerder. Geen Masaï erbij maar gewoon los. Er wordt een keer getoeterd of gewacht totdat de beesten aan de kant gaan. De wegen zijn slecht, geen geplaveid asfalt maar keien en klei dat de weg vormt. Er was één stukje asfalt te bekennen dat van het begin van het dorp een klein stukje de bergen in ging naar een huis. Hier woonde een Engels gezin dat een boerderij exploiteerde….waarschijnlijk heeft de boer het zelf aangelegd om een goede weg naar het dorp te hebben.

Tegenover de bank wat inkopen gedaan zoals cola en tomatenketchup. Geen Heinz maar de plaatselijke ketchup genomen voor over de spaghetti. Verder had ik niet zo veel meer nodig want woensdagavond verlaat ik het kamp.

Tegen lunchtijd was ik weer bij het restaurant en bestelde een cola met een kwart kip, friet en groente. Heerlijk! Ik zag ook hoe drie Kenianen hun bestelde voedsel deelden. Het werd geserveerd in een grote koekenpan, geen borden, geen bestek maar gewoon met je handen uit de pan eten. Wat kan het leven ook eenvoudig zijn zonder al te veel afwas. Er werden ook nog drie karkassen van geiten naar binnen gebracht. Gewoon waar iedereen in het restaurant zat te eten of te drinken werden de geiten naar achter gebracht. Ook een kwart koe kwam langs mijn tafel. Even een beetje opzij schikken en ze konden er langs. Dat het vlees door de zaak wordt gebracht terwijl je zit te eten oké maar dat het ongekoeld wordt vervoerd in een open pick-up langs de stoffige straat… hoezo Voedsel en Warenautoriteit? Niet nodig toch? Later zag ik ook dat vlees achter op de pikipiki werd vervoerd en dat leek heel veel of de pizzakoerier langs kwam… Tegen kwart over twee ben ik nog een keer door het dorp gelopen. Ik zag een shop waar wat cd’s buiten in een rek stonden. Ik hou wel van de originele Keniaanse muziek. Overdag staat in het kamp een radio aan afgestemd op een lokale zender en daar hoor ik vaak van die heerlijke muziek uitkomen. Dus heb ik me over het rek gebogen en geprobeerd om wat Keniaanse muziek uit te zoeken. Gelukkig kreeg ik al snel hulp en vroeg de verkoper wat een cd kost en of het originele Keniaanse muziek betrof. De cd’s zijn niet zo duur maar wel gekopieerd! Maar goed dan heb je ook wat. Dus heb ik mezelf wat van dat spul aangeschaft. De vraag over originele Keniaanse muziek is moeilijk te beantwoorden. Er zijn namelijk zo een 185 verschillende familiestammen in Kenia en iedere stam heeft zijn eigen Swahilidialect en zijn eigen muziek. Ik had de kok, Kariuki, al eens gevraagd naar traditionele muziek maar daar kwam ik met hem niet uit. Mede omdat ik dan een bepaalde familiestam moest aangeven waar ik de muziek van wilde hebben. Tja…daar sta je dan met je mond vol Swahili tanden. Ik heb 10 cd’s uitgezocht omdat de plaatjes me wel aanstonden en hoop dat de muziek is wat ik zocht.

Inmiddels liep het naar drie uur toe en liep ik naar de afgesproken plaats waar de pikipikichauffeur me had gedropt. En warempel….hij zwaaide al van verre naar me dat hij er stond. Dat was dus goed gekomen en ik kroop weer achterop als duopassagier. Dezelfde weg terug en onderweg was ik een ware attractie. Een mzungu achterop een pikipiki!!! Heel veel kinderen zwaaiden naar me en riepen mzungu, how are you? En ik riep “fine”, en zwaaide terug. Ik kan hier zo ontzettend van genieten. Dat kun je niet onder woorden krijgen maar daar moet je zelf achterop de pikipiki beleven… Plotseling vroeg de chauffeur of ik het leuk zou vinden om zijn huis te zien. Dat wilde ik wel! Ergens halverwege Gilgil en het kamp sloeg hij af, en we waren weer in Langalanga. Als slingerend over nog slechtere wegen bereikten we de achterbuurt van de achterbuurt. Alles wat daar woonde liep uit om mij te zien, want langs het weggetje verspreidde het gerucht zich snel dat er een blanke was. Njagi, de chauffeur, glom van trots toen hij mij zijn eigendom showde. Hij vertelde dat het stukje grond 200x50m bedroeg en al lopend naar achter kwamen we door zijn tuin en verbouwde hij daar tomaten, aardappelen, kool, soort spinazie, zoete mais, uien en aardbeien. Hij vond het prachtig om het mij te laten zien en vertelde maar door. Ik vond het ook schitterend om ook een stukje privé van een Keniaan te zien.  Misschien genoot ik er stiekem nog wel meer van dan hij. Achter op zijn erf stond het huis. Niet heel erg groot maar groot genoeg om met drie personen daar te wonen. Al binnen stappend door de voordeur stond ik meteen in zijn huiskamer. Deze stond helemaal volgebouwd met banken en grote stoelen. Aan weerszijde van de huiskamer was een soort uitbouw gemaakt en diende als slaapkamers. De slaapkamers kon je betreden via een deur vanuit de huiskamer. De ene slaapkamer was ingericht met een twee- en een eenpersoonsbed. Hij vertelde dat hun zoontje bij hun op de kamer sliep. De andere slaapkamer diende voor de opslag van de tomatenoogst uit de tuin en als er iemand zou komen logeren. Toen we weer buiten stonden liepen we naar de achterkant van zijn huis waar een gebouwtje was gemaakt mat twee deuren. De wc, dat niet uit meer bestond dan een gat in de betonplaat op de vloer en de andere deur was een douche zonder douche. Ik zag wel een kinderbadje in de hoek staan en toen ik vroeg waar de douche was vertelde hij me dat ze zich douchte in het kleine badje! Pardon, in het kleine badje? Nee, vertelde hij daar gaat warm water in en dat gieten we over ons heen en op die manier douchen we.. ohw…oké.

Ik miste nog een essentieel ander onderdeel van het huis, de keuken. We liepen een stukje verder naar weer een ander gebouwtje dat ook uit twee deuren bestond. De ene deur was de keuken en de andere deur de garage voor zijn pikipiki. In de keuken stonden twee houtskoolbranders op de grond en een zak mat maismeel waar ugali, het nationale voedsel van Kenia in zat. We eten alleen maar ugali met kool, uien, of spinazie…. Plotseling stond zijn zoontje Simon samen met twee buurmeisjes achter ons en werd ik voorgesteld aan hun. Heel erg verlegen gaven ze me een hand en vertelden hun namen. Eentje heette Monica maar die andere had een hele moeilijke naam in het Swahili en ben ik helaas vergeten. Ik vroeg hem waar zijn vrouw was en hij vertelde dat er een keer in de maand op zaterdag school was en dat zij daar nu les gaf. Ik vroeg hem wie er dan op zijn zoontje paste als hij aan het werk was als pikipikichauffeur en zijn vrouw op haar werk zat. Hij had mij inmiddels verteld dat zijn zoontje 7 jaar oud was. Nou, er was niemand die oppaste en hij liep daar gewoon rond en speelde met de buurmeisjes of was alleen. Vol van verbazing en ongeloof reageerde ik ‘no one takes care for him’? Nee, er was niemand die op hem past als ze er niet waren… Nou ja, verkeer was er ook niet in de straat dus het zal allemaal wel meevallen. Toen we weer terugliepen naar zijn brommotor werden we door de buurt uitgezwaaid. Bij de brommotor stond een heel klein jongetje met dikke tranen in zijn ogen maar veel meer dan poa, een verbasterd Swahili, dat ‘goed’ betekent, kwam er niet uit. Poa, poa, poa….en we reden weg. Ik was ontroerd.

Terug in het kamp vroeg ik Njagi zijn adresgegevens op te willen schrijven omdat ik de foto’s naar hem toe wilde sturen. Ik zag verbazing in zijn ogen. Eh, ja, welk adres? De straat heeft geen naam en er zijn geen huisnummers. Ik kon het pakketje met foto’s wel naar de school sturen waar zijn vrouw werkte. Hij belde haar en zo kreeg ik het postbox adres van de school en als ik het daar heen stuurde, dan kwam het wel terecht.

Muchiri, een van de rangers, kwam later naar mij toe en vroeg hoe de chauffeur was en ik heb hem het hele verhaal verteld. Hij zei me dat het zijn beste vriend was….

Muchiri vertelde mij de ‘man met de witte haren en het brandende houtskool’ te kennen. Hij snapte ook niet waarom hij zo sjofel gekleed ging want volgens hem was hij erg rijk. Het houtskool gebruikte hij namelijk voor zijn werk, hij was plasticlijmer! Kapotte emmers, teilen, paraplu’s of wat dan ook, hij maakte weer. Hij ging van deur naar deur en maakte vele dingen weer heel en bruikbaar. Volgens Muchiri haalde hij daar veel geld mee op.

In het kamp was een grote groep Amerikanen en Engelsen gearriveerd. Een soort meeting die ze hadden. Ik begreep dat een van hun voor Projects Abroad had gewerkt en zodoende mensen had ontmoet waar ze nu een reünie mee had. De groep bestond uit acht mensen die ’s avonds op een uitzichtpunt een groot kampvuur hadden met drank! Alle vrijwilligers waren ook uitgenodigd. Na het diner hebben we met ons allen een groot feest gevierd en het was beregezellig of moet ik zeggen ‘buffelsleuk’? Helaas waren er een paar die de bodem van het glaasje niet zagen en duidelijk te veel op hadden. Zo ook de Belgische vrijwilliger die de inhoud van zijn maag over de savanne verspreidde. Later toen ik in bed lag, hoorde ik hem de laatste restanten van de inhoud van zijn maag in de wc gooien. Tjonge jonge, wat ben ik blij dat ik een flesje cola heb gedronken…

 

Zondag, rustdag en hoe de kat een naam kreeg…

Vandaag een dagje in het kamp gebleven. Ik was nog een beetje onder de indruk van mijn ervaringen van gisteren. Vandaag verlieten de Engelsen en de Amerikanen het kamp weer maar voordat er afscheid werd genomen kreeg de kat een naam. Ik heb al eens verteld dat we een huiskat hebben, een grijze kater waar ik intussen aardig bevriend mee ben geraakt. Ik heb nooit zo nagedacht om hem een naam te geven maar de Amerikanen kwamen op dat lumineuze idee. Het is een geheel grijze kat die in zijn eigen behoefte voorziet. Vangt muizen en vogels rondom ons verblijf. Niet mee spelen totdat het dier dood is en dan laten liggen, nee, vangen, doden en opeten, zoals de natuur het ooit heeft bedoeld. Maar ondanks zijn wilde instinkt vindt hij het ook prettig om geaaid te worden, kopjes te geven en op schoot te zitten. Vanmorgen zat ik buiten en de kat zat bij me. Toen de Amerikanen hem chips gaven en hij het opat was zijn naam geboren. Pringels. En wel Mr Pringels.  

Lekker rondgehangen in het kamp en de hele dag een beetje nietsdoen. Maar dan schiet het ook niet op met het schrijven van een blog, want er is weinig inspiratie dan…

Ik heb al eens verteld dat we een oude jeep tot onze beschikking hebben, voorzien van kooiconstructie. Het is echt een oude auto. Starten is een probleem en de motorkap staat meer omhoog dan dat hij ligt. Muchiri frutselt wat met de bedrading en de hoofdranger draait het contactsleuteltje om om te starten. Meestal slaat hij wel aan en wordt de motorkap weer in zijn zitting gelegd. De motorkapsteun wordt met behulp van een ijzerdraadje op zijn plaats gehouden. Laatst stapte ik voorin en trok de deur dicht toen ik het hele handvat in mijn hand hield. Ik probeerde het weer te repareren maar dat lukte niet. Plotseling had ik het hele schot in mijn hand en brak de hele zooi af. Van de week ging Silvia weg, de Duitse vrijwilligster, en ik wilde haar nog even de hand schudde en gedag zeggen. Ze zat al in de auto maar ik kreeg de deur van de buitenkant niet open en van de binnenkant wilde het ook al niet. Vanavond zou Muchiri met de jeep op pad voor stroperij controle. Toen hij de jeep had gestart en weg zou rijden stopte de motor er na ongeveer 10 meter mee. Uiteraard opnieuw starten en proberen de auto weer aan de praat te krijgen. Motorkap weer omhoog en aan de bedrading frutselen maar niets hielp deze keer. Toen de benzineslang van de carburateur afgetrokken en gestart. Bleek er geen benzine meer in de tank te zitten. De jeep heeft de hele nacht verder op het pad gestaan omdat er geen benzine voorradig was…

De generator is ook zo een verhaal. Normaal start hij redelijk makkelijk en gaat het eigenlijk altijd wel goed. Er zit een soort tijdschakelaar ingebouwd die na drie uur de motor automatisch stopt. Van de week stopte hij na ongeveer twee uur gedraaid te hebben met zijn werk. Kamp in rep en roer want het is meteen stikdonker. Niemand had een hoofdlampje of zaklamp bij de hand en die moet je dan op de tast zoeken. Toen we een lichtje hadden gevonden en bij de generator gingen kijken bleek de diesel op te zijn. Geen probleem zou je denken…beetje diesel in de tank en aanslingeren maar weer. Nee, zo makkelijk is dat niet want het geheel moest eerst ontlucht worden. Maar na een stief kwartiertje hadden we toch weer licht….

 

Maandag 2 december

Het lijkt wel of de hoofdranger ons altijd wil plagen na het weekend met zwaar werk. Vandaag moesten we het gras onder het hekwerk weghalen. Uiteraard gebeurd dat met hand en armkracht. We gebruiken daar een panga voor. Een panga is een matchete (engels) en dan is het nog niet uit te leggen. Maar het komt neer op een stuk ijzer in de vorm van een golfclub  dat aan de onderkant scherp is. Daar zwaai je mee heen en weer en zo sla/snij je het gras en kleine struikjes mee weg. Voor mij met mijn anderhalve vinger is het lastig werk. Ik kan dat ding niet goed vasthouden en na een half uur vliegt het uit mijn hand. Grote kans op gewonden om mij heen dus heb ik maar heel even ‘gemaaid’. Het was eigenlijk ook te warm om dit werk te doen. Het is belangrijk werk omdat er voldoende stroom op het hekwerk moet blijven staan. Wanneer de draden overwoekerd worden met gras en struikjes dan lekt er stroom weg met kans op ontsnapping van twiga’s (giraffen). Maar nog erger is dat stropers vrij spel hebben. Een van de rangers vertelde dat hij een stroper had betrapt bij het vangen van een poemba (wrattenzwijn) en dat hij zeven en een half jaar de cel in moest voor dat vergrijp. Dat zijn nog eens straffen. Een gunstige bijkomstigheid is dat je elke dag ugali eet. Nu is ugali (maismeel) nou niet bepaald mijn lievelingskostje en dat weten ze in het kamp ook en ik word er mee geplaagd. Ik had de kok verteld dat wanneer ik de eerst volgende keer weer ugali zou eten dat in een Keniaanse gevangenis zou zijn. Vandaag was het zover en had hij het Kigiokamp omgedoopt tot gevangenis. Ugali in Kigioprison. Maar Kariuki zou Kariuki niet zijn als hij wat anders voor me had gemaakt, ik kreeg spaghetti. Na de lunch ben ik in slaap gevallen op bed en schrok tegen half drie wakker. De rest van de middag heb ik me weer op de vogelfoto’s gestort en heb er weer de nodige fouten uitgehaald. Is wel heel leuk werk want zo leer je de avifauna van Kenia goed kennen.

Eind van de middag sprak ik Muchiri nog even. Ik had gisteren heel toevallig opgevangen dat hij een wit shirt zou krijgen met het Audilogo erop. De Duitse vrijwilliger Michael werkt bij Audi en hij zou zo een shirt regelen. Nu wist ik inmiddels dat Muchiri van witte T-shirts houdt. Laat ik nu toevallig een helemaal wit shirt bij me hebben. Ik heb momenteel toch teveel shirts en vroeg of hij het wilde hebben. Dat wilde hij wel, alleen de maat was een probleem want hij zwemt erin….

Later op de avond kwam de hoofdranger naar me toe. Hij vertelde dat hij weg moest en dat hij morgen niet genoeg ‘deskundigen’ had om de vroege vogelsurvey te doen…

Morgen loop ik de rivierroute en leid ik de vogelsurvey. Hopelijk kan ik de vogels allemaal op naam krijgen…

 

Dinsdag, de bijna laatste dag

Het ‘troelalaliedje’ slaat erg aan en het halve kamp zingt het al. De meeste rangers kennen het uit hun hoofd en als ze me zien gaan ze lachen of zingen. Ik denk dat het een nummer één hit gaat worden in Kenia en als dat niet gebeurd dan wordt het het nationale volkslied. Let maar op bij de wereldkampioenschappen voetbal.

Kariuki zijn vrouw heeft een kapperszaak en hij had gehoord dat Michael mijn haar had geschoren met een scheerapparaat. Daar wilde hij wel alles over weten want de Kenianen kennen maar één haardracht en dat is ‘coupe millimeter’. Daar is een tondeuse dus uitermate geschikt voor. Nu heeft hij wel iets dergelijks maar dat is constant kapot of niet scherp genoeg of wat dan ook. Nu leek het Michael en mij leuk om hem een goede degelijke Duitse tondeuse cadeau te doen. Een soort Kerstmisgeschenk. Via Amazone hebben Michael, Kariuki en ik een tondeuse uitgezocht. Bleek het apparaat maar 30 euro te zijn met allerlei verschillende opzetstukken erbij. Michael heeft er twee besteld zodat hij er een voor de break heeft…. Om zo een ding in Afrika te krijgen is ook nog een ingewikkeld proces. Amazone levert niet aan Afrika dus wordt het eerst om Michael zijn adres bezorgt en sturen zijn ouders het door naar Afrika. Ik heb albeschreven dat niet iedereen een brievenbus heeft dus hoe hij het nu uiteindelijk in de kapperszaak krijgt is mij nog steeds een groot raadsel… 

De vogelsurvey ging goed en heb twee keer in het boek moeten kijken maar ik kreeg beide vogels helaas niet op naam. De onderlinge verschillen zijn te klein en dat is lastig. Je ziet de vogels vaak erg vluchtig en dan is het moeilijk om de juiste kenmerken te zien. Maar goed, ons lijstje bestond uit 42 verschillende soorten waarvan er zeker tien aan de hand van hun geluid zijn opgeschreven. Het gaat me steeds makkelijker af. Als ik hier nog een maand of twee zou zijn dan ken ik ze allemaal wel denk ik. Vandaag ook vier Europese soorten erbij, de Hop, Fitis, Groenpootruiter en Oeverloper. Leuk om die tegen te komen hier. Het blijft een verrassend gebied. Bij de rivier heb ik nog de nodige foto’s genomen want het is hier prachtig. Wat een hoogteverschil. Je loopt een eindje over de bergrug en zakt dan langzaam naar de rivier toe. Prachtige kaktussen groeien gewoon uit de bergwand vandaan en ze staan ook nog in bloei. Sunbirds doen zich tegoed aan het kaktusbloemsap. Op het laagste punt rusten we altijd even uit en laten het ruisen van de waterval over ons heen komen. Het is heerlijk dan en een prachtige Malachite sunbird kwam op een rotssteen zitten om te drinken. Wat een kleurenpracht in het zonlicht. Net een klein regenboogje dat in de zon danst! Onvoorstelbaar. Een mooie herinnering om Kigio mee te verlaten. Alsof hij me gedag kwam zeggen….

In de loop van de middag heb ik mijn laatste foto’s bewerkt en de laatste vogelsurveyfoto’s van Kigio nagevlooid. Volgens mij zijn alle fouten eruit en heb ik één vogel niet op naam kunnen krijgen. Lijkt me niet onverdienstelijk. Morgen ga ik met de lijst verder en die moet voor de middag af zijn want morgenmiddag worden we, de Belgische vrijwilliger Kevin en ik, naar Nairobi gebracht. Kevin vliegt dan ’s nachts naar huis terug en ik op donderdagochtend naar Zambia. Dan zit het werk er hier op.

Het is niet een heel lang verhaal geworden,  samahani  (sorry)

 

Woensdag, laatste dag….snif,snif..

De laatste dag in Kigio. In de loop van de ochtend heb ik de vogellijst helemaal doorgewerkt. Het programma in Excel werkte niet zoals ik het wilde en heb de gegevens gekopieerd en had toen 237 records. Ik heb eerst alle dubbele vogelnamen er uitgehaald. Toen hield ik er nog een 190 over in de lijst. Soms was er een tikfout gemaakt en soms was er een naam in hoofdletters of juist in kleine letters geschreven. Ook zijn er veel vogelnamen waar een streepje tussen komt te staan maar het streepje vergeten was. Toen heb ik aan de hand van het boek gekeken of alle namen die er stonden ook in het boek stonden en zo gooide ik er nog 22 uit. Ik hield uiteindelijk 168 vogels over waarvan ik dacht dat die ook in Kigio voorkwamen en juist gespeld waren. Dat was aardig opgeschoond en mooi materiaal om als uitgangspunt te dienen. Toen heb ik ook nog gekeken of de vogels in Kigio gezien zouden kunnen zijn en heb ik twee twijfelgevallen verwijderd. Zo hield ik een lijst van 166 vogels over met daaraan gekoppeld de status of het een gewone of ongewone waarneming was. Een heel karwei geworden maar een tevreden gevoel er aan overgehouden. In de middag heb ik alles weer terug gekopieerd naar de externe harde schijf van de hoofdranger. Hij was er erg blij mee en ik kreeg een schouderklopje van hem.

Met de kok Kariuki heb ik alle foto’s die ik genomen heb doorgeworsteld omdat hij er een aantal wilde hebben. Dat werd ook nog een heel gedoe maar uiteindelijk heb ik een cd bijna vol kunnen branden voor hem. Hij was er erg blij mee. De hoofdranger wilde ook alle foto’s hebben en deze heb ik toen ook nog maar op zijn externe schijf gezet. Een dagje achter de computer. Het zou een half dagje worden want ik zou om 13.30 uur het kamp verlaten. Dat werd uitgesteld naar 15.30 uur en toen werd het weer uitgesteld naar 16.00 uur want er moest nog worden gevolleybald. Het werd een drukke middag en tussen de bedrijven door heb ik mijn koffers ingepakt. Ik hoopte dat ik alles mee zou hebben. Eindelijk was het dan zover dat ik afscheid moest nemen. Onder het liedje ‘Africa’ van Toto nam ik afscheid van een ieder. Ik begon bij de hoofdranger en zag een traan in zijn oog. Toen ranger Ann die mij een flinke knuffel gaf en daarna nam ik afscheid van alle vrijwilligers. Als laatste de kok Kariuki en ik zag dikke tranen in zijn ogen. Nadat ik hem gedag had gezegd verdween hij naar binnen en ik in de gereed staande jeep... Muchiri bracht ons naar de weg waar een shuttle matatu ons naar Nairobi zou brengen. Het regende inmiddels behoorlijk en onderweg het kamp uitrijdend stond er een groep waterbokken langs het pad. Ze beleven staan en dat is redelijk ongewoon voor ze. Ik zag dat ze met hun oren zwaaiden om de regendruppels eraf te zwiepen maar het was net of ze me gedag wuifden. Stukje verderop een groep impala’s aan beide kanten van de weg die een soort uitwuif haag vormden. Een paar giraffen die juist op het moment dat wij langs reden hun nek bogen als een soort wave. Het moest niet gekker worden. Een groep zebra’s die ons nastaarden en een paar wrattenzwijnen die schrokken en met hun staart in de lucht wegrenden. Ik had het gevoel dat de beesten van Kigio me uitzwaaiden… Onderweg vertelde Muchiri mij dat Kariuki het helemaal niet leuk vond dat ik wegging. Ik bracht volgens hem een bepaalde gezelligheid in de keuken. Het was altijd lachen als ik er was en dat was over. Toen kon ik het ook niet langer droog houden en moest vechten tegen mijn tranen. Wat heb ik een ontzettende leuke tijd gehad hier en wat een leuke contacten heb ik er aan overgehouden. Ik dacht nog even terug aan de hoofdranger, Tonny Kipkurui, die mij vertelde dat hij geen achternaam had en alleen twee voornamen. Tonny zijn eerste en Kip, dat avond betekent en kurui dat geboorte betekent zijn tweede voornaam… Hij komt in mei naar Nederland en zie uit naar zijn komst! In de krant viel mijn oog toevallig op een overlijdensadvertentie van een nogal oude vrouw. Vaak staan er foto’s bij hoe overledene er uit zag. Mij viel niet de foto op maar haar geboortedatum, 1914 en verder niets. De overlijdensdatum was 2 december 2013… Rare mensen die Kenianen, geen achternaam geen geboortedatum, maar o zo vriendelijk en puur. Ik hou echt van ze!

Inmiddels waren we bij de hoofdweg en liet de shuttle matatu nogal op zich wachten. Muchiri belde hem op met de vraag waar hij was en het zou nog 20 Keniaanse minuten duren. Dat werd bijna een uur! Toen bleek dat mijn spullen er niet inpasten wilde hij me laten staan en doorrijden maar gelukkig was iedereen uitgestapt en met vereende krachten werd alles opnieuw ingedeeld en konden we alsnog naar Nairobi. Ik zat naast een alleraardigste Keniaan die zich spontaan als David voorstelde. We raakten aan de praat en hij vertelde leerkracht te zijn in Nakuru en moets voor zaken naar Nairobi. Op een gegeven moment vroeg hij mijn e-mailadres op te schrijven want hij wilde me een brief sturen. Hij is van plan om in het najaar naar Europa te komen. Hij wilde graag naar Engeland toe om Manchester United te zien spelen, zijn lievelingsclub.

Gelukkig kwamen we in Nairobi aan want ik had nogal opgevouwen gezeten en ik wilde er wel uit. Maar dat duurde nog wel een dik half uur want Nairobi stond weer helemaal vast met het verkeer. Tjonge, jonge wat een auto’s! Soms stonden we gewoon meer dan 10 minuten stil. Uiteindelijk kwamen we op de matatustandplaats aan en Pieter gebeld die ons zou komen ophalen. Dat duurde bijna een uur want ook hij stond vast in het chaotische Nairobi. Zo kwamen we pas tegen 22.00 uur in het gasthuis aan en we hadden geen diner gehad. Ik had intussen wel vreselijke honger maar in het gasthuis was niets te eten meer. Gelukkig kon ik na een kort telefoontje nog terecht bij een Mc Donaldachtig restaurant. Er lagen nog twee kwart kippen en ze hebben nog een puutje patat gebakken voor me en zo kon ik dan toch nog met een gevulde maag gaan slapen. Eerst even gedoucht en toen naar bed. Mijn medereiziger, Kevin uit Belgie, moest er al om 1.00 uur om op tijd voor zijn vlucht te zijn en ik moets er om 5.00 uur uit om mijn vlucht te halen. Het werd een vreselijke nacht. Wat een muggen en ondanks de klamboe ben ik helemaal opgevreten. Maar naast de muggen sliepen we met 6 man in een kamer met het raam open naast de snelweg. Van slapen is dus niets terecht gekomen…

 

 

 

(0 from 0 votes)
 
Bijgewerkt t/m 4 dechttps://www.mytripblog.org/pg/blog/ltervelde/read/319455/bijgewerkt-tm-4-dec
Bijgewerkt t/m 4 dec
 

Raising Awareness   (published in Kenya)

December 2, 2013 by   Comments(0)

Beautiful Minds Organization together with Malaika Disabled and Caregivers organized a fundraising and awareness raising day at Westside Mall in Nakuru. The event was a car washing day where every car was charged 200 kenyan shilling($2.5) .Beatrice the supervisor at beautiful minds who was the head organizer of the function invited Projects Abroad volunteers having met with them in a past bicycle race event that they helped organize and run.

Beautiful minds is an organization that takes care of children with disabilities most of them who have been abandoned by their families, the car wash event was meant to let people know of such people exist in the society and the importance of the rest of us to take of them, it also wanted to reach out to families with disabled relatives to know that such an organization exists where they can get help instead of hiding them at home.

Projects Abroad volunteers washed cars, handed over flyers and brochures, they also helped give information to the people who attended the event. The money that was raised will be used towards paying for some of the organizations expenses.

(0 from 0 votes)
 
Raising Awarenesshttps://www.mytripblog.org/pg/blog/kenya-social-manager/read/317430/raising-awareness
Raising Awareness